In juni 2017 heeft de Rechtbank ’s-Gravenhage een interessante uitspraak gewezen over de schadebeperkingsplicht van een slachtoffer. Voor de volledige uitspraak klik hier.

Wat is de schadebeperkingsplicht?

De schadebeperkingsplicht is geregeld in artikel 6:101 BW. Dit artikel ziet op de eigen schuld van het slachtoffer. Deze schadebeperkingsplicht houdt in dat het slachtoffer de verplichting heeft om de schade zo beperkt mogelijk te houden, voor zover dit redelijkerwijs van hem verlangd mag worden.

Als letselschadeslachtoffer heb je de vrijheid om eigen keuzes te maken. Deze vrijheid kan echter botsen met het belang van de aansprakelijke partij en de redelijkheid. Een bekend (en makkelijk) voorbeeld is het huren van een huurauto die velen malen luxer is dan de eigen auto. De aansprakelijke partij hoeft deze duurdere optie niet altijd te vergoeden, wanneer de goedkopere optie redelijker was.

Werking in de praktijk

Een interessante uitspraak om te lezen is de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van juni 2017. In deze uitspraak gaat het om een vrouw die op 24 juni 2013 een ongeval is overkomen. Zij werd op de fiets aangereden door een auto met aanhangwagen. Als gevolg van deze aanrijding heeft zij haar knieschijf gebroken.

De orthopeed geeft aan dat er sprake is van 2% blijvende invaliditeit en acht de kans waarschijnlijk dat op termijn van een jaar of tien artrose zal optreden.

De vrouw is in het bezit van een boerderij. Deze boerderij heeft zij van haar ouders geërfd. Zij woont daar alleen. Zij houdt een aantal dieren, maar zo gering dat er geen sprake is van een economische exploitatie. De vrouw gebruikt de vruchten voor zichzelf en beschouwd het onderhoud van de dieren als therapie voor zichzelf.

Als gevolg van het ongeval kan zij de werkzaamheden binnen de boerderij niet verrichten. Zij schakelt een 78-jarige buurman in die tegen een uurtarief van € 32,50 de zware werkzaamheden verricht. In totaal wordt de schade berekend op een bedrag van € 24.128,00 (tot de vrouw haar 67e jaar).

De aansprakelijke partij, Univé, wil de inzet van de 78-jarige buurman slechts vergoeden tot eind 2016.

De vrouw start een deelgeschilprocedure en vordert haar volledige schade. Univé is nog bereid om een “weidesleep” en een “zitmaaier” de vergoeden, maar geeft als tegenargument dat het feit dat de vrouw de boerderij niet meer zelfstandig kan draaien alleen maar aangemerkt kan worden als immateriële schade (smartengeld) en niet als vermogensschade, omdat het bedrijf (economisch) niets oplevert.

Wat oordeelt de rechtbank?

De rechtbank oordeelt als volgt: “Het onderscheid is belangrijk, aangezien de beide categorieën door andere regels worden beheerst, waarbij vermogensschade in beginsel voor volledige vergoeding in aanmerking komt, terwijl ander nadeel (immateriële schade/smartengeld) uitsluitend wordt vergoed voor zover dat billijk is.

Het onderscheid is niettemin onscherp, aangezien sommige schadeposten, zoals in dit geval de kosten die gemoeid zijn met de inschakeling van een derde om de exploitatie van de boerderij voort te zetten, zowel tot de ene als tot de andere categorie kunnen behoren.”

Welke route bewandelt de rechtbank nu?

De rechtbank geeft aan dat voor de berekening van de schade van belang is dat het slachtoffer zoveel als mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd zonder ongeval. De rechtbank is van mening dat de vrouw en de boerderij ten diepste en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De vrouw “is” in wezen haar boerderij.

De vrouw heeft haar zelfstandigheid gedeeltelijk moeten inleveren en ervaart het standpunt van Univé dat de boerderij in omvang zou moeten worden ingekrompen, althans dat de kosten van de in te schakelen derde niet volledig voor vergoeding in aanmerking komen, een straf voor iets wat de aansprakelijke partij heeft gedaan.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de kosten van de ingeschakelde derde niettemin gekwalificeerd moeten worden als vermogensschade. Het gaat hier om de kosten ter beperking van de immateriële schade die de vrouw als gevolg van het ongeval leidt.

Aangenomen moet worden dat de vrouw de kosten voor de inschakeling van de derde moet maken ter voorkoming van verdere geestelijke pijn vanwege het lichamelijk letsel als gevolg van het ongeval. Blijkens de stukken is de boerderij het levensdoel van de vrouw. De kosten van de derde komen dan ook voor vergoeding als vermogensschade in aanmerking.

Contact

Heeft u een vraag over de schadebeperkingsplicht of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *