Wanneer begint de verjaringstermijn te lopen?

Op 24 november 2020 oordeelde het Gerechtshof Amsterdam over de vraag op welk moment de verjaringstermijn is gaan lopen bij een slachtoffer van psychische klachten, waarvan de exacte diagnose pas jaren later werd gesteld. U kunt het arrest hier teruglezen.

Wat is er gebeurd?

Op 18 november 2006 heeft tussen de betrokken partijen een handgemeen plaatsgevonden. Beide partijen hebben daarbij verwondingen opgelopen. De appellant in bovengenoemde zaak heeft dezelfde dag aangifte van mishandeling bij de politie gedaan. Kort na het handgemeen heeft de appellant hulp gezocht in verband met nachtmerries en het feit dat hij het incident herbeleefde.

De officier van justitie is niet tot vervolging overgegaan. In 2007 heeft de appellant daarover bij het hof geklaagd. Dit beklag is uiteindelijk door het hof ongegrond verklaard. Uit die kwestie blijkt dat appellant in het klaagschrift stelt dat hij nog steeds lichamelijke en psychische klachten van het gebeurde ondervindt.

Uiteindelijk is de appellant een civiele procedure gestart tegen de andere betrokken partij. De appellant heeft de dagvaarding in eerste aanleg uitgebracht op 5 september 2018.

Appellant vordert in de civiele procedure dat de andere betrokken partij, oftewel de geïntimeerde, wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding voor de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade van € 27.164,57. Verder vordert de appellant dat de geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van verschillende PTSS hulphonden, begroot op € 114.600.

De rechtbank in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de vordering van de appellant is verjaard. De appellant heeft daarom hoger beroep ingesteld.

Hoe oordeelt het hof?

In hoger beroep betoogt de appellant met zijn grief dat hij als gevolg van het handgemeen een posttraumatisch stresssyndroom heeft opgelopen. Hij heeft deze diagnose pas op 21 november 2013 van zijn behandelaar gehoord. Volgens de appellant is daarom de verjaring pas gaan lopen op 21 november 2013.

De dagvaarding was op 5 september 2018 uitgebracht. Dit is volgens de appellant nog binnen de verjaringstermijn. Volgens de appellant heeft de rechtbank daarom ten onrechte geoordeeld dat de vordering verjaard is.

Het hof overweegt dat een schadevordering verjaart vijf jaar nadat de benadeelde met de schade en de aansprakelijke persoon bekend is geworden. Het hof verwijst hiervoor naar artikel 3:310 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.

In onderhavige zaak gaat het om de vraag wanneer de appellant met de schade bekend is geworden. Voldoende hiervoor is dat de appellant bekend is geworden met de schade die hij lijst als gevolg van het handgemeen. Voor deze bekendheid met de schade is dus niet vereist dat de appellant bekend is met alle componenten of de gehele omvang van zijn schade.

Uit de eerdere zaak bij het hof uit 2007 is gebleken dat de appellant al op 26 november 2007 heeft aangegeven dat hij last had van psychische klachten als gevolg van het handgemeen. Volgens het hof was de appellant daarom vanaf dat moment al daadwerkelijk in staat om een vordering in te stellen.

Het hof overweegt dat voor het aanvangen van de verjaringstermijn dus niet is vereist dat de exacte diagnose PTSS al was gesteld. De verjaring is daarom volgens het hof gaan lopen op uiterlijk 26 november 2007. De vordering van de appellant was daarom al geruime tijd verjaard alvorens de appellant de dagvaarding in de civiele zaak uitbracht. De uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg wordt dan ook door het hof bekrachtigd.

Verjaring in letselschadezaken

 Verjaring betekent, kortgezegd, dat er na het verstrijken van een bepaalde termijn geen aanspraak meer kan worden gemaakt op een schadevergoeding. Artikel 3:310 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een zaak verjaart wanneer er vijf jaren zijn verstreken vanaf de datum dat het slachtoffer zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Deze vijfjaarstermijn wordt de relatieve verjaring genoemd.

Om te voorkomen dat de verjaringstermijn afloopt kan deze termijn worden gestuit. Er dient dan een brief gestuurd te sturen naar de aansprakelijke partij waarin wordt medegedeeld dat de verjaringstermijn wordt gestuit en dat het recht op nakoming wordt voorbehouden. Er begint na deze stuiting weer een nieuwe verjaringstermijn te lopen die gelijk is aan de oorspronkelijke termijn.

Er geldt ook nog een absolute verjaringstermijn van 20 jaar. Deze termijn is van toepassing vanaf het moment dat de letselschade opgelopen is. Hierbij kan gedacht worden aan zaken waarin pas na lange tijd, bijvoorbeeld na 15 jaar, duidelijk is geworden dat er schade is geleden. Dit komt geregeld voor bij asbestzaken. Na deze termijn van 20 jaar kan er geen aanspraak meer worden gemaakt op een schadevergoeding. Deze lange termijn is overigens niet meer aan de orde zodra het slachtoffer met de schade en de aansprakelijke persoon bekend is: dan is alleen de korte termijn van vijf jaar nog van belang.

Conclusie

 Uit bovenstaand arrest volgt dat een letselschadezaak kan verjaren. Het is dus van belang dat u als slachtoffer niet te lang wacht met het aanhangig maken van uw letselschadezaak. Jeroen Bosch Advocaten kan u hierbij helpen.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

 Dit blog is geschreven door Femke Uijen. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 212 0027, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *