Met de kerst voor de deur kunnen bijpassende versieringen en verlichtingen in en om het huis niet ontbreken. Dit gaat echter niet altijd zonder gevaren en risico’s. Zo ook niet in de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 16 mei 2012. In deze zaak liep een student oogletsel op toen bij het ophangen van kerstverlichting een wegschietende spijker in zijn oog belandde. Een uitspraak die weliswaar uit de oude doos komt, maar zeker het bespreken waard is.

Wat was er aan de hand?

Op 12 december 2012 hingen twee studenten gezamenlijk kerstversiering- en verlichting op in hun studentencomplex. Voor de verlichting in de woonkamer moest één van hen op een stoel staan om een spijker in de betonnen muur te slaan. Twee meter daarachter stond het slachtoffer, met nog enkele studenten, in de richting van de betreffende muur te kijken. Terwijl hij naar het ophangen van de kerstverlichting keek, schoot een spijker in de richting van hem. Hij liep daarbij blijvend oogletsel op. De vraag in deze zaak was of degene die de spijker in de muur sloeg een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW pleegde.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank was van mening dat men in het licht van een onrechtmatige daad naar alle omstandigheden van het geval moet kijken. Zij verwijst daarbij naar de Kelderluik-criteria die als leidraad worden gebruikt bij het beoordelen van aansprakelijkheid in een gevaarzettende situatie. Het gaat dan om de mate van waarschijnlijkheid dat de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid (van anderen) niet in acht werd genomen, de kans dat door deze onoplettendheid ongevallen ontstaan, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van het nemen van veiligheidsmaatregelen.

Het oordeel van de rechtbank op de vraag of degene die de kerstverlichting ophing onrechtmatig handelde, luidde ontkennend. Ter onderbouwing gaf de rechtbank ten eerste aan dat bij het ophangen deugdelijk materiaal werd gebruikt, namelijk geschikte betonspijkers. De stelling van het slachtoffer dat er in zijn algemeenheid in beton moet worden geboord en het slaan met ongeschikte spijkers gevaarzettend is, was daarom onjuist.

Verder was de kans dat de spijker zou wegspringen en hierdoor oogletsel zou ontstaan bij een persoon die twee meter daarachter stond, dermate klein dat degene die de kerstverlichting ophing hierop niet bedacht hoefde te zijn. Van hem kon daarom niet worden verwacht dat hij anderen voor dit risico zou waarschuwen of enige voorzorgmaatregelen zou treffen. Hij had volgens de rechtbank niet de plicht om de anderen bijvoorbeeld uit de betreffende kamer te sturen voordat hij de spijker in het beton sloeg.

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat in het kader van een onrechtmatige daad naar de kenbaarheid van het betreffende gevaar moet worden gekeken. Een wegschietende spijker is niet een gevaar dat de betreffende persoon van tevoren kon of mocht verwachten. Het geven van een algemene waarschuwing voor dit gevaar was dan ook niet verplicht nu het slachtoffer toekeek hoe de spijker in de muur werd geslagen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *