Onlangs heeft de rechtbank Noord-Holland zich uitgelaten over aansprakelijkheid in groepsverband. De uitspraak vind je hier. De casus is als volgt.

De feiten

Eiser is op 27 september 2015 mishandeld door X en heeft daarbij forse verwondingen opgelopen aan zijn hoofd, te weten een gebroken neus, een gebroken oogkas, een gebroken jukbeen en een gebroken bovenkaak. X is op 30 augustus 2016 strafrechtelijk veroordeeld voor zware mishandeling. In de strafzaak heeft eiser zich gevoegd als benadeelde partij en is X veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 8.761,00. Omdat de schade van eiser echter hoger was dan de vergoeding die in de strafzaak is toegewezen, is eiser bij de rechtbank Noord-Holland een civiele procedure gestart tegen X. In deze procedure heeft de rechtbank X veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 17.803,94 aan eiser. Eiser is er echter niet in geslaagd om dat bedrag te incasseren bij X. Omdat eiser bij X bot heeft gevangen, wendt hij zich opnieuw tot de rechter. Ten tijde van de mishandeling was X namelijk samen met de gedaagde op pad. Voor het gemak noemen we de gedaagde “Y”. Y is viermaal door de politie verhoord, maar uiteindelijk niet strafrechtelijk vervolgd.

In de civiele procedure tegen Y komt vast te staan dat Y eiser niet heeft mishandeld. X is degene die het letsel heeft toegebracht. X en Y zaten echter wel samen in de auto. Volgens Y gingen zij een patatje eten, toen X eiser uit het niets opzocht en hem mishandelde. Y stelt dat hij er naartoe is gerend met de bedoeling de strijdende partijen uit elkaar te halen.

De vraag is nu: kan Y – naast X – op grond van groepsaansprakelijkheid aansprakelijk worden gehouden voor de schade van eiser? Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het eerst van belang het juridisch kader te schetsen.

Het juridisch kader

In artikel 6:166 BW is de grondslag voor groepsaansprakelijkheid te vinden. In dit artikel staat:

  • Indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend.
  • Zij moeten onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen, tenzij in de omstandigheden van het geval de billijkheid een andere verdeling vordert.

De aansprakelijkheid van artikel 6:166 BW berust op de deelneming aan gedragingen in groepsverband (twee of meer personen), waarvan de kans op het aldus toebrengen van schade (de mishandeling) de deelnemers had behoren te weerhouden van het deelnemen aan die gedragingen in dat groepsverband.

Van deelneming is sprake indien een betrokkene op een of andere manier door zijn gedragingen een bijdrage heeft geleverd aan het geheel van de gedragingen in groepsverband die het gevaar voor toebrenging van schade hebben doen ontstaan. Verder dient tussen die bijdrage en de bijdragen van andere deelnemers aan die gedragingen een zodanige mate van samenhang te bestaan dat de gedragingen van betrokkene en die anderen als gedragingen in groepsverband kunnen worden aangemerkt.

Verder is nodig dat de gezamenlijkheid van het handelen de kans op de schade zoals die zich voordoet verhoogt, met name door het ontstaan van een sfeer die het gevaar oproept of vergroot, en dat de deelnemers deze kans bewust aanvaarden. Niet is vereist dat het aangesproken groepslid (de) schade heeft veroorzaakt.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient te beoordelen of op basis van de feiten het gedrag van Y kan worden gekwalificeerd als een gedraging is groepsverband. De rechtbank acht het in dat kader van belang dat de stelling van Y, dat hij samen met X een patatje ging eten en X uit het niets eiser opzocht en hem mishandelde, door eiser onvoldoende gemotiveerd is betwist. Verder acht de rechtbank het feit dat Y pas aan kwam lopen nadat de mishandeling was aangevangen, van belang voor het oordeel of sprake is van een gedraging in groepsverband.

Volgens de rechtbank blijkt niet uit de feiten dat Y voorafgaand aan de mishandeling enig vermoeden heeft gekoesterd, of had moeten koesteren, dat X opeens zou besluiten om eiser te mishandelen. Eiser stelt echter dat het Y te verwijten is dat hij zich niet aan het geweld heeft onttrokken. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Volgens de rechtbank valt uit de feiten namelijk geen sfeer of situatie af te leiden die meebrengt dat het Y kan worden verweten dat hij zich niet uit de voeten had gemaakt.

Conclusie

De slotsom is dat Y weliswaar aanwezig was ten tijde van de mishandeling, maar dat deze aanwezigheid an sich nog niet leidt tot aansprakelijkheid van Y op grond van groepsaansprakelijkheid. Dat betekent dat eiser uitsluitend zijn vordering kan claimen bij X. En dat is natuurlijk spijtig, aangezien X geen verhaal biedt.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Of er sprake is van groepsaansprakelijkheid is erg casuïstisch. Aan de hand van de feiten kunnen onze specialisten voor u inschatten of uw vordering kans van slagen heeft. Aarzel dus niet om contact met ons op te nemen.

Dit blog is geschreven door Nicole Verpaalen. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *