Op 13 april jl. heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak rondom de vader die zijn 3 maanden oude zoontje dusdanig door elkaar schudt dat deze er het shaken baby syndroom (hersenletsel) aan overhoudt. In het geding was aan de orde of de aansprakelijkheidsverzekeraar (AVP) van de vader, Reaal, een beroep kon doen op de opzetclausule en derhalve geen dekking hoefde te verlenen.

Rechtbank en hof

Al eerder schreven wij over deze zaak toen de rechtbank Oost-Brabant zich had gebogen over de vraag of de vader jegens de moeder aansprakelijk was voor de schade van het kind. Reaal beriep zich op de opzetclausule en vond dat zij geen dekking hoefde te verlenen. De rechtbank oordeelde echter dat Reaal geen beroep op de opzetclausule toekwam. U kunt het artikel over deze uitspraak hier teruglezen.

Reaal is tegen deze uitspraak in beroep gegaan. Op 17 november 2015 sloot het hof van Den Haag zich aan bij de uitspraak van de rechtbank. Het hof oordeelde dat niet kon worden bewezen dat de vader opzet heeft gehad op primair het doden van zijn zoon of secundair het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De strafrechter had de vader immers vrijgesproken van opzet en voorwaardelijke opzet. Reaal kon daarom volgens het hof geen beroep doen op de opzetclausule.

Hoge Raad

Reaal legde zich ook bij deze uitspraak niet neer en is in cassatie gegaan. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak gepoogd rechtseenheid te creëren middels een eenduidige uitleg en toepassing van de opzetclausule.

De opzetclausule waar Reaal zich op beroept is gelijk aan de standaard opzetclausule die door het Verbond van Verzekeraars is opgesteld. De gedachte achter deze clausule is dat het niet de bedoeling is dat verzekeraars dekking moeten verlenen voor gevallen waarbij er sprake is van gewelddadig, discriminerend of intimiderend gedrag. Daarnaast moet echter ook rekening worden gehouden met de bedoeling van de AVP, namelijk de dader- en slachtofferbescherming. Indien er teveel gedragingen onder de opzetclausule kunnen worden geschaard, is een financiële compensatie van het slachtoffer vaak ver te zoeken.

Bij toepassing van de opzetclausule is het uitgangspunt dat het opzet gericht moet zijn op de gedraging en niet op het gevolg van de gedraging: “opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht” en niet “opzettelijk tegen een persoon of zaak gericht”. In de praktijk blijkt echter dat het onderscheid tussen opzet gericht op de gedraging en opzet gericht op het gevolg niet steeds goed kan worden gemaakt. De Hoge Raad hanteert daarom de volgende uitleg van de opzetclausule:

“Er moet sprake zijn van een opzettelijk en wederrechtelijke gedraging die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt.”

De Hoge Raad nuanceert deze uitleg weer door aan te geven dat in sommige gevallen aan de voorwaarden voor toepassing van de opzetclausule is voldaan, maar dat subjectief bezien de schade naar alle redelijkheid niet aan de dader kan worden toegerekend.

Toegepast op de casus geeft de Hoge Raad het door elkaar schudden van de baby een opzettelijke gedraging is die op een persoon, namelijk de baby, is gericht en naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg hersenletsel kan meebrengen en daarom objectief gericht was op het toebrengen van dusdanig letsel. Subjectief bezien acht de Hoge Raad echter van belang dat de vader slechts de intentie had om het huilen van de baby te stoppen en niet direct in de gaten had wat de gevolgen konden zijn van het schudden. Hij stopte ook meteen met schudden toen dit wel tot hem doordrong. Daarnaast blijkt uit het psychologisch onderzoek dat in het kader van de strafzaak is verricht dat de vader een persoonlijkheidsstoornis heeft die ertoe leidt dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is.

Gezien voorgaande overwegingen, de dader- slachtofferbeschermingsfunctie van de AVP en het feit dat de gedraging van de vader niet het soort gedrag is waar de opzetclausule voor bedoeld is, oordeelt de Hoge Raad dat in dit geval de opzetclausule buiten beschouwing moet blijven. Reaal moet daarom dekking verlenen en is derhalve schadeplichtig.

Conclusie

 Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad een objectieve maatstaf voor toepassing van de opzetclausule gecreëerd, maar toegepast op de casus blijkt dat de subjectieve omstandigheden van het geval het buiten beschouwing laten van de opzetclausule kunnen rechtvaardigen. Legt u zich daarom niet meteen bij de zaak neer indien de verzekeraar een beroep doet op deze opzetclausule, wellicht is de clausule in uw geval toch niet van toepassing.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *