Regelmatig krijgen wij vragen van mensen die letsel hebben opgelopen tijdens het helpen van een ander, de zogenoemde vriendendienst. De vraag die dan beantwoord moet worden is of die ander aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade? Op grond van artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad, kan die ander aansprakelijk worden gehouden. Dit is echter niet altijd het geval. Van belang hierbij is het criterium ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’.

Het verhuizende zusjes-arrest

Het criterium ongelukkige samenloop van omstandigheden hebben wij te danken aan het verhuizende zusjes-arrest. Wat was er hier aan de hand? Wendy hielp haar zus Monique bij het inrichten van haar nieuwe flat, waarbij zij samen een kast vanuit de berging naar de woning verplaatsten. De kast was 180 cm hoog, 60 cm breed, 40 cm diep en woog bijna 30 kg. Het ging flink mis bij een draai in de trap. Wendy had de kast aan de bovenkant vast en was bijna op de tweede verdieping. Monique stond halverwege de trap en moet met de kast een draaibeweging maken. Monique verliest hierbij haar evenwicht waardoor de kast voor beiden onverwacht uit haar handen glipt. Om niet met kast en al naar beneden te vallen gaf ze in een reactie de kast nog een flinke duw omhoog. Als gevolg hiervan raakte de arm van Wendy bekneld tussen de kast en de muur. Wendy heeft hierbij ernstig letsel opgelopen. Uiteindelijk moest haar rechteronderarm worden geamputeerd.

Wendy stelt Monique aansprakelijk op grond van een onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. In hoger beroep heeft het hof kort gezegd geoordeeld dat Monique, door de kast te draaien, onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig jegens Wendy heeft gehandeld, nu zij hierdoor het reële gevaar in het leven heeft geroepen dat één van beide de controle over de kast kon verliezen. Omdat dit gevaar zich heeft verwezenlijkt en bij Wendy tot schade heeft geleid, is Monique hiervoor aansprakelijk, aldus het hof.

De Hoge Raad ging hier niet in mee. Volgens de Hoge Raad was het letsel toe te schrijven aan ‘een ongelukkige samenloop van omstandigheden’ en niet aan de schuld van Monique. De Hoge Raad oordeelt: “Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig, indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. (…) De door het hof aan Monique verweten gedraging – namelijk de draaimanoeuvre waardoor reëel gevaar ontstond en waardoor het letsel van Wendy uiteindelijk is veroorzaakt – maakt een ongeval als het onderhavige niet onder alle omstandigheden zodanig waarschijnlijk, dat Monique zich naar eisen van de haar jegens Wendy betamende zorgvuldigheid daarvan had behoren te onthouden. Hieraan kan niet afdoen dat het ongeval bij Wendy tot ernstig letsel heeft geleid. Dat letsel is geheel toe te schrijven aan de ongelukkige gang van zaken bij een verhuizing waarbij Monique en Wendy een kast moesten verplaatsten en deze kast, nadat zij even daarvoor een andere – soortgelijke – kast zonder ongelukkigen had verplaatst, onverwacht uit de handen van Monique is geglipt.”

Kort en goed: geen onrechtmatige daad, maar een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Toepassing ongelukkige samenloop van omstandigheden

In haar uitspraak van 11 november 2015 heeft de Rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. In deze zaak ging het om eiser die zijn hulp aan bood bij het laden van gevelplaten op een aanhangwagen. Eiser raakte met zijn vinger bekneld tussen paneel en aanhangwagen. Door deze beknelling werd het topje van de rechter wijsvinger van eiser geamputeerd.

Eiser stelt beide gedaagden aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW. Eiser legt hieraan ten grondslag dat gedaagden hebben gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamd doordat zij eiser hebben blootgesteld aan een groter risico dan redelijkerwijs verantwoord was. Eiser beroept zich hierbij op een arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2013 over de verhuizing van een wasmachine, waarin géén sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, en stelt dat gedaagden aansprakelijk zijn omdat zij de regie hadden over de hele operatie en zij daarbij tekort zijn geschoten.

Gedaagden menen dat er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet van onrechtmatig handelen en beroepen zich op het verhuizende zusjes-arrest (zie hiervoor).

De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat bepaald gedrag zou kunnen leiden tot een ongeval, nog niet betekent dat dit gedrag ook onrechtmatig is. De casus van de wasmachine vertoont wellicht op het eerste gezicht veel gelijkenis met de zaak die hier aan de orde is, maar naar het oordeel van de rechtbank verschillen de omstandigheden van die casus toch wezenlijk.

Uiteindelijk komt de rechtbank tot de conclusie dat het ongeval eiser is overkomen toen hij gedaagden een helpende hand bood, het gevolg is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De vorderingen worden afgewezen.

Conclusie

Opmerkelijk uitspraak of niet? Een ongelukkige samenloop van omstandigheden houdt in geen aansprakelijkheid en dus ook geen reden voor schadevergoeding. Kom je dan altijd met lege handen te staan? Nee. Aangezien een ongelukkige samenloop van omstandigheden bij vriendendiensten regelmatig voorkomt, hebben de meeste verzekeraars besloten bij dit soort letselschades hun verzekerde tegemoet te komen. De meeste verzekeraars bieden, ook bij het ontbreken van aansprakelijkheid, een schadevergoeding aan.

Contact

Hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *