Succesfee in strijd met de goede zeden?

Op 27 januari 2021 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak die ging over betaling van een succesfee aan een belangenbehartiger in een letselschadezaak. De uitspraak kunt u hier teruglezen.

Wat was er aan de hand?

Op 9 mei 2008 is een onder bewind gestelde man slachtoffer geworden van een verkeersongeval. De motor die het ongeluk veroorzaakte was ten tijde van het ongeval verzekerd bij Allianz. Allianz heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Omdat het slachtoffer niet tevreden was over zijn belangenbehartiger heeft hij in 2013 belangenbehartiger X, gedaagde in deze zaak, verzocht de zaak over te nemen.

Slachtoffer en belangenbehartiger X sluiten een overeenkomst waarin onder meer het volgende staat vermeld:

“(…)

  1. Het rechtstreeks aan de wederpartij declareren van de buitengerechtelijke kosten die [B] in uw zaak heeft gemaakt. De kosten vangen aan op het moment van het eerste contact tussen u en [B] , en zijn gebaseerd op het standaarduurtarief van 300,— euro, excl. 6% kantoorkosten, verschotten en BTW. Deze kosten worden door u bij voorbaat aan [B] overgedragen en dus niet bij u in rekening gebracht.
  2. Uitsluitend over het door [B] in uw zaak behaalde resultaat bent u aan hem een vergoeding verschuldigd van 25% plus BTW. Deze wordt niet berekend over de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en daarop ook niet in mindering gebracht of mee verrekend.

(…).”

Omdat voor het slachtoffer de succesfee niet helemaal duidelijk was, heeft belangenbehartiger X dit nog nader toegelicht. Hij schreef hierover:

“(…)

En het is inderdaad zo zoals u schrijft dat hoe beter u er van wordt hoe meer succesfee ik kan rekenen. Maar daarmee bent u wel verzekerd van mijn maximale inzet voor een zo hoog mogelijke schadevergoeding zonder dat u kostenrisico loopt. In de praktijk kan dat zelfs zo goed uitpakken dat ik mijn succesfee ruimschoots voor u terugverdien.

En dat is precies wat u tijdens het bezoek aan mij kenbaar heeft gemaakt, namelijk dat u graag wilde dat ik ook belang had bij een zo goed mogelijke resultaat omdat dat ook in uw belang was waarbij ik wat betreft mijn beloning niet alleen afhankelijk zou zijn van de verzekeraar, zoals [C] dat was,

omdat u dit geen vertrouwen gaf voor het bereiken van een maximale inzet en maximale schadevergoeding.

(…).” 

In september 2019 heeft een geslaagde mediation ter afwikkeling van het schadevergoedingstraject plaatsgevonden. Afgesproken werd dat Allianz € 175.000 als slotuitkering aan het slachtoffer betaalt en € 25.000 aan belangenbehartiger X voor zijn gemaakte buitengerechtelijke kosten. Eerder was al een bedrag aan buitengerechtelijke kosten betaald, waardoor het totaalbedrag dat belangenbehartiger X in deze zaak ontving ruim € 41.000 bedroeg. Op 27 november heeft de belangenbehartiger een factuur voor zijn honorarium van € 43.750,00 (25% succesfee) aan het slachtoffer gestuurd. Deze factuur is niet betaald.

Het geschil

De bewindvoerder van het slachtoffer vordert onder meer een verklaring voor recht dat het ‘dubbel declareren’ van belangenbehartiger X in strijd is met de goede zeden en dat de overeenkomst daarom nietig is. Het dubbel declareren van belangenbehartiger X is onzedelijk omdat de aansprakelijkheid reeds vaststond bij het aangaan van de overeenkomst, aldus de bewindvoerder.

Volgens belangenbehartiger X is de wijze van declareren niet onzedelijk, omdat de uitkomst van de zaak niet vast stond bij het aangaan van de overeenkomst. Hierdoor was het allerminst zeker of hij zijn te maken kosten vergoed zou krijgen. Hij vordert daarom in reconventie een veroordeling tot betaling van de succesfee.

De beoordeling

De rechtbank bespreekt dat in het contractenrecht contractsvrijheid geldt. Deze contractsvrijheid wordt begrensd door de wet, openbare orde en de goede zeden. Volgens de rechtbank is het ontvangen van een dubbele beloning – dus zowel een vergoeding van de gemaakte kosten/uren en de succesfee – niet in zijn algemeenheid onzedelijk. Het uitgangspunt van de overeenkomst is namelijk dat de cliënt geen risico loopt indien de aansprakelijke niet bereid en/of gehouden is enige betaling te doen. De belangenbehartiger neemt tegenover de mogelijkheid van de dubbele beloning dus in beginsel ook het risico dat voor zijn werkzaamheden geen beloning of een lage beloning volgt.

Volgens de rechtbank is een overeenkomst als deze met betrekking tot de beloningsstructuur in twee situaties wel onzedelijk:

  • Als het bedoelde risico voor de belangenbehartiger ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voorzienbaar niet aanwezig was dan wel laag werd ingeschat
  • Als voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst in feite geen risico-inschatting heeft plaatsgevonden en dus ook niet bij voorbaat kon worden aangenomen dat de belangenbehartiger met het sluiten van de overeenkomst een substantieel risico nam.

De rechtbank geeft namelijk aan dat het juist dat risico aan de zijde van de belangenbehartiger is dat het noodzakelijke evenwicht in de contractuele verhouding aanbrengt en moet aanbrengen.

In deze casus wist belangenbehartiger X dat de aansprakelijkheid was erkend, dat de verzekeraar in beginsel redelijke kosten van bijstand moest voldoen en dat het financiële belang hoog was (en dat de succesfee dus ook hoog kon oplopen). Door in die omstandigheden de overeenkomst met het slachtoffer aan te gaan waarbij een fors uurtarief werd gecombineerd met een succesfee, zonder enig onderzoek te doen naar de risico’s die hij zou lopen dat hij in deze specifieke zaak zijn inspanningen niet vergoed zou krijgen, is van een evenwichtige overeenkomst in het geheel geen sprake. Volgens de rechtbank stuurde de belangenbehartiger X in feite aan op een dubbele beloning, zonder zich ervan te vergewissen of hij wel een reëel risico liep dat hij zijn inspanningen van de verzekeraar niet (voldoende) vergoed zou krijgen.

Conclusie

De rechtbank komt tot het oordeel dat artikel 6 van de overeenkomst tussen slachtoffer en belangenbehartiger X nietig is wegens strijd met de goede zeden. De succesfee hoeft niet betaald te worden en de vordering in reconventie wordt afgewezen.

Succesfee bij Jeroen Bosch Advocaten?

Bij Jeroen Bosch Advocaten doen wij er alles aan om een voor u zo gunstig mogelijk resultaat te behalen. Wij werken niet met een succesfee en verhalen onze kosten zo veel mogelijk op de aansprakelijke partij. Wanneer (nog) onduidelijk is of dat mogelijk is bespreken we dit met u en maken we heldere afspraken over onze kosten.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Dit blog is geschreven door Jarno te Bogt. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 212 0027, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

 

 

 

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *