Onlangs oordeelde de Rechtbank Den Haag over een casus waarin een man is overleden ten gevolge van een steekincident. Het antwoord op de vraag of de vader, de moeder, de broer en een vriend van het slachtoffer recht hebben op een immateriële schadevergoeding staat in dit artikel centraal. U kunt de uitspraak hier teruglezen.

Wat is er gebeurd?

Een man is op 17 januari 2019 op straat met een mes in zijn hart gestoken. Hierdoor is hij voor de ogen van zijn broer en vrienden hevig bloedend in elkaar gezakt. Het slachtoffer is kort door het ambulancepersoneel gereanimeerd en direct daarna naar het ziekenhuis gebracht. Ondanks het feit dat hij daar nog is geopereerd, is hij op 18 januari 2019 in de vroege ochtend overleden.

Juridisch kader

De vader, de moeder, de broer en een vriend van het slachtoffer hebben zich in het strafproces als benadeelde partijen gevoegd. Dit houdt in dat zij de strafrechter om vergoeding van de schade die zij hebben geleden kunnen vragen. De vader, moeder en broer van het slachtoffer vorderen vergoeding van de emotionele pijn die zij hebben geleden als gevolg van het feit dat hun naaste, het slachtoffer, om het leven is gekomen door de schuld van een ander. Deze immateriële schade staat beter bekend als ‘affectieschade’. De broer van het slachtoffer vordert daarenboven vergoeding van het geestelijk letsel dat hij heeft opgelopen ten gevolge van de waarneming van het incident dan wel de directe confrontatie met de ernstige gevolgen hiervan. Dit noemen we ook wel ‘shockschade’.  Een vriend van het slachtoffer vordert ook vergoeding van shockschade.

De vergoeding van affectieschade verdient nog even bijzondere aandacht. Niet iedereen kan hier namelijk aanspraak op maken. Tot de kring van gerechtigden behoren enkel echtgenoten, geregistreerd partners, levensgezellen, kinderen, pleegkinderen, ouders, degenen die de zorg voor het slachtoffer hebben in gezinsverband en overige nauwe persoonlijke relaties van het slachtoffer. Deze laatste categorie betreft een uitzonderingscategorie. Aangetoond dient te worden dat sprake is (geweest) van een nauwe persoonlijke relatie met het slachtoffer. Hierbij zijn de aard, duur en intensiteit van de relatie van belang.

De bedragen die worden toegekend liggen tussen de € 12.500,- en € 20.000,-. Voor een overzichtelijk schema van de bedragen en meer informatie over de vergoeding van affectieschade klikt u hier.

Hoe oordeelt de rechtbank?

De rechtbank is van mening dat de vader en moeder van het slachtoffer recht hebben op vergoeding van affectieschade. Gelet op het bovenstaande is dit niet verrassend. De ouders van het slachtoffer behoren immers tot de kring van gerechtigden.

De broer van het slachtoffer heeft slechts recht op vergoeding van affectieschade indien hij kan aantonen dat hij een nauwe persoonlijke betrekking met het slachtoffer heeft gehad. Dan valt hij namelijk in de uitzonderingscategorie van de kring van gerechtigden. De broer heeft gesteld dat hij en het slachtoffer beste vrienden en huisgenoten waren. Ook staat vast dat zij samen op stap en naar de sportschool gingen. Volgens de rechtbank duidt dit op een nauwe persoonlijke relatie, waardoor de broer recht heeft op vergoeding van affectieschade.

De broer van het slachtoffer is er bovendien getuige van geweest hoe zijn broer in het hart is gestoken. Kort hierna is hij bij zijn broer gebleven en heeft hij het bloeden proberen te stoppen met zijn sjaal. De broer van het slachtoffer heeft hierdoor een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Dit blijkt uit een behandelplan dat hij aan de rechtbank heeft overgelegd. De rechtbank heeft derhalve vastgesteld dat de broer van het slachtoffer door de waarneming van het steekincident een hevige emotionele schok heeft moeten ondergaan en geestelijk letsel heeft opgelopen. Hierdoor heeft hij ook recht op vergoeding van shockschade.

De rechtbank heeft tot slot geoordeeld over de vordering voor vergoeding van shockschade van de vriend van het slachtoffer. Zijn vordering is gebaseerd op de ten laste gelegde poging tot doodslag/zware mishandeling. Voor deze feiten is de verdachte vrijgesproken. De rechtbank meent dat in de onderhavige situatie sprake is geweest van doodslag. Om die reden is de vordering van de vriend van het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee zegt de rechtbank eigenlijk dat de behandeling van de schade te belastend is voor het strafproces, maar wel de mogelijkheid bestaat om de vordering nog voor te leggen aan een civiele rechter.

Conclusie

Met deze uitspraak is voor de tweede keer een vergoeding voor affectieschade toegewezen aan een broer van het overleden slachtoffer. Zoals hierboven al is vermeld, betreft de categorie ‘overige nauwe persoonlijke relaties van het slachtoffer’ wel écht een uitzonderingscategorie. De rechtbank heeft de band tussen het slachtoffer en zijn broer blijkbaar uitzonderlijk genoeg geacht.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *