Al eerder hebben wij twee artikelen geschreven over de rechtsposities van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces. Klik hier en hier voor de link. Op 19 oktober 2016 heeft de rechtbank Oost-Brabant opnieuw een ontwikkeling doorgevoerd voor wat betreft de rechtspositie van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces.

Het spreekrecht

Het spreekrecht is in 2005 ingevoerd om het slachtoffer of een nabestaande meer zichtbaar te maken in het strafproces. Slachtoffers en nabestaanden mochten vanaf 2005 aan de rechter, de officier van justitie en de verdachte laten weten welk gevolgen het misdrijf voor hen heeft gehad. Zij mochten echter (nog) niet spreken over de verdachte of het misdrijf zelf.

In juli 2016 is dit spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden uitgebreid. Slachtoffers van ernstige misdrijven of hun nabestaanden hebben vanaf 1 juli 2016 een onbeperkt spreekrecht gekregen. Ze mogen nu ook zeggen wat ze vinden van de schuld van de verdachte en wat de straf zou moeten worden.

Nieuwe ontwikkeling

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 19 oktober 2016 opnieuw een ontwikkeling doorgevoerd voor wat betreft het spreekrecht. Tijdens de behandeling van een moordzaak voelden de nabestaanden van het slachtoffer zich op een gegeven moment ernstig miskend door de rechtbank. Zij vonden dat de rechters vooringenomen waren. Zij diende daarom een wrakingsverzoek in en verwijzen in dat verband naar artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de recht van de mensen en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dit artikel betreft het recht op een eerlijk proces.

De nabestaanden hadden als benadeelde partij een vordering ingediend waarbij ook een vergoeding van immateriële schade (smartengeld) werd gevorderd. Daarnaast hadden zij behoefte om de vordering onder meer toe te lichten door middel van het uitoefenen van het spreekrecht. Doordat zij zich echter zo miskend voelde door de rechtbank stelde zij zich op het standpunt dat het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant ook ruimte biedt aan een benadeelde partij om een wrakingsverzoek in te dienen.

De wrakingskamer diende allereerst de vraag te beantwoorden of nabestaanden van een slachtoffer wel een wrakingsverzoek konden indienen. In de wet is namelijk geregeld dat alleen een verdachte en het Openbaar Ministerie een dergelijk verzoek kunnen indienen. In een uitspraak van het gerechtshof ‘s-Gravenhage is een dergelijk verzoek echter wel toegewezen.

De rechtbank Oost-Brabant kwam in deze uitspraak van 19 oktober 2016 tot het oordeel dan ook nabestaanden in hun hoedanigheid van benadeelde partij gerechtigd zijn om een verzoekt tot wraking in te dienen, ondanks dat dit niet in de wet geregeld is.

Dit betekent dus een nieuwe (positieve) ontwikkeling voor de slachtoffers en nabestaanden. Zij voelen zich op deze manier nog meer gehoord, zeker indien zij zich ernstig miskend voelen. De impact van wat de schuldige heeft gedaan hoort ons inziens zwaar te wegen in het strafproces. Door deze nieuwe ontwikkeling krijgen de slachtoffers en nabestaanden een nog grote rol in het strafproces.

Afwijzing

Niettemin werd in de onderhavige zaak het verzoek tot wraking afgewezen, omdat de rechter van oordeel was dat er geen sprake was van vooringenomenheid. Voor de volledige uitspraak wordt naar deze link verwezen.

Contact

Hebt u een vraag over het spreekrecht of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *