Valpartij over een biggenrug

Op 24 mei jl. deed het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak in een kwestie waar het ging om de aansprakelijkheid van een wegbeheerder. In de uitspraak stond een situatie centraal waarbij een voetganger was gestruikeld over een biggenrug op een parkeerterrein.

Struikeling met ernstig letsel

Het slachtoffer had een bezoek gebracht aan de ABN AMRO en was daarna terug gelopen naar zijn auto, waarbij hij tussen de geparkeerde auto’s doorliep. Hij is op het parkeerterrein gestruikeld en ten val gekomen. Het letsel dat hij daarbij opliep was ernstig; hij hield aan de val een incomplete dwarslaesie over. Het ging om een parkeerterrein waarbij de parkeervakken in ‘visgraat’ motief waren opgesteld. De parkeervakken waren aangeduid met witte verf en aan de kop van de parkeervakken waren biggenruggen gesitueerd, om te voorkomen dat auto’s te ver door zouden kunnen rijden. Het parkeerterrein was van ABN AMRO. ABN AMRO heeft geen aansprakelijkheid erkend. Het slachtoffer startte een procedure bij de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank leverde de aanwezigheid van de biggenruggen op het parkeerterrein en de indeling ervan geen gebrekkige opstal op en kon de inrichting daarvan derhalve ook niet worden aangemerkt als onrechtmatig.

Hoger beroep

Met deze uitspraak was het slachtoffer het niet eens en hij ging in hoger beroep. Het slachtoffer stelde zich op het standpunt dat hij op het parkeerterrein was gestruikeld over een biggenrug die vanwege de ongebruikelijke en gebrekkige inrichting van het parkeerterrein niet goed zichtbaar was. Het parkeerterrein voldeed volgens  het slachtoffer niet aan de veiligheidseisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, zodat er naar zijn mening sprake is van een gebrekkige opstal in de zin van artikel 6:174 BW. ABN AMRO is volgens het slachtoffer ingevolge artikel 6:174 BW en 6:162 BW aansprakelijk voor de door hem ten gevolge van de val geleden en nog te lijden schade. Het slachtoffer stelt dat het ontbreken van een logische voetgangersverbinding tussen beide zijden van het parkeerterrein tot gevolg heeft dat bezoekers er des te meer voor kiezen tussen de geparkeerde auto’s door te lopen met het risico te struikelen over de aanwezige biggenruggen.

De toedracht

Er staat vast dat het slachtoffer bij zijn bezoek aan de bank, is gestruikeld op het parkeerterrein. De oorzaak van dat struikelen staat echter niet vast, terwijl dat voorwaarde is voor de eventuele aansprakelijkheid van ABN AMRO. ABN AMRO heeft in eerste aanleg en in hoger beroep betwist dat het slachtoffer is gestruikeld over een biggenrug. Dat betekent dat het slachtoffer deze toedracht moet bewijzen (artikel 150 Rv). ABN AMRO stelt zich op het standpunt dat “struikelen in zekere zin een algemeen menselijke eigenschap is”. ABN AMRO stelt dat men soms struikelt over een concreet obstakel, maar dat dit ook vaak gebeurd zonder dat er sprake is van een concrete aanleiding.

Getuigenbewijs

Er zijn getuigen gehoord om de toedracht vast te stellen. Het slachtoffer en zijn echtgenote en nog 7 andere personen. Volgens het hof volgt uit de feiten, foto’s en verklaringen in samenhang bezien dat het slachtoffer daadwerkelijk is gestruikeld over een biggenrug. Het zou volgens het gerechtshof  kunnen dat het slachtoffer op andere wijze ten val gekomen is maar ABN AMRO heeft die mogelijkheid niet aannemelijk gemaakt.

Gebrekkig opstal

Tussen partijen is niet in geschil dat ABN AMRO ten tijde van het ongeval eigenaar was van het parkeerterrein, zijnde een de opstal in de zin van artikel 6:174 lid 4 BW. ABN AMRO was verantwoordelijk voor en had zeggenschap over het parkeerterrein. Het parkeerterrein was voor het publiek toegankelijk was. Het parkeerterrein was dus “openbare weg”. Gelet op de inrichting van de opstal en de functie “parkeerterrein” beschouwt het hof ABN AMRO als wegbeheerder.

Wegbeheerdersaansprakelijkheid

Uit de jurisprudentie volgt dat op de wegbeheerder de plicht rust ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt. Deze verplichting is in art. 6:174 lid 1 en 2 BW verwoord als een risicoaansprakelijkheid. Bij het antwoord op de vraag of de weg voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, en dus niet gebrekkig zijn de ‘kelderluikcriteria’ van belang.

Het slachtoffer heeft een memo “parkeertoets” laten maken  door een consultant verkeersadvies waarin wordt ingegaan op de inrichting van het parkeerterrein. In de memo wordt de inrichting van het parkeerterrein aan de hand van de aanbevelingen van de CROW-richtlijn beoordeeld. De CROW- richtlijn zijn aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom. In de memo wordt als belangrijkste nadelen van de huidige inrichting aangemerkt dat er geen logische voetgangersverbinding is tussen beide zijden van het terrein en dat de biggenruggen niet verder gemarkeerd waardoor deze over het hoofd kunnen worden gezien.

In de procedure wees het slachtoffer op andere parkeerterreinen zonder biggenruggen en de ABN AMRO heeft foto’s overgelegd van parkeerterreinen mét biggenruggen en voerde aan dat biggenruggen op alle verschillende soorten parkeerterreinen kunnen voorkomen. Het hof beschouwt het als een feit van algemene bekendheid/ervaringsfeit dat parkeerterreinen kunnen zijn voorzien van biggen-ruggen.

Uit de memo die het slachtoffer had laten maken bleek ook dat het parkeerterrein niet voldeed aan de maatvoering volgens het CROW-Richtlijn. Hierdoor was er minder vrije loopruimte. Er was een alternatieve indeling waarbij slechts één parkeerplaats minder kon worden gerealiseerd op het parkeerterrein.  Deze alternatieve indeling biedt een vrije bewegingsruimte over het gehele terrein waarbij niet tussen geparkeerde auto’s behoeft te worden gelopen. Bij deze alternatieve inrichting zijn ook geen biggenruggen nodig om te voorkomen dat auto’s te ver doorrijden.

Het hof past de kelderluik criteria toe

Het hof overweegt dat dat de biggenruggen functioneel zijn en het een feit van algemene bekendheid is dat parkeerterreinen daarvan kunnen zijn voorzien. Maar dat neemt niet weg dat biggenruggen naar hun aard obstakels zijn waarover mensen kunnen struikelen en met het risico te vallen. En dat risico is voorzienbaar. Het parkeerterrein werd bezocht door veel mensen. Het hof oordeelt dat de kans dat er een keer iemand struikelt en daardoor (lelijk) ten val komt zeker niet verwaarloosbaar is.  Ook waren de biggenruggen weliswaar functioneel maar deze functie was niet essentieel; het betrof geen veiligheidsmaatregel zoals bijvoorbeeld aan een waterkant. Ten slotte neemt het hof in aanmerking dat ook een eenvoudige en goedkope bijdrage aan de veiligheid als het aanbrengen van een contrasterende kleur op de biggenruggen achterwege is gebleven.

Oordeel

Het parkeerterrein was gebrekkig en ABN AMRO was gehouden tot het treffen van veiligheidsmaatregelen zoals herinrichten van het parkeerterrein volgens de alternatieve inrichting of voldoende duidelijk waarschuwen door het markeren van de biggenruggen. ABN AMRO is aansprakelijk voor het ongeval van het slachtoffer.

Eigen schuld

ABN AMRO doet beroep op artikel 6:101 BW. Volgens ABN AMRO dient de schade geheel of grotendeels aan het slachtoffer te worden toegerekend nu hij tussen de auto’s op het parkeerterrein door naar zijn eigen auto is gelopen en hij kennelijk onvoldoende oplettend is geweest. Volgens ABN AMRO bedraagt haar vergoedingsplicht maximaal 25%. Het hof overweegt dat van een voetganger op een parkeerterrein de nodige oplettendheid worden mag verwacht, zeker als er geen voor de hand liggende looproute is waarvan de voetganger een vrije en onbelemmerde doorgang mag verwachten. Het hof neemt aan dat het slachtoffer kennelijk onvoldoende oplettend en voorzichtig is geweest. Het hof waardeert de causale bijdrage van ABN AMRO op 60%  en van die van het slachtoffer op 40% gezien zijn kennelijke onoplettendheid/onvoorzichtigheid.

Conclusie

ABN AMRO is aansprakelijk en dient 60% van de schade van het slachtoffer te vergoeden. Het slachtoffer heeft helaas geen beroep gedaan op de billijkheidscorrectie en het hof past deze dan ook niet toe.

Vragen over wegbeheerdersaansprakelijkheid?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of via info@jba.nl

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.