Hard ingrijpen politie rondom ADO Den Haag – Willem II was onrechtmatig

Op 17 december 2020 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld over het optreden van de Politie rondom de voetbalwedstrijd tussen ADO Den Haag en Willem II. De uitspraak is op 25 februari 2021 gepubliceerd. U kunt de uitspraak hier teruglezen.

Feiten

Op 23 november 2019 deden er zich ongeregeldheden voor rondom de voetbalwedstrijd tussen ADO Den Haag en Willem II. Nadat ADO voor eigen publiek op achterstand kwam in de tweede helft, besloot een deel van de Haagse aanhang om de tribunes te verlaten en verhaal te gaan halen bij de hoofdingang van het stadion. Een groep van ongeveer 250 fans had het vanwege de teleurstellende sportieve prestaties op dat moment gemunt op het bestuur van de eigen club. De sfeer was volgens aanwezigen grimmig en agressief.

Om te voorkomen dat de fans de hoofdingang konden bereiken, is de ME van de Politie ingezet. De ME heeft door het vormen van een linie geprobeerd de supporters tegen te houden en terug te dringen. Hierbij is het tot een charge van de ME gekomen, welke als doel had om de groep supporters naar achteren te drijven. Bij de charge zijn wapenstokken gebruikt en zijn hondengeleiders met diensthonden ingezet.

Een van voetbalsupporters heeft ondanks de charge van de ME nagelaten om zich uit de voeten te maken. Hij is door een diensthond gebeten en voorovergevallen. Vervolgens heeft hij al zittend twee klappen gekregen met de wapenstok. Nadat de voetbalsupporter zich omdraaide en probeerde op te staan, heeft hij nog een aantal klappen met de wapenstok gekregen van andere politieambtenaren. Hij heeft hierbij bijtwonden opgelopen en zijn linkerknieschijf gebroken. Voor zijn schade heeft de voetbalsupporter de Politie aansprakelijk gesteld.

Wettelijk kader

De voetbalsupporter heeft de aansprakelijkheid van de Politie gebaseerd op artikel 6:162 BW. Specifieker zou sprake zijn van een doen in strijd met een wettelijke plicht. Of het politieoptreden op 23 november 2019 onrechtmatig is, wordt door de rechtbank beoordeeld aan de hand van de Politiewet 2012.

In artikel 3 van deze wet is bepaald dat de Politie onder meer tot taak heeft te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In artikel 7 is vervolgens bepaald dat de Politie bij de uitvoering van die politietaak bevoegd is in de rechtmatige uitoefening van haar bediening geweld te gebruiken. Het gebruik van geweld is echter wel begrensd: het gehanteerde geweld moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit (is het gebruik van geweld in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd?) en subsidiariteit (kan het doel niet met een minder ingrijpend middel worden bereikt?). Tevens moet aan het geweld zo mogelijk een waarschuwing voorafgaan.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat sprake was van een grimmige, agressieve situatie. Nu een grote groep supporters op de linie van de Politie afkwam en de linie van de Politie sterk in ondertal was, acht de rechtbank het gerechtvaardigd dat de Politie heeft ingegrepen en een charge heeft uitgevoerd. De mondelinge waarschuwingen die door de politieambtenaren zijn afgegeven voldoen volgens de rechtbank. De rechtbank stelt weliswaar dat het in de onderhavige situatie de voorkeur had verdiend om per megafoon te waarschuwen, maar verwijt de Politie niet dat dit uiteindelijk niet gebeurd is.

Wat rest is de vraag of het door de Politie richting de voetbalsupporter gebruikte geweld aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit heeft voldaan. De rechtbank acht het inzetten van de politiehond proportioneel gezien de situatie. Ook aan de subsidiariteitseis is naar het oordeel van de rechtbank voldaan, omdat de voetbalsupporter zonder inzet van de politiehond waarschijnlijk niet gestopt had kunnen worden.

Voorts acht de rechtbank ook de twee klappen die de voetbalsupporter heeft gekregen met de wapenstok in overeenstemming met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit geldt echter níét voor alles dat daarna is gebeurd. Volgens de rechtbank had de Politie de voetbalsupporter op enig moment de kans moeten geven om op te staan toen die zich omdraaide. Door op dat moment door te blijven slaan met de wapenstok heeft de Politie de voetbalsupporter die kans niet gegeven. Voor dat gedeelte van het politieoptreden geldt dat niet is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat gedeelte van het politieoptreden is dus onrechtmatig geweest.

Conclusie

De rechtbank acht het uiteindelijk niet aannemelijk dat het knieletsel van de voetbalsupporter is veroorzaakt door het onrechtmatige politieoptreden. Volgens de rechtbank is dit letsel namelijk veroorzaakt door het handelen van de Politie vlak daarvoor, welk handelen rechtmatig was. Daardoor ontbreekt het causaal verband tussen het onrechtmatige optreden van de Politie en het knieletsel van de voetbalsupporter, en is de schade die voortvloeit uit dat letsel niet toewijsbaar. Het voorgaande neemt echter niet weg dat indien het onrechtmatige politieoptreden wél rechtstreeks tot schade had geleid, deze schade door de Politie vergoed had moeten worden aan de voetbalsupporter.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Dit blog is geschreven door Demen Bülbül. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 212 0027, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.