Taxivervoerder aansprakelijk voor overlijden man door val in rolstoelbus? 

Onlangs heeft de Rechtbank Rotterdam zich uitgelaten over de vraag of een taxivervoerder aansprakelijk is voor het overlijden van een volledig rolstoelafhankelijke man, als gevolg van een val in de rolstoelbus van de taxivervoerder. De uitspraak is op 21 juni 2021 gepubliceerd. U kunt de uitspraak hier teruglezen.

De feiten 

Een man uit Zwijndrecht werd enkele jaren geleden getroffen door een hersenbloeding. Als gevolg van die hersenbloeding kon hij zich niet meer bewegen en was hij volledig rolstoelafhankelijk geworden. Voor een nierdialyse werd de man driemaal per week per rolstoelbus van zijn woning in Zwijndrecht naar het Albert Schweitzerziekenhuis in Dordrecht vervoerd, en vice versa. Het vervoer van de man in de rolstoelbus werd uitgevoerd door Taxibedrijf Stam BV, dat daartoe een vervoersovereenkomst had gesloten met de zorgverzekeraar van de man.

Op zaterdag 9 juli 2016 kwam de man in de rolstoelbus ten val. De chauffeur van de rolstoelbus heeft tegenover de familie van de man verklaard de man liggend op de bodem van de rolstoelbus te hebben aangetroffen, naast zijn rechtopstaande rolstoel. Behalve de man en de chauffeur van de rolstoelbus was er niemand aanwezig in de rolstoelbus. De man was na de val aanvankelijk nog bij kennis en aanspreekbaar, maar een dag later overleed hij in het ziekenhuis alsnog, nadat zijn situatie ’s nachts was verslechterd en hij naar het ziekenhuis was gebracht. Als doodsoorzaak is een bloeding in het hoofd vastgesteld.

De nabestaanden van de man hebben aangifte van doodslag gedaan tegen de chauffeur van de rolstoelbus. Het Openbaar Ministerie heeft de strafzaak echter geseponeerd, omdat naar zijn mening onvoldoende bewezen is dat door de chauffeur van de rolstoelbus zodanig verwijtbaar is gehandeld, dat sprake is geweest van opzet of grove schuld.

Bij de civiele rechter spreken de nabestaanden van de overleden man Taxibedrijf Stam BV aan tot vergoeding van schade als bedoeld in artikel 6:108 BW. Daaronder vallen de schade vanwege gederfd levensonderhoud en de uitvaartkosten.

Wettelijk kader 

De rechtbank beoordeelt de vraag of Taxibedrijf Stam BV jegens de nabestaanden van de overleden man gehouden is tot vergoeding van de schade als bedoeld in artikel 6:108 BW in het kader van artikel 8:1147 BW. Artikel 8:1147 BW bepaalt dat de vervoerder die uitvoering geeft aan de vervoersovereenkomst aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door dood of letsel van de reiziger, ten gevolge van een ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer aan de reiziger is overkomen.

Artikel 8:1147 BW plaatst de nabestaanden van de overleden man in zoverre in een gunstige bewijspositie dat zij slechts hoeven te bewijzen dat:

1) de man een ongeval is overkomen dat tot letsel en uiteindelijk zijn dood heeft geleid, en,

2) dat de schade werd geleden ‘in verband met en tijdens het vervoer’.

De nabestaanden hoeven dus niet te bewijzen dat Taxibedrijf Stam BV als vervoerder anders heeft gehandeld dan van een zorgvuldig vervoerder mag worden verlangd c.q. dat Taxibedrijf Stam BV als vervoerder een zorgplicht heeft geschonden.

Oordeel rechtbank 

De rechtbank buigt zich allereerst over de vraag of de schade is geleden ‘in verband met en tijdens het vervoer’.

Hoewel partijen in details van mening verschillen over de precieze toedracht van het ongeval, staat volgens de rechtbank vast dat de man op 9 juli 2016 in de rolstoelbus uit de rolstoel gevallen is en toen gewond is geraakt. Dit is immers wat de chauffeur van de rolstoelbus had verklaard tegenover de nabestaanden van de man. Gezien het voorgaande acht de rechtbank Taxibedrijf Stam BV op grond van artikel 8:1147 BW in beginsel aansprakelijk voor de val en de gevolgen daarvan. De rechtbank merkt op dat niet ter zake doet of de rolstoelbus ten tijde van de val reed of stilstond. Artikel 8:1142 BW bepaalt namelijk dat het vervoer op basis van de overeenkomst van personenvervoer voortduurt zolang de persoon die wordt vervoerd de bus nog niet op de plaats van bestemming heeft verlaten. Dat laatste was in casu niet het geval.

Nu vaststaat dat de val heeft plaatsgevonden ‘in verband met en tijdens het vervoer’, buigt de rechtbank zich over de vraag of de val ook heeft geleid tot de dood van de man. Of dat laatste het geval is, is volgens de rechtbank nog onvoldoende duidelijk. De conditie van de man was vóór de val immers ook al kwetsbaar. Toch acht de rechtbank het causaal verband tussen de val en het overlijden van de man voorshands bewezen, gezien het korte tijdsverloop tussen de val enerzijds en het overlijden van de man anderzijds.

Taxibedrijf Stam BV wordt door de rechtbank toegelaten tot tegenbewijs. Slaagt Taxibedrijf Stam BW er niet in dat tegenbewijs te leveren, dan is zij op grond van 8:1147 BW verplicht om de schade als bedoeld in artikel 6:108 BW te vergoeden aan de nabestaanden van de overleden man.

Taxibedrijf Stam BV doet nog wel een beroep op de vervoerdersovermacht van artikel 8:1148 BW, omdat de rolstoel van de overleden man ondeugdelijk zou zijn geweest en de val dus zou zijn veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden. Dit beroep wordt echter verworpen door de rechtbank, omdat niet vast komt te staan dat de rolstoel ondeugdelijk was.

Conclusie 

Mocht Taxibedrijf Stam BV er niet in slagen het causaal verband tussen de val en het overlijden van de man te ontzenuwen, dan is zij op grond van artikel 8:1147 BW verplicht om de schade als bedoeld in artikel 6:108 BW te vergoeden aan diens nabestaanden. Onduidelijk is op dit moment nog of Taxibedrijf Stam BV zal ingaan op het voorstel om tegenbewijs te leveren. Daarvoor heeft het tot 14 juli 2021, wanneer de zaak weer op de rol zal komen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.