Op 19 maart 2019 heeft de Rechtbank Gelderland vonnis gewezen in een zaak waarin de trainer van een turnster aansprakelijk werd geacht voor een ongeval dat de turnster overkwam op de trampoline. Tijdens de training moest de turnster ‘los’ een dubbele salto voorover met halve schroef maken op een trampoline. De turnster kwam ten val en liep letsel op. De trainer werd het volgende verweten.

 De verwijten

  • De trainer heeft onvoldoende voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen getroffen. Er waren weliswaar twee vangers aanwezig, maar de vangers waren hiervoor niet gekwalificeerd.
  • Het was de eerste keer dat de sprong werd uitgevoerd. De turnster voelde zich gedwongen door de trainer om de sprong uit te voeren. Zij was er nog niet klaar voor.
  • De trainer had geen trainerslicentie.
  • Na de val heeft de trainer aan de armen van de turnster getrokken. Ook heeft hij geen medische hulp ingeschakeld.

De verweren van de trainer

De trainer voert de volgende verweren aan.

  • De twee vangers waren ervaren trampolinespringers. Ook had de trainer extra matten neergelegd om een eventuele val te breken.
  • De trainer heeft de turnster niet gedwongen de oefening uit te voeren. Zij was volgens hem ook klaar voor de sprong. Hij voert daartoe aan dat hij gedurende een lange periode ieder onderdeel van de oefening afzonderlijk heeft geoefend in elastieken en in een vanggordel. Afgaande op de wijze waarop deze onderdelen verliepen heeft de trainer geoordeeld dat de turnster gereed was voor het uitvoeren van de ‘losse’ sprong.
  • De val is ontstaan, omdat de turnster tegen de instructies van de trainer in de sprong niet heeft afgemaakt.
  • Volgens de trainer is een trainerslicentie niet verplicht. Bovendien had hij al bijna 60 jaar ervaring als trainer en heeft hij zelf ook op hoog niveau trampolinegesprongen.
  • De trainer heeft de turnster na de val zittend diep laten ademhalen. Daarbij heeft hij haar licht aan haar polsen omhooggetrokken, zonder dat zij daarbij los van de grond kwam.
  • Er was geen aanleiding om medische zorg in te schakelen.

Wat vindt de rechtbank van deze casus?

Door de rechtbank wordt vooropgesteld dat van een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel, waar sprake van is in sport- en spelsituaties (lees hierover meer op onze website), geen sprake is in deze situatie. Die verhoogde drempel geldt in situaties waarin een deelnemer aan een sport, letsel oploopt als gevolg van een gedraging van een andere sportdeelnemer. In deze casus gaat het echter om de situatie waarin een deelnemer aan een sport een ongeval overkomt bij een oefening die onder leiding van een trainer heeft plaatsgevonden. In die gevallen – en dus ook in dit geval – is de te beantwoorden vraag of de trainer bij het leiding geven, gelet op alle omstandigheden van het geval, is tekortgeschoten in de zorg die van hem jegens de deelnemer aan de training kan worden gevergd.

De rechtbank oordeelt op grond van de aangevoerde feiten en omstandigheden dat de trainer ten opzichte van de turnster niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Zo valt volgens de rechtbank niet in te zien dat uitsluitend vangers met licentie afdoende bescherming bieden bij een sprong. Deze vangers hadden bovendien veel ervaring. En dat is niet betwist door de turnster. Dat geldt ook voor de trainer. De rechtbank ziet niet in hoeverre de trainer anders zou hebben gehandeld als hij wél een licentie had gehad.

Verder oordeelt de rechtbank dat de turnster haar stellingen betreffende het gedwongen voelen de opdracht uit te voeren en zich niet klaar voelen voor deze sprong onvoldoende heeft onderbouwd. Bovendien is tijdens de procedure gesteld dat de turnster ambitieus was, al drie keer had meegedaan aan de Nederlandse Kampioenschappen en graag wilde meedoen aan het Europees Kampioenschap. De betreffende sprong gold als kwalificatiesprong. Uit deze stellingen leidt de rechtbank af dat de turnster zelf gemotiveerd was om de sprong te doen.

Ten aanzien van het trekken aan de armen/polsen oordeelt de rechtbank dat niet voldoende is gesteld waarom op dit punt sprake zou zijn van onrechtmatig handelen. Voor wat betreft het niet inschakelen van medische zorg oordeelt de rechtbank dat ook op dit punt de stellingen van de turnster onvoldoende zijn onderbouwd.

Op grond van het voorgaand komt de rechtbank zodoende tot de slotsom dat de trainer niet tekort is geschoten in de zorgplicht richting de turnster. Hij is dus niet aansprakelijk.

 Conclusie

Tijdens een procedure is het enorm van belang om voldoende te stellen en deze stellingen bij betwisting daarvan goed te onderbouwen. Daar lijkt het in deze procedure mis te zijn gegaan.

De advocaten van Jeroen Bosch Advocaten hebben veel ervaring met dit soort zaken. Wij kunnen zodoende voor u een goede inschatting maken van de haalbaarheid van uw zaak. Als u dus een ongeval is overkomen tijdens het sporten, neem dan gerust contact met ons op voor een advies.

Contact

U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *