Wielrenner komt ten val op verkeersdrempel. Wegbeheerder aansprakelijk?

Onlangs heeft de rechtbank Oost-Brabant geoordeeld over de vraag of de gemeente Oss aansprakelijk is voor de schade die een wielrenner heeft opgelopen bij een ongeval op een verkeersdrempel. De uitspraak kunt u hier teruglezen.

Wat was er aan de hand?

Op zondag 1 juli 2018 heeft een wielrenner meegedaan aan een georganiseerde recreatieve fietstoertocht op een racefiets, startend vanuit Oss. Op een bepaald moment heeft de wielrenner voorgesorteerd om linksaf te slaan en is hij op een verkeersdrempel ten val gekomen. De verkeersdrempel bestond uit betonplaten met daar bovenop klinkers. De wielrenner is door de val buiten bewustzijn geraakt en met een ambulance afgevoerd. Er was onder meer sprake van ernstige fracturen.

Het geschil

De wielrenner vordert een verklaring voor recht dat de gemeente Oss aansprakelijk is voor zijn schade op grond van 6:174 BW. Op grond van dit artikel moet de gemeente er kort gezegd voor zorgen dat de weg in goede staat verkeert. Volgens de wielrenner was dit niet het geval. Op de verkeersdrempel zat namelijk een gleuf tussen twee betonplaten met daarin een hoogteverschil. Volgens de wielrenner voldeden de verschillen in hoogte en breedte niet aan de veiligheidseisen. De gemeente Oss voert verweer. Volgens de gemeente was geen sprake van een gebrek.

De beoordeling

De rechtbank overweegt dat de gemeente op grond van artikel 6:174 BW als wegbeheerder aansprakelijk is voor schade die het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg of de weguitrusting. Van een gebrek is sprake indien de weg, objectief gezien, niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mogen worden en om die reden een gevaar oplevert voor personen of zaken. Of dit het geval is hangt af van het antwoord op de vraag of de weg met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is. Van belang hierbij is onder meer dat een weggebruiker er rekening mee houden dat een weg niet altijd in goede staat verkeert en dus zelf oplettend en voorzichtig zijn.

De rechtbank overweegt dat voor verkeersdrempels de algemene CROW-richtlijnen gelden. Deze richtlijnen bevatten objectieve aanknopingspunten voor het antwoord op de vraag of een weg voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.  Van belang is verder dat de wielrenner ten tijde van het ongeval niet op een fietspad reed, maar op een weg in een buitengebied. Aan die weg kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan een fietspad.

Op basis van de stukken in de procedure oordeelt de rechtbank dat niet kan komen vast te staan dat er een gleuf en een hoogteverschil van 2,5 centimeter bestonden tussen de betonplaten op de drempel. Ook indien dit wel het geval was, kan volgens de rechtbank niet worden geconcludeerd dat de weg gebrekkig was. De normen waaraan in dit geval getoetst moet worden, kwalificeren dergelijke afwijkingen immers niet als ernstig. In het algemeen geldt verder dat een weggebruiker rekening moet houden met enige oneffenheid in een weg, zeker waar het gaat om een weg in een buitengebied die doorgaans ook veelvuldig door landbouwverkeer wordt gebruikt. Nu er geen sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 6:174 BW, wordt de vordering afgewezen. De wielrenner moet zijn eigen schade dragen.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Dit blog is geschreven door Jarno te Bogt. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 212 0027, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.