Op 24 november 2000 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag of gemiste inkomsten wegens het niet kunnen verrichten van zwarte werkzaamheden voor vergoeding in aanmerking kunnen komen in letselschadezaken. Kortgezegd, heeft de Hoge Raad bepaald dat ook schade door het niet kunnen verrichten van zwart werk voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen.

Recent heeft de Rechtbank Noord-Holland zich ook uitgelaten over deze kwestie. De rechtbank heeft in deze uitspraak beslist dat het niet de taak is van de rechter om de onrechtmatige situatie van het generen van zwarte inkomsten te bekrachtigen door er een vergoeding voor toe te kennen.

In de praktijk is ook te zien dat steeds meer verzekeraars pleiten voor een afwijzing van schadevorderingen die zien op gemiste inkomsten uit zwart werk. Wij als gespecialiseerd letselschadekantoor kunnen ons hier niet in vinden. Graag schetsen wij waarom wij het logisch vinden dat gemiste inkomsten uit zwart werk gecompenseerd dienen te worden door de aansprakelijke partij.

Uitgangspunten schadevergoedingsrecht

Eén van de belangrijkste uitgangspunten van het Nederlandse aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht is dat een benadeelde zijn volledige schade vergoed krijgt, wanneer deze schade door een ander is veroorzaakt of voor rekening komt van een ander. De gedachte achter ons schadevergoedingsrecht is dat de benadeelde financieel zo veel als mogelijk in dezelfde staat dient te worden gebracht als waarin hij verkeerde vóór het ongeval. Het is dus niet de bedoeling dat een gelaedeerde er na een ongeval financieel op achteruitgaat. In artikel 6:95 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”) is bepaald wat wordt verstaan onder de term ‘schade’. Voor vergoeding komen in ieder geval in aanmerking vermogensschade, verder uitgewerkt in artikel 6:96 BW, en ander nadeel voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft.

Als uitgangspunt geldt dan ook voor de berekening van de omvang van de schade van de benadeelde dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand dient te worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. In beginsel dient de schade van een gelaedeerde dan ook concreet te worden begroot, behoudens uitzonderingen. Bij een concrete schadeberekening dient er een vergelijking gemaakt te worden tussen de huidige situatie van de benadeelde na het ongeval en de hypothetische situatie waarin de benadeelde zou hebben verkeerd indien het plaatsvinden van het ongeval zou zijn uitgebleven. Op deze wijze wordt er gekeken naar de daadwerkelijke schade van de gelaedeerde. Het verschil tussen de werkelijke situatie en de hypothetische situatie wordt uitgedrukt in geld en geeft de concrete schade weer. Er wordt immers rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de benadeelde.

Grondslag en hoogte schadevergoeding voor gemiste (zwarte) inkomsten

Artikel 6:96 BW bepaalt dat vermogensschade zowel geleden verlies als gederfde winst omvat. Op grond van deze bepaling is er dus plaats voor een schadevergoeding voor gemiste inkomsten uit werk. Gemiste inkomsten uit werk zijn op basis van bovengenoemd artikel immers te kwalificeren als vermogensschade. Een benadeelde dient derhalve te worden gecompenseerd indien hij schade heeft geleden doordat hij niet kon werken. Artikel 6:96 BW bepaalt niet dat het moet gaan om witte inkomsten uit betaald werk. Wanneer er wordt gekeken naar de tekst van de wet is er dus geen plaats om een uitzondering te maken voor zwart verdiende inkomsten. De wet maakt namelijk geen onderscheid tussen schade die voortvloeit uit gemist wit werk en gemist zwart werk.

Daar komt bij dat de hoogste rechter uit ons land circa 20 jaar geleden heeft beslist dat gemiste inkomsten uit zwart werk voor vergoeding in aanmerking kan komen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest bepaald dat een benadeelde wel degelijk schadevergoeding kan vorderen indien hij geen zwarte werkzaamheden meer heeft kunnen verrichten door een schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Of deze gemiste bedragen als bruto- of nettobedragen aangemerkt dienen te worden, merkt de Hoge Raad het volgende op:

“De rechter die de omvang van de schade als de onderhavige begroot, zal aan de hand van de beschikbare gegevens moeten vaststellen en eventueel moeten schatten welk netto-inkomen de gelaedeerde zou hebben genoten of zou hebben kunnen genieten indien ter zake van de beloning van de desbetreffende werkzaamheden zou zijn overeengekomen dat belasting en premie zouden worden ingehouden.”

De vrijheid, die de rechter volgens het arrest van de Hoge Raad heeft, brengt met zich mee dat de rechter naar redelijkheid en billijkheid een schatting mag maken/dient te maken van de hypothetische netto vergoeding. In de praktijk betekent dit vaak dat er bij de schadebegroting doorgaans vanuit wordt gegaan dat het bedrag wat wordt verdiend met zwarte werkzaamheden een bruto bedrag is, waarover nog belasting en premie wordt ingehouden. Op deze manier worden gemiste zwarte inkomsten voordat ze vergoed worden, eerst ‘wit’ gemaakt.

Kortgezegd, geldt dus als uitgangspunt dat de schadevergoeding waarop de gelaedeerde aanspraak kan maken in beginsel gelijk is aan de gemiste zwarte inkomsten, verminderd met de inhoudingen en heffingen, die bij witte inkomsten ook verschuldigd zouden zijn. Door de Hoge Raad is echter niet geheel uitgesloten dat de bruto vergoeding vergoed dient te worden door de aansprakelijke partij. In dat geval zou de schadevergoeding gelijk zijn aan het daadwerkelijke bedrag aan gemiste inkomsten uit zwart werk. Indien de benadeelde hier aanspraak op wil maken, zal hij aannemelijk moeten maken dat degene voor wie hij de zwarte werkzaamheden verrichtte bereid is of zou zijn de verschuldigde inhoudingen en heffingen alsnog te voldoen. Aangezien dit in de praktijk vaak lastig is om aannemelijk te maken, zal de gelaedeerde alsnog genoegen moeten nemen met een ‘wit’ gemaakte schadevergoeding.

Het arrest van de Hoge Raad uit 2000 heeft tot op de dag van vandaag gezorgd voor bestendige jurisprudentie. De Hoge Raad heeft met zijn arrest uitleg gegeven aan de wet en als het ware de wet ingekleurd. Onder de geldende Nederlandse regelgeving valt dus ook deze uitspraak van de Hoge Raad. Wij zien geen redenen om af te wijken van deze regelgeving.

Wat zeggen lagere rechters over het vergoeden van gemiste inkomsten uit zwart werk?

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 december 2006 met zijn beslissing aangesloten bij het eerder gewezen arrest door de Hoge Raad. In zijn uitspraak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslist dat de benadeelde aanspraak kon maken op een vergoeding voor gemiste zwarte inkomsten, maar dat deze gemiste inkomsten wel moeten worden teruggebracht naar een netto-vergoeding.

De Rechtbank ‘s-Hertogenbosch besliste in een kwestie over zwart werk op 21 september 2011. Ook in deze zaak werd er een vergoeding betaald voor gemiste inkomsten uit zwart werk. Verder is interessant uit deze uitspraak dat de aansprakelijkheidsverzekeraar als verweer naar voren bracht dat voor de looptijd  voor de vergoeding rekening moet worden gehouden met de kwade kans dat het zwartwerken op enig moment door de belastingdienst zou zijn ontdekt. De rechtbank verwerpt dit verweer en meent dat het risico op ontdekking naar zijn oordeel al voldoende verdisconteerd is door niet de bruto inkomsten, maar enkel de netto inkomsten tot uitgangspunt te nemen bij de begroting van de omvang van de schade. Verder merkt de rechtbank op dat een benadeelde ook zelf nog zou kunnen besluiten op ieder moment om zijn inkomsten op te geven bij de belastingdienst.

Op 19 november 2014 besliste de Rechtbank Oost-Brabant dat zwarte inkomsten voor vergoeding in aanmerking kwamen, maar het gevorderde bedrag werd door de rechtbank wel omgerekend naar een nettobedrag.

Zoals in de inleiding al kort aangekondigd, heeft de Rechtbank Noord-Holland zich recent ook uitgelaten over de kwestie rondom het vergoeden van gemiste inkomsten uit zwartwerk. De voorzieningenrechter besliste in zijn uitspraak dat het niet de taak is van de rechter om de onrechtmatige situatie van het generen van zwarte inkomsten te bekrachtigen door er een vergoeding voor toe te kennen. De rechter oordeelde dan ook dat de zwarte verdiensten niet behoren meegenomen te worden bij de berekening van de schadevergoeding. Opvallend aan deze uitspraak is dat de voorzieningenrechter wel nog opmerkt dat het denkbaar is dat de bodemrechter, anders dan de voorzieningenrechter zelf, van oordeel zal zijn dat rekening gehouden moet worden met de zwarte inkomsten. De voorzieningenrechter merkt dan op dat de vermelde regels van de Hoge Raad in dat geval toegepast moeten worden om het verlies aan verdienvermogen van de benadeelde vast te stellen.

Mede in het licht van de eigen opmerking van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, de eerder gewezen jurisprudentie door andere lagere rechters en uiteraard het belangrijke arrest van de Hoge Raad, achten wij het onbegrijpelijk dat de voorzieningenrechter heeft beslist dat zwarte verdiensten niet meegenomen dienen te worden bij de berekening van de schadeomvang. Onze hoogste rechter heeft eerder immers beslist dat zwarte inkomsten wel degelijk voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

Argumenten van aansprakelijkheidsverzekeraars en weerlegging hiervan

Momenteel is in de huidige praktijk een tendens te zien waarin aansprakelijkheidsverzekeraars steeds vaker lijken te pleiten voor een afwijzing van schadevorderingen die zien op gemiste inkomsten uit zwart werk. Aansprakelijkheidsverzekeraars stellen zich op het standpunt dat het vergoeden van schade wegens gemiste zwarte inkomsten maatschappelijk gezien niet aanvaardbaar is. De gedachte achter dit standpunt is dat wij als maatschappij veel waarde hechten aan belastingafdracht. Met de huidige schadeafwikkeling, waarin gemiste zwarte inkomsten voor vergoeding in aanmerking komen, zou geen afstand worden gedaan van zwart werken, terwijl er door zwart werken minder belasting betaald hoeft te worden. Voor aansprakelijkheidsverzekeraars zou dit immoreel voelen.

Wij zijn van mening dat dit argument niet opgaat. Allereerst omdat in de praktijk een aansprakelijkheidsverzekeraar juist regelmatig pleit voor het inschakelen van een ‘zwart’ ingeschakelde hulp. Voor aansprakelijkheidsverzekeraars is dit namelijk doorgaans voordeliger. Dit verduidelijken wij graag met een voorbeeld. Geregeld komt het voor dat een slachtoffer van een ongeval niet meer kan voorzien in zijn eigen huishouden en tuinonderhoud wegens zijn klachten en beperkingen ten gevolge van het ongeval. Een slachtoffer mag dan aanspraak maken op hulp van derden, bijvoorbeeld door het inschakelen van een huishoudelijke hulp of een tuinman. Aansprakelijkheidsverzekeraars sturen dan regelmatig aan op het inschakelen van een ‘zwarte’ hulp. Dit scheelt immers ook in de kosten voor de verzekeraar zelf, aangezien de kosten voor zwartwerkers vaak lager uitvallen. Het zou niet redelijk zijn als de aansprakelijkheidsverzekeraar zich voor wat betreft het vergoeden van zwart werken beroept op het maatschappelijk onaanvaardbaarheidsargument, terwijl het inschakelen van ‘zwarte’ derden voor onder andere het huishouden en tuinonderhoud wel door dezelfde aansprakelijkheidsverzekeraar wordt vergoed en soms zelfs gestimuleerd.

Daarnaast is het nog maar de vraag of het vergoeden van gemiste zwarte inkomsten wel maatschappelijk onaanvaardbaar is. Het genereren van deels witte en deels zwarte inkomsten lijkt in onze huidige samenleving juist in een bepaalde mate geaccepteerd te zijn door de bevolking. Het komt bij veel beroepsgroepen namelijk dagelijks voor. Er zijn ook veel mensen die juist bewust kiezen voor het inschakelen van bijvoorbeeld een zwarte klusser, aangezien dit doorgaans een stuk goedkoper is. Ook is het nog maar de vraag of het aan de aansprakelijkheidsverzekeraar is om uit te maken wat maatschappelijk aanvaardbaar is. Wij vinden niet dat deze beoordeling dient te geschieden door aansprakelijkheidsverzekeraars, temeer omdat zij er zelf een groot belang bij lijken te hebben om gemiste zwarte inkomsten niet meer te hoeven vergoeden.

Relevant is om te kijken naar wat de toenmalige Staatssecretaris van Financiën heeft geantwoord op vragen die in 2004 zijn gesteld naar aanleiding van een krantenbericht over een schadevergoeding waarbij rekening wordt gehouden met gemist “zwart” inkomen en het arrest van de Hoge Raad van 24 november 2004. De voormalige Staatssecretaris van Financiën merkt op dat het arrest van de Hoge Raad een oordeel geeft over een privaatrechtelijk geschil tussen een gelaedeerde en een verzekeringsmaatschappij. De Staat is bij een dergelijke civiele procedure niet betrokken. Er is sprake van een privaatrechtelijk karakter. Juist dit privaatrechtelijke karakter leidt er ons inziens toe dat het niet aan de aansprakelijkheidsverzekeraar is om te bepalen dat gemiste inkomsten uit zwart werk niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat dit maatschappelijk verantwoord is. Het gaat immers om de partijen onderling en niet om de betrokkenheid van de maatschappij, in tegenstelling tot andere rechtsgebieden.

Ook komt de volgende vraag bij ons op: in hoeverre is het gegrond dat een schadevergoedingsclaim die niet maatschappelijk verantwoord zou zijn tevens niet gerechtvaardigd zou zijn? Wij pleiten voor een onderscheid tussen hetgeen maatschappelijk verantwoord en gerechtvaardigd is. Nu een vergoeding voor inkomsten uit zwart werk noch door de wetgever noch door de Hoge Raad is uitgesloten, stellen wij ons op het standpunt dat een vergoeding hiervoor juist wel gerechtvaardigd is. Een slachtoffer dient immers zo goed mogelijk in de (financiële) situatie worden gebracht waarin hij verkeerde vóór de schadeveroorzakende gebeurtenis. Het zou niet rechtvaardig zijn als een benadeelde er na een schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is financieel op achteruitgaat. Daar komt bij dat het niet afdragen van belastingen en premieheffing en/of het niet opgeven van inkomsten op zichzelf geen onrechtmatige daad oplevert of een tekortschieten jegens de aansprakelijke partij van de schadeveroorzakende gebeurtenis of diens aansprakelijkheidsverzekeraar.

Tevens is van belang dat het bij het vergoeden van gemiste zwarte inkomsten, zoals hier bedoeld, niet gaat om illegale en verboden activiteiten. De werkzaamheden die zwart worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door een stukadoor, tuinman, taxichauffeur of loodgieter, zijn op zichzelf niet illegaal. Dit brengt met zich mee dat ook niet kan worden gesproken van het verrichten van werkzaamheden in strijd met de rechtsorde. Dit pleit ons inziens er ook voor dat het rechtvaardig is om het gemiste genoten inkomen, uit de niet-illegale werkzaamheden, bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding mee te nemen.

Het is ook niet zo dat de zwart werkende benadeelde zelf geen enkel risico loopt. Integendeel zelfs. De benadeelde draagt immers continu het risico op ontdekking van zijn zwarte inkomsten door de belastingdienst. De benadeelde kan in dat geval geconfronteerd worden met een flinke belastingaanslag en een boete. Daarnaast loopt een benadeelde na een ongeval het risico dat niet zijn volledige schade vergoed wordt door de aansprakelijkheidsverzekeraar, aangezien doorgaans zijn zwart verdiende inkomsten eerst ‘wit’ gemaakt dienen te worden op basis van de bestendige jurisprudentie. Dat betekent dat er alsnog een percentage van de schade van de benadeelde wordt ingehouden wegens de in mindering te brengen belasting en premie. Ook draagt de benadeelde het risico dat hij niet kan bewijzen dat hij zwarte inkomsten genereerde. De bewijslast van het bestaan en de hoogte van de gemiste zwarte inkomsten rust op de benadeelde. Uit de praktijk blijkt dat dit bewijs lang niet altijd gemakkelijk te leveren is. Opdrachtgevers of werkgevers zijn vaak huiverig met het verstrekken van een verklaring omtrent het zwartwerken, bijvoorbeeld uit angst om zelf betrapt te worden. Indien de benadeelde geen afdoende bewijs kan leveren, krijgt hij zijn gemiste zwarte inkomsten niet vergoed. Kortom, iemand die ervoor kiest om zwart te werken loopt zelf ook continu risico’s.

Een ander argument tegen het niet-vergoeden van gemiste inkomsten uit zwart werk is uiteraard dat dit niet in lijn is met het eerder gewezen arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft immers beslist dat gemiste zwarte inkomsten wel degelijk voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Gemiste zwarte inkomsten zijn door lagere rechters ook meerdere malen meegenomen in de begroting van de hoogte van de schadeomvang.

Conclusie

Wij menen dat het logisch is dat aansprakelijkheidsverzekeraars compensatie bieden voor gemiste inkomsten uit zwart werk binnen het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht. Het Burgerlijk Wetboek sluit vergoedingen voor gemiste zwarte inkomsten niet uit. Ook in de jurisprudentie is niet bepaald dat zwart gegenereerde inkomsten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Uit het arrest van de Hoge Raad is juist af te leiden dat gemiste inkomsten uit zwart werk juist wel voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Wel wordt er in de praktijk vaak uitgegaan van een brutobedrag waarover nog belastingen en premies verschuldigd zijn.

Het argument van aansprakelijkheidsverzekeraars dat het vergoeden van gemiste zwarte inkomsten maatschappelijk onaanvaardbaar zou zijn, gaat volgens ons niet op. Aansprakelijkheidsverzekeraars stellen immers zelf regelmatig voor aan een benadeelde om een zwarte hulp in te schakelen voor bijvoorbeeld het huishouden of het tuinonderhoud. Daarnaast zijn wij van mening dat zwartwerken in onze maatschappij juist in een bepaalde mate geaccepteerd wordt, vooral in bepaalde beroepsgroepen. En zelfs als vast zou komen te staan dat het vergoeden van gemiste zwarte inkomsten maatschappelijk onaanvaardbaar is, betekent dit niet dat het niet rechtvaardig is om deze schade aan een gelaedeerde te vergoeden. De gelaedeerde lijdt immers schade door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. De gelaedeerde pleegt geen onrechtmatige daad jegens de aansprakelijke partij door zwarte inkomsten te genereren. Ook zijn de werkzaamheden die worden uitgevoerd en waarmee zwarte inkomsten worden gegenereerd op zichzelf niet illegaal of verboden. Daarnaast loopt de zwartwerkende benadeelde zelf juist veel risico’s, bijvoorbeeld op ontdekking door de belastingdienst, het niet kunnen bewijzen van zijn inkomsten uit zwart werk en een lagere schadevergoeding omdat de zwarte inkomsten eerst ‘wit’ gemaakt moeten worden.

Wij pleiten er dus voor dat een benadeelde wel degelijk aanspraak kan maken op gemiste inkomsten uit zwartwerk indien de benadeelde het slachtoffer is geworden van een schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *