Al eerder hebben wij een artikel geschreven over de aansprakelijkheid bij vriendendiensten. Klik hier voor dit artikel. De aansprakelijkheid bij vriendendiensten vormt één van de meest omstreden onderwerpen in het aansprakelijkheidsrecht. In de rechtspraak wordt zeer wisselend geoordeeld over dit onderwerp. Het is daarom goed eens stil te staan bij deze aansprakelijkheidsvorm.

Geldt er een verhoogde drempel voor aansprakelijkheid bij vriendendiensten? Of zou je als slachtoffer bij een vriendendienst juist altijd je schade moeten kunnen verhalen? Onze advocaten bedenken graag hoe situaties verbeterd kunnen worden. Zo discussieerden wij tijdens een overleg op kantoor over de aansprakelijkheid bij vriendendiensten en de verschillende zienswijze die rechters erop nahouden. Wij kwamen tot een praktische oplossing. In dit artikel zetten wij onze oplossing uiteen.

Wanneer wordt jouw schade vergoed?

‘Ieder draagt zijn eigen schade’ is een juridisch uitgangspunt in Nederland. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken indien er een rechtsgrond bestaat om deze schade op een ander af te wentelen. Anders gezegd: indien een ander voor deze schade aansprakelijk is.

De heersende opvatting is momenteel dat de vriend die helpt bij de vriendendienst als snel in de kou blijft staan als hij schade lijdt. In de literatuur pleit men er immers voor om een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel aan te nemen. Dit betekent dat je niet snel aansprakelijk bent voor de schade van je helpende vriend, omdat je een zekere foutmarge toekomt. Beide partijen weten namelijk dat ze niet te maken hebben met professionele partijen en dat er daardoor sneller schade kan ontstaan. Daarnaast is een zekere mate van ondeskundigheid en onoplettendheid gebruikelijk. In veel gevallen wordt daarom aansluiting gezocht bij de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel in sport- en spelsituaties. Er kan namelijk niet worden verwacht dat de deelnemers bij een vriendendienst (net als in sport- en spelsituaties) de maximale veiligheidsnormen in acht nemen. Dit betekent dus dat de aansprakelijkheid voor vriendendiensten beperkt wordt. Nogmaals: als helpende vriend sta je met legen handen.

Gevoelsmatig is dit misschien te rechtvaardigen. Je wil ook niet direct aansprakelijk worden gehouden als een vriend je helpt. Wij zien dit echter anders. Wij nemen als voorbeeld het verhuizende zusjes-arrest. In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden houdt géén aansprakelijkheid in en dus ook géén reden voor schadevergoeding. In dit geval was er echter sprake van zeer ernstig letsel, welk letsel was opgelopen tijdens een vriendendienst. Uiteindelijk moest de rechteronderarm van een van de zusjes geamputeerd worden. Mede om deze reden vinden wij een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel géén goede oplossing. We vinden dat het in het belang is van beide partijen wanneer de helpende vriend niet aan zijn lot wordt overgelaten.

Wat is wel een goede oplossing?

Als een verhuisbedrijf tijdens de verhuizing je spullen beschadigt krijg je de schade vergoed. Het verhuisbedrijf heeft daarvoor een verzekering. Maar als een vriend iets beschadigt tijdens een verhuizing ligt dit wezenlijk anders. Zeker nu er niet alleen sprake kan zijn van materiële schade (beschadigde spullen), maar ook letselschade. Je helpende vriend is echter geen professioneel verhuizer. Hij helpt je belangeloos. Deze vriend is ook niet zondermeer aansprakelijk voor deze schade. De rechter vindt het namelijk al snel een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Wat ons betreft ligt hier een taak weggelegd voor de verzekeraars. Tegenwoordig maken enkele verzekeraars al uitzonderingen door de (materiële of immateriële) schade die veroorzaakt is tijdens een vriendendienst te vergoeden. Sommige verzekeraars hebben hier inmiddels al in voorzien door het opnemen van een vriendendienstclausule in de voorwaarden. Wel zit er een maximum aan het verzekerde bedrag. Doorgaans is dat rond € 12.500,00. ABN AMRO, Interpolis, Reaal en ZLM vergoeden tot € 25.000,00.

Onze oplossing: voor de vriendendienst dient specifiek een alinea te worden opgenomen in alle Aansprakelijkheidsverzekeringen voor personen (de AVP). Aansluiting kan worden gezocht bij de polisbepalingen van een Schadeverzekering voor inzittenden (SVI-verzekering) en dan met name voor wat betreft de dekking. De alinea kan als volgt komen te luiden:

“De aansprakelijkheidsverzekering voor personen vergoedt de schade die een ander dan de verzekerde oploopt tijdens een vriendendienst, behoudens opzet of bewuste roekeloosheid.”

Aansprakelijkheid van de verzekerde is dus geen vereiste voor de dekking. Het risico voor de verzekeraar ligt ook veel lager dan het risico bij bijvoorbeeld een Schadeverzekering voor inzittenden. Immers in het verkeer komen meer ongevallen voor dan wanneer vrienden elkaar helpen. Daarnaast wordt de drempel om elkaar te hulp te schieten ook weggenomen. Wel zal er sprake zijn van een maximaal verzekerde som. Dit is mede afhankelijke van de premie die zal worden betaald. De maximaal verzekerde som dient in ieder geval niet beperkt te zijn tot slechts € 25.000,00. De schade valt namelijk vaker hoger uit. Ook voor de maximale verzekerde som kan aansluiting worden gezocht bij de Schadeverzekering voor inzittenden. De verzekerde som is bij zo’n verzekering vaak € 1 miljoen.

De premie van een Schadeverzekering voor inzittenden is niet hoog. De extra premie om de vriendendienst mee te verzekeringen op een AVP zal echter nog lager zijn, omdat het risico op schade door een vriendendienst kleiner is dan, bijvoorbeeld, een eenzijdig verkeersongeval.

Ook dient het begrip ‘vriendendienst’ afgebakend te worden. De dekking van een aansprakelijkheidsverzekering particulieren (AVP) kent namelijk veel grijze gebieden. Ook de vriendendienst is zo’n grijs gebied. Om de vriendendienst enigszins in te kaderen en de verzekeraars wat houvast te geven bij de beoordeling van het begrip ‘vriendendienst’ kan aansluiting worden gezocht bij het Johanna Kruidhof arrest (HR 28 mei 1999, NJ 1999, 564 (Gemeente Losser/Johanna Kruidhof). Wij doelen hier op de terminologie ‘normaal en gebruikelijk’. Er is sprake van een vriendendienst als het ook normaal en gebruikelijk zou zijn geweest om professionele hulp in te schakelen. Een voorbeeld: je kan je spullen laten verhuizen door een verhuisbedrijf, maar je kan ook vrienden vragen. In dit geval is er sprake van een vriendendienst.

Door het gebruiken van de terminologie ‘normaal en gebruikelijk’ voorkom je juist dat het begrip vriendendienst te ver wordt opgerekt en misbruik op de loer ligt. Dat scheelt weer een hoop discussie.

Win-winsituatie

Niet alleen verzekeraars doen hier hun voordeel mee. Ook jij als verzekerde. Op deze manier kan de schade zorgvuldig worden geregeld zonder tussenkomst van een rechter. Niet alleen neemt hierdoor de verdeeldheid over het bijzondere karakter van de vriendendienst af, maar het voorkomt ook de discussie omtrent de aansprakelijkheid. Wel zal er een premie betaald moeten worden. Dit betekent echter niet dat de vriendendienst wordt ontmoedigd. Je bent tenslotte verzekerd. Daarnaast vindt er ook géén juridisering van de privésfeer plaats. Je voorkomt juist dat degene die schade heeft opgelopen niet met lege handen komt te staan. Een win-winsituatie, aldus onze advocaten.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *