Stel je wordt slachtoffer van een ongeval, je loopt als gevolg van dit ongeval (ernstig) letsel op en blijvende beperkingen en ontvangt hiervoor een schadevergoeding. De bedoeling is (vaak) vooral dat met deze schadevergoeding in de toekomst de zorg wordt betaald en de voorzieningen worden ingekocht die nodig zijn als gevolg van het ongeval. Maar wat als je ten tijde van de uitkering van deze schadevergoeding een bijstandsuitkering ontvangt?

Wettelijke grondslag

Het recht op een bijstandsuitkering is geregeld in de Participatiewet. In de Participatiewet (ingevoerd in 2015, voorheen de Wet Werk en bijstand) is geregeld in welk gevallen er een recht bestaat op een bijstandsuitkering. De inkomens- en vermogensnormen zijn in deze wet opgenomen. Wij verwijzen naar de artikelen 20 e.v. van deze wet.

Indien de schadevergoeding van het slachtoffer hoger is dan het vrij te laten vermogen, loopt het slachtoffer het risico om zijn of haar bijstandsuitkering te verliezen.

Artikel 31 lid 2 onder m van de Participatiewet

Een belangrijk artikel is artikel 31 lid 2 onder m van de Participatiewet. In dit artikel staat vermeld dat vergoedingen van materiële en immateriële schade wordt vrijgelaten voor zover deze naar het oordeel van de gemeente uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn.

Iedere gemeente mag zijn eigen beleid hierin bepalen. Veel gemeenten hebben hun beleidsregels online gepubliceerd. Het beleid van de gemeente hangt vaak af van de feitelijke omstandigheden. Er wordt in ieder specifiek geval beoordeeld door de gemeente of de uitgekeerde schadevergoeding verenigbaar is met de bijstandsuitkering. Wanneer de gemeente dit beoordeelt als niet-verenigbaar, dan krijgt het slachtoffer te maken met de hoogte van de vermogensgrens die geld voor de bijstand (deze vermogensgrens is opgenomen in de Participatiewet). Komt je als slachtoffer door de schadevergoeding boven deze grens, dan zal verrekening plaatsvinden met de bijstandsuitkering. In dat geval ben je als slachtoffer een aanzienlijk bedrag kwijt van de schadevergoeding.

Indien de schadevergoeding vaak een deel inkomensschade behelst, dan zal de gemeente de uitbetaalde uitkeringen terugvorderen. Vanaf datum ongeval kan dan worden teruggevorderd. Voor zover de schade is bedoeld om zorgkosten te dekken, zal de gemeente moeten oordelen dat het vrijlaten van deze vergoeding vanuit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Daarvoor moet dan wel voldoende vaststaan dat dit geld ook daadwerkelijk daarvoor bestemd is.

Uit de jurisprudentie en de verschillende beleidsregels volgt wel dat vaak een deel van de immateriële schade (het smartengeld) die de uitkeringsgerechtigde ontvangt, moet worden vrijgelaten. Volgens de Centrale Raad van beroep kan namelijk niet de gehele schadevergoeding bij de vaststelling van het vermogen buiten beschouwing worden gelaten (klik hier voor de volledige uitspraak). De meeste gemeenten hanteren het beleid dat 1/3 wordt vrijgelaten en 2/3 niet.

Conclusie

De conclusie luidt dat iedere gemeente een zeer ruime beoordelingsvrijheid heeft ten aanzien van de beslissing welk deel van de (te) ontvangen schadevergoeding wordt vrijgelaten. Iedere gemeente hanteert een ander beleid. Ieder beleid is wel weer terug te voeren op artikel 31 lid 2 onder m van de Participatiewet. Indien je als slachtoffer verhuist naar een andere gemeente, is die gemeente voor het oordeel ten aanzien van het vrij te laten van vermogen niet gebonden aan het oordeel van de vertrekgemeente.

Wij, de advocaten van Jeroen Bosch Advocaten, zullen u vooraf goed informeren over de eventuele gevolgen en u adviseren.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *