De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor psychische gezondheid, en dit is logisch. Uit het rapport ‘Kerncijfers beroepsziekten 2019’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten blijkt namelijk dat in 58% van de gemelde gevallen van beroepsziekte de gestelde diagnose betrekking had op psychische klachten. In driekwart van deze gevallen kampte de werknemer met overspannenheid of burn-out. Verder komen posttraumatische stress-stoornis en depressie regelmatig voor.

Werknemers die uitvallen als gevolg van psychische klachten zullen hierdoor (mogelijk) financiële schade lijden. Indien zij deze schade wensen te verhalen op hun werkgever, staan zij voor een lastige opgave. Met name werknemers met een multicausale psychische ziekte lopen tegen een bewijsprobleem aan. Van een multicausale psychische ziekte is sprake wanneer aan de ziekte niet één, maar juist meerdere of een complex aan mogelijke oorzaken ten grondslag ligt. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de problematiek van werknemers met multicausaal psychisch letsel en zal worden bezien of het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid hiervoor een oplossing kan bieden.

De problematiek

Werknemers die kampen met een multicausale psychische ziekte en hun schade willen verhalen op hun werkgever, zullen zich moeten beroepen op artikel 7:658 BW. Dit artikel kent een alles-of-niets systeem, wat inhoudt dat een werkgever ofwel volledig aansprakelijk is voor de gehele schade van zijn werknemer, of in het geheel niet aansprakelijk. Een werknemer met multicausaal psychisch letsel zal moeten stellen en bij betwisting bewijzen dat hij dit letsel heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dit kan problematisch zijn, omdat bij dergelijk letsel geen duidelijk ontstaansmoment valt aan te wijzen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld arbeidsongevallen. Ook de arbeidsrechtelijke omkeringsregel biedt een werknemer met een multicausale psychische ziekte weinig soelaas, omdat voor toepassing van deze regel geen plaats is als het verband tussen de schade van de werknemer en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Als gevolg van het wettelijk kader waarbinnen een beroep op werkgeversaansprakelijkheid voor werknemers met multicausaal psychisch letsel wordt beoordeeld, blijven werknemers met multicausaal psychisch letsel veelvuldig met lege handen achter.

Een tweede oorzaak voor het feit dat werknemers met multicausaal psychisch letsel veelvuldig met lege handen achterblijven, is gelegen in het multicausale karakter van het letsel. In geval van psychisch letsel is het aan de werknemer om het causaal verband tussen de werkzaamheden en zijn letsel aan te tonen. Gelet op het bestaan van meerdere mogelijke oorzaken is dit in het geval van multicausaal psychisch letsel een lastige opgave. Wanneer sprake is van psychisch letsel als gevolg van overbelasting zal de werknemer waarschijnlijk op voorhand in moeten gaan op de zorgplicht van de werkgever, waardoor de klassieke bewijslastverdeling van artikel 7:658 BW zijn werking verliest. Wat de zorgplicht inhoudt en of sprake is van een schending ervan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De factoren uit het arrest Kelderluik spelen hierbij een rol. Daarnaast komt veel gewicht toe aan de vraag naar de voorzienbaarheid. In gevallen van multicausale ziekten, waarvan burn-out een voorbeeld is, zal de werknemer moeten aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door het werk en niet door omstandigheden gelegen buiten het werk. Teneinde het causaal verband aan te tonen kan een werknemer een beroep doen op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Een dergelijk beroep zal bij multicausale ziekten echter niet snel slagen. Indien geen sprake is van multicausaal maar van monocausaal psychisch letsel, is het verhalen van schade door de werknemer niet of minder problematisch.

Dat werknemers met multicausaal psychisch letsel veelvuldig hun eigen schade moeten dragen, blijkt ook uit de jurisprudentie. In slechts enkele uitspraken uit de laatste 15 jaar werd aansprakelijkheid aangenomen. In veel zaken die voor de rechter komen betreft het een werknemer die een burn-out heeft als gevolg van overbelasting. Werkgeversaansprakelijkheid wordt in dergelijke gevallen niet snel wordt aangenomen. Dit heeft te maken met de hiervoor besproken oorzaken, namelijk het feit dat de stelplicht en bewijslast bij de werknemer liggen, en het multicausale karakter van het letsel als gevolg waarvan de schade ontstaat. Op grond van artikel 7:658 BW is het aan de werknemer om het causale verband tussen de werkzaamheden en zijn psychische klachten aan te tonen. Daarbij dient hij aannemelijk te maken dat zijn klachten door het werk zijn ontstaan en niet door een andere oorzaak. Het overleggen van medische rapporten is hiervoor niet zonder meer afdoende. Daarnaast verliest het voor de werknemer gunstige bewijslastregime van artikel 7:658 lid 2 BW zijn werking, omdat de werknemer voor het aantonen van het causale verband vrijwel altijd in dient te gaan op de zorgplichtschending van zijn werkgever. Een andere oorzaak is dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet snel kan worden toegepast, omdat het verband tussen de werkzaamheden en de schade bij multicausale psychische ziekten al gauw te onzeker en te onbepaald is. Een laatste oorzaak voor het feit dat aansprakelijkheid niet snel wordt aangenomen heeft te maken met de zorgplicht van de werkgever. Hoe de onderzoeksplicht van de werkgever zich verhoudt tot de mededelingsplicht van de werknemer volgt niet uit de jurisprudentie. In de meeste uitspraken wordt benadrukt dat het aan de werknemer is om zijn klachten over de werkzaamheden kenbaar te maken. Indien de werknemer dit onvoldoende doet, is de werkgever niet in staat om maatregelen te nemen teneinde de schade te voorkomen en kan hem geen zorgplichtschending worden verweten.

Proportionele aansprakelijkheid

Onderzocht is of het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid een uitkomst kan bieden voor werknemers met multicausale psychische ziekten die kampen met een bewijsprobleem. De proportionele aansprakelijkheid is ontwikkeld in de rechtspraak en is bedoeld voor situaties waarin onzekerheid bestaat over het condicio-sine-qua-non verband (inhoudende dat niet kan worden vastgesteld of de schade is veroorzaakt door een normschending van de aansprakelijk gestelde persoon of door een oorzaak die voor risico van de benadeelde zelf komt) en het niet redelijk wordt geacht die onzekerheid voor rekening van een der partijen te laten komen. De proportionele aansprakelijkheid werd voor het eerst toegepast in het in 2006 gewezen arrest Nefalit/Karamus, een zaak die ging over werkgeversaansprakelijkheid. Sindsdien is het leerstuk veelvuldig aan bod geweest in de rechtspraak van de Hoge Raad alsmede in de lagere rechtspraak. De proportionele aansprakelijkheid wordt vrijwel alleen toegepast in zaken waarin sprake is van gezondheids- of letselschade. Er bestaan een aantal voorwaarden voor toepassing van het leerstuk. Vereist is onder meer dat aansprakelijkheid c.q. schending van een norm kan komen vast te staan. Ook is vereist dat de kans dat de schade door de normschending is veroorzaakt, niet zeer klein noch zeer groot is. Op de vraag wanneer een kans als zeer klein dient te worden beschouwd, wordt in de rechtspraak geen eenduidig antwoord gegeven.

Na bespreking van de voorwaarden voor toepassing van de proportionele aansprakelijkheid in de context van werknemers met een multicausale psychische ziekte, kan worden geconcludeerd dat aan deze voorwaarden in beginsel wordt voldaan. Hoewel elke zaak anders is, zal de jurisprudentie van de Hoge Raad rondom de proportionele aansprakelijkheid aan toepassing van het leerstuk door werknemers met een multicausale psychische ziekte niet in de weg staan en zou het de oorzaken voor het niet-slagen van een beroep op werkgeversaansprakelijkheid bij multicausale psychische ziekte grotendeels kunnen wegnemen. Of het leerstuk in de huidige vorm een oplossing biedt voor de bewijsproblemen van werknemers met een multicausale psychische ziekte en het in de praktijk vaak gebruikt zal worden, is echter nog maar de vraag. Voor werknemers bestaan namelijk een aantal praktische moeilijkheden.

Moeilijkheden

Een eerste moeilijkheid is gelegen in het feit dat een normschending door de werkgever vereist is. Het aantonen van een normschending is, met name in geval van multicausale psychische ziekte na overbelasting, lastig in verband met de samenhang tussen het causaal verband, de zorgplicht en de mededelingsplicht. Daarnaast is een beroep op de proportionele aansprakelijkheid wellicht niet nodig indien een normschending komt vast te staan. In dat geval is er ook sneller sprake van causaal verband. In geval van multicausale psychische ziekte na intimidatie of pesterij is het aantonen van de normschending eenvoudiger, maar dergelijke gevallen komen beduidend minder vaak voor. Verder dient een oordeel over proportionele aansprakelijkheid waar nodig gebaseerd te worden op een rapport van een deskundige. Dit kan een drempel opwerpen voor zaken waarin het financieel belang beperkt is. Een laatste moeilijkheid betreft de situatie waarin een werknemer voor meerdere werkgevers werkt of heeft gewerkt. Hij zal zijn werkgevers in dat geval afzonderlijk moeten aanspreken. Ook kan het voorkomen dat meerdere werkgevers van een werknemer gezamenlijk wel tot een voldoende hoog kanspercentage veroorzakingswaarschijnlijkheid komen, maar de werkgevers los van elkaar niet. In dat geval blijft een werknemer met lege handen achter.

Voorbeeldsituaties

Ter illustratie zal een aantal situaties worden geschetst, waarbij wordt aangegeven of toepassing van de proportionele aansprakelijkheid in dat geval mogelijk is en behulpzaam zal zijn.

Situatie 1:

Een werknemer ziet tijdens het werk op een bouwplaats dat een collega wordt geschept door een gevaarlijk voertuig en daarbij komt te overlijden. Na doorverwijzing door zijn huisarts concludeert een psycholoog dat bij de werknemer sprake is van de psychische ziekte PTSS. Hierdoor loopt de werknemer financiële schade op, waarvoor hij zijn werkgever aanspreekt. Een beroep op de proportionele aansprakelijkheid is in dit geval niet nodig, omdat het geen multicausale psychische ziekte is en in deze situatie geen bewijsprobleem geldt. De werknemer moet op grond van artikel 7:658 BW aantonen dat hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft opgelopen. Dit zal geen probleem opleveren. Indien de werkgever niet kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, bijvoorbeeld door het voorzien in nazorg, is hij aansprakelijk voor de gehele schade van zijn werknemer.

Situatie 2:

Een werknemer die in scheiding ligt valt uit vanwege een burn-out en loopt hierdoor schade op. Voor zijn ziekmelding heeft hij het niet met zijn werkgever over zijn gezondheid of werksituatie gehad. Bij het laatste functioneringsgesprek heeft de werkgever wel gevraagd hoe het met de werknemer op het werk ging, maar hier is niet uitgebreid bij stilgestaan. Omdat zijn dokter zegt dat de burn-out waarschijnlijk door drukte op het werk is ontstaan, wil de werknemer de werkgever aanspreken voor zijn schade. Op grond van artikel 7:658 BW is het aan de werknemer om het causaal verband aan te tonen tussen zijn schade en het werk. Dit zal problemen opleveren, omdat niet kan komen vast te staan dat de schade enkel en alleen is ontstaan door het werk. De weknemer ligt namelijk ook in scheiding. De omkeringsregel gaat ook niet op. Kan in een dergelijke situatie de proportionele aansprakelijkheid uitkomst bieden? Nee, waarschijnlijk niet. Hiervoor moet namelijk een normschending vaststaan. Dat is in deze situatie niet het geval, omdat niet duidelijk is wat de werkgever wordt verweten. In deze situatie blijft de werknemer met lege handen achter.

Situatie 3:

Een werknemer die stelselmatig moet overwerken valt uit vanwege een burn-out en loopt hierdoor schade op. Hij heeft echter ook een zeer turbulent privéleven waarin allerhande zaken zijn voorgevallen. De werknemer wenst zijn werkgever aan te spreken voor de door hem opgelopen schade. Op basis van een deskundigenoordeel blijkt dat de kans dat de burn-out door het werk is ontstaan 5% bedraagt. De standaardroute van artikel 7:658 BW of de omkeringsregel zullen de werknemer niet helpen. Ook de proportionele aansprakelijkheid gaat in dit geval niet op, omdat de kans dat de schade door het werk is ontstaan zeer klein is. De werknemer zal zijn eigen schade moeten dragen. Zou de situatie anders zijn indien er drie werkgevers in beeld waren voor wie de veroorzakingskans 5% bedroeg? Nee, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad zou de werknemer deze werkgevers elk afzonderlijk moeten aanspreken, en in dat geval is de kans bij elk van de werkgevers zeer klein.

 Situatie 4:

Een werknemer die pesterij op de werkvloer ervaart, valt uit vanwege een burn-out. Privé ligt hij in scheiding en is een familielid recentelijk overleden. De werknemer spreekt zijn werkgever op grond van 7:658 BW aan voor vergoeding van zijn schade. Door het overleggen van verklaringen van collega’s en e-mails van zijn leidinggevende maakt de werknemer het pestgedrag op het werk inzichtelijk. De werkgever meent echter niet aansprakelijk te zijn en wijst naar de gebeurtenissen in het privéleven van de werknemer. Na deskundigenonderzoek blijkt de kans dat de burn-out door de pesterijen op het werk is ontstaan 25% te bedragen. In deze situatie is sprake van onzekerheid over het condicio-sine-qua-non verband en staat een normschending vast (artikel 3 lid 2 jo. artikel 1 lid 3 sub e Arbeidsomstandigheden-wet is geschonden). Verder is sprake van een geschonden norm die ziet op de bescherming van werknemers en heeft de werknemer letselschade opgelopen. In deze situatie zou de proportionele aansprakelijkheid uitkomst kunnen bieden. De werkgever kan dan worden veroordeeld tot vergoeding van 25% van de schade van zijn werknemer.

Situatie 5:

Een werknemer die structureel 10 uur per week moet overwerken en heeft aangegeven dit zwaar te vinden, valt uit vanwege een burn-out. Privé ligt hij in scheiding en is een familielid recentelijk overleden. De werknemer spreekt zijn werkgever op grond van 7:658 BW aan voor vergoeding van zijn schade. De werkgever meent niet aansprakelijk te zijn en wijst naar de gebeurtenissen in het privéleven van de werknemer. Na deskundigenonderzoek blijkt de kans dat de burn-out door het werk is ontstaan 40% te bedragen. In deze situatie is sprake van onzekerheid over het condicio-sine-qua-non verband, staat een normschending vast doordat structureel moest worden overgewerkt, en is de werkgever in staat geweest maatregelen te treffen om de werksituatie te verbeteren. Verder is sprake van een geschonden norm die ziet op de bescherming van werknemers en heeft de werknemer letselschade opgelopen. In deze situatie zou de proportionele aansprakelijkheid uitkomst kunnen bieden. De werkgever kan dan worden veroordeeld tot vergoeding van 40% van de schade van zijn werknemer.

Conclusie

Voorts kan worden geconcludeerd dat in het huidige Nederlandse rechtsstelsel plaats is voor toepassing van het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid bij werkgeversaansprakelijkheid voor werknemers met multicausaal psychisch letsel. De rechtspraak van de Hoge Raad biedt hiervoor mogelijkheden. Daarnaast wordt de toepassing gerechtvaardigd door de beschermingsgedachte achter artikel 7:658 BW en het feit dat hierdoor situaties kunnen worden voorkomen waarin iemand schade draagt die hij niet heeft veroorzaakt. Bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid wordt de schadelast eerlijk verdeeld. Uit de bovengenoemde situatieschetsen blijkt echter dat de toepassing slechts in een beperkt aantal gevallen behulpzaam kan zijn. Of in de praktijk derhalve vaak een beroep op het leerstuk zal worden gedaan door een psychisch zieke werknemer, zal dus nog moeten blijken.

Het bovenstaande is een verkorte samenvatting van de masterscriptie van mr. Jarno te Bogt. Hij behaalde hiervoor een 8. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met Jarno op nummer 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *