De wetgever heeft niet duidelijk geregeld hoe het hoger beroep van een deelbeschikking (een oordeel van een rechter in een deelgeschilprocedure) eruit moest zien. Op 19 juni 2015 verscheen een belangrijk arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad meer duidelijkheid geeft over de procedurele regels bij hoger beroep en cassatie van een deelbeschikking. Het volledige arrest vind je hier.

Wat is een deelgeschil?

In een deelgeschil kunnen het slachtoffer en de verzekeraar één specifiek punt (en soms meerdere punten) van discussie in de zaak aan de rechter voorleggen. Indien je als slachtoffer dus discussie hebt met een verzekeraar of de verzekeraar een bepaalde schadepost wel of niet moet betalen, kun je die vraag in een deelgeschil voorleggen aan de rechter. De rechter hakt de knoop dan door, zodat partijen door kunnen gaan met de onderhandelingen, zonder dat de rechter daar verder aan te pas hoeft te komen. Kenmerkend is dus dat de rechter de zaak niet in zijn volle omvang beoordeelt, maar dat hij slechts over dit punt van discussie een oordeel velt. Een deelgeschil kan daarom een hele snelle en effectieve methode zijn om een geschil te beslechten.

Proceskosten

Eén van de bijzondere kenmerken van een deelgeschil is de proceskostenregeling die van toepassing is. In normale procedures geldt namelijk de regel dat de partij die (overwegend) in het ongelijk wordt gesteld, tevens wordt veroordeeld in de proceskosten van de andere partij die in het gelijk is gesteld. Wordt je in een normale procedure in het ongelijk gesteld, dan betekent dat echter niet dat je de daadwerkelijke advocaatkosten (en overige proceskosten) van de andere partij moet betalen. Op grond van het door rechters gehanteerde “Liquidatietarief” wordt de in het ongelijk gestelde partij slechts in een fractie van de daadwerkelijke advocaatkosten veroordeeld (N.B. het exacte bedrag hangt af van het aantal proceshandelingen en het financiële belang van de zaak). Hoewel het Liquidatietarief niet bindend is, volgen de meeste rechters het Liquidatietarief wel.

Bij een deelgeschil is dit gunstiger voor het slachtoffer geregeld: artikel 1019aa Rv bepaalt namelijk dat de redelijke kosten (zoals bedoeld in artikel 6:96 BW, de buitengerechtelijke kosten) die door het slachtoffer gemaakt moet worden wegens het voeren van de deelgeschilprocedure, door de aansprakelijke partij (lees: de verzekeraar) voldaan moeten worden. Indien de beslissing voor het slachtoffer negatief uitvalt (bijvoorbeeld omdat de vordering wordt afgewezen), hoeft het slachtoffer geen proceskosten te betalen aan de verzekeraar. Dit is geregeld in lid 3 van artikel 1019aa Rv.

Hoger beroep van een deelbeschikking

Maar wat kun je als slachtoffer doen als de rechter je als slachtoffer in het ongelijk stelt in een deelgeschil? De hoofdregel van artikel 1019bb Rv is dat je als slachtoffer niet in hoger beroep kunt tegen een beslissing in een deelgeschil, behoudens de mogelijkheid om een bodemprocedure starten, waarbij de rechter de zaak in zijn volle omvang beoordeelt.

Indien de uitspraak van de rechter in het deelgeschil gaat over de materiele rechtsverhouding tussen partijen (dat is bijvoorbeeld het geval als het deelgeschil gaat over de vraag of de wederpartij aansprakelijk is, of de vraag of een bepaalde schadepost voor vergoeding in aanmerking komt), en op één van die punten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud wordt beslist, bepaalt artikel 1019cc lid 1 Rv bovendien dat een dergelijke uitspraak in een deelgeschil gelijk wordt gesteld met een bindende eindbeslissing. Mocht dus na het deelgeschil een bodemprocedure worden gestart door het slachtoffer, dan is de bodemrechter in beginsel gebonden aan de uitspraak van de deelgeschilrechter. Slechts indien sprake is van een “feitelijke of juridische misslag” door de deelgeschilrechter, mag de bodemrechter opnieuw oordelen over dat punt. Een bodemrechter zal daarom niet snel anders oordelen dan deelgeschilrechter, aangezien van een feitelijke of juridische misslag niet snel sprake zal zijn.

Gelukkig voor het slachtoffer bestaat op de hoofdregel van artikel 1019bb Rv een uitzondering. Dat houdt in dat je hoger beroep van een deelgeschil tóch mogelijk is, indien de daartoe “verlof” is verkregen van de rechter in eerste aanleg om tussentijds in hoger beroep te komen van het deelbeschikking. Dat hoger beroep moet dan binnen 3 maanden na de uitspraak in het deelgeschil worden ingesteld. Let wel: alleen bij deelbeschikkingen waarin een oordeel door de deelgeschilrechter wordt gegeven over de materiele rechtsverhouding tussen partijen, is hoger beroep mogelijk.

Dat hoger beroep moet overigens worden ingesteld bij dagvaardingsprocedure en niet door middel van een verzoekschrift. Zie in dat verband de uitspraak van het Hof Arnhem –Leeuwarden van 12 augustus 2014.

Cassatie van een deelbeschikking?

Eén van de vragen die de Hoge Raad in zijn arrest van 19 juni 2015 moest beantwoorden, was of het mogelijk is om in cassatie te komen van een uitspraak in hoger beroep. De Hoge Raad beantwoorde die vraag bevestigend.

Vervolgens bevestigt de Hoge Raad dat hoger beroep (en cassatie) moet worden ingesteld door middel van een dagvaardingsprocedure.

En dan komen we tot een belangrijk punt van discussie in deze zaak. De Hoge Raad moest namelijk beoordelen welke proceskostenregeling in hoger beroep van toepassing was. Was artikel 1019aa Rv (de voor het slachtoffer gunstige proceskostenregeling) ook van toepassing in hoger beroep en cassatie? De Hoge Raad geeft aan van niet, onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis, waarin te lezen is dat de proceskostenregeling van artikel 1019aa Rv niet van toepassing is op de hoger beroepsprocedure (en de eventueel daarop volgende cassatieprocedure) tegen de deelbeschikking. In de procedure van hoger beroep en cassatie is dus gewoon de normale proceskostenregeling van artikel 237-241 Rv van toepassing.

Met deze uitspraak van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat hoger beroep en cassatie van een deelgeschil voor een slachtoffer niet zonder risico is. Wordt het slachtoffer namelijk in hoger beroep of cassatie tegen de deelbeschikking in het ongelijk gesteld, dan kan de rechter de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten.

Contact

Hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *