Onlangs oordeelde het gerechtshof Amsterdam over een casus waarin een bezoeker van een bedrijfsfeest een groot deel van zijn rechterhand verloor nadat een door hem afgestoken stuk knalvuurwerk explodeerde. Een andere bezoeker had dit vuurwerk meegenomen. Het antwoord op de vraag of en in hoeverre de laatstgenoemde bezoeker aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade van de eerstgenoemde bezoeker staat centraal. U kunt de uitspraak hier teruglezen.

Wat is er gebeurd?

Een bedrijf heeft in het kader van het afscheid van een collega een bedrijfsfeest georganiseerd. Dit feest vond plaats op 10 december 2010 in de eigen kantine. Op het bedrijfsfeest werd veel alcohol genuttigd. Wat later op de avond is een vriend van een bezoeker van het feest (hierna: ‘A’) met de auto naar het bedrijf gereden om deze bezoeker (hierna: ‘B’) op te halen. A had illegaal knalvuurwerk bij zich, namelijk: een levensgevaarlijke Cobra 6. Dit heeft hij bij aankomst aan B laten zien, waarna B het knalvuurwerk uit zijn handen heeft gepakt. A en B zijn vervolgens samen de bedrijfskantine ingelopen. Op enig ogenblik is de Cobra 6 in handen gekomen van een andere bezoeker van het feest (hierna: ‘C’), die het in de kantine afstak. In een vergeefse poging om het stuk vuurwerk naar buiten te werken, explodeerde het in zijn hand. Hierdoor is C een groot deel van zijn rechterhand verloren en volledig arbeidsongeschikt geraakt.

C stapte naar de rechtbank. Hij was van mening dat er sprake was van een onrechtmatig handelen van A doordat hij de Cobra 6 naar het bedrijfsfeest waar veel alcohol werd gedronken, had meegenomen. De rechtbank volgt deze gedachtegang, maar let ook op de mate van eigen schuld van C. Hij is immers degene die het knalvuurwerk binnen heeft afgestoken. De rechtbank komt na een drietal stappen tot het oordeel dat A slechts aansprakelijk is voor 50% van de schade die C heeft geleden indien zijn verzekering dit dekt en slechts voor 35% indien dit laatste niet het geval is.

Wat oordeelde het hof?

Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat A aansprakelijk is voor de schade die C heeft geleden, omdat hij een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen. Ondanks het feit dat A bekend was met de gevaren die een Cobra 6 met zich meebrengt, heeft dit hem er niet van weerhouden zijn stuk vuurwerk mee te nemen naar het feest. Ook had A het niet in handen moeten laten komen van B. Op het moment dat dit toch gebeurde, had A er per direct voor moeten zorgen dat hij de Cobra 6 weer terug zou krijgen.

Tevens is het hof van mening dat C een zekere mate van eigen schuld aan de door hem geleden schade heeft. Het hof komt wel tot een andere verdeling van de schade dan de rechtbank. Zo oordeelt de hogerberoepsrechter dat A en C in gelijke mate tot de door C opgelopen schade hebben bijgedragen omdat C zelf ook onjuist heeft gehandeld. Hij heeft immers het knalvuurwerk afgestoken. Toch meent het hof dat in deze situatie geen 50/50-verdeling moet gelden. De gedraging van C is volgens deze rechter namelijk aanzienlijk meer verwijtbaar dan die van A. Het is een feit van algemene bekendheid dat binnen – en vooral in een dergelijk kleine bedrijfskantine – afsteken van vuurwerk levensgevaarlijk is. Daarbij komt nog dat vuurwerk pas écht gevaarlijk wordt op het moment dat het wordt afgestoken. Het feit dat C ten tijde van het ongeval alcohol heeft gedronken leidt er volgens het hof overigens niet toe dat zijn gedrag als minder verwijtbaar kan worden bestempeld.

Conclusie

Alles overziend concludeert het hof dat A slechts 10% van de door C geleden schade hoeft te vergoeden. C dient dus 90% van zijn schade zelf te dragen. Wat vindt u van deze uitspraak? Bent u het eens met het hof of zou u een andere schadeverdeling passender achten?

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *