Recht op schadevergoeding bij een datalek?

Op 25 februari 2022 oordeelde de rechtbank Rotterdam over een vordering tot schadevergoeding na een datalek. De uitspraak leest u hier terug.

Wat is er gebeurd?

Gedaagde voert in Zevenhuizen het nieuwbouwproject ‘Koningskwartier’ uit. In 2021 konden personen die belangstelling hadden voor de eventuele koop van een nieuwbouwwoning zich via een website inschrijven als kandidaat-koper. Ongeveer 1100 personen, onder wie eiser, hebben van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

Op 12 april 2021 stuurt gedaagde een e-mail aan alle 1100 personen. Bij deze e-mail heeft gedaagde een Excelbestand gevoegd met daarin persoonlijke gegevens van alle 1100 personen. De Excellijst bevat onder meer de volgende gegevens van de ingeschrevene en diens eventuele partner:

voor- en achternaam;

geboortedatum en -plaats;

adres;

e-mailadres en telefoonnummer;

gewenste koopsom;

maximaal te lenen bedrag;

jaarinkomen;

eigen middelen die de kandidaat-koper wil inbrengen;

de nieuwbouwwoningen waarin de kandidaat-koper is geïnteresseerd.

Eiser heeft vervolgens gedaagde aansprakelijk gesteld en een schadevergoeding geëist.  Gedaagde heeft geweigerd een schadevergoeding te betalen.

Wat is de eis?

Eiser vordert een betaling van € 750,- aan materiële schadevergoeding en € 20.000,-, althans een naar billijkheid te schatten bedrag, aan immateriële schadevergoeding.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt als volgt. Er is in deze zaak geen discussie over het feit dat gedaagde de persoonsgegevens van eiser heeft verspreid onder een grote groep mensen. Het verspreiden van persoonsgegevens is een vorm van verwerking zoals bedoeld in de AVG (artikel 4 sub 2 AVG). In artikel 6 AVG is bepaald dat verwerking van persoonsgegevens alleen rechtmatig is, wanneer sprake is van één van de verwerkingsgrondslagen, zoals genoemd in dat artikel. In deze zaak is geen sprake van één van deze verwerkingsgrondslagen.

De conclusie is dat gedaagde de persoonsgegevens van eiser onrechtmatig heeft verwerkt. Vervolgens dient de rechtbank te oordelen over de gevorderde schadevergoeding.

Eiser vordert een schadevergoeding van € 750,- voor het aanschaffen van een nieuwe telefoon. Hij stelt in dat kader dat hij wordt lastiggevallen door een onbekende. De rechtbank oordeelt dat het aanschaffen van een nieuwe telefoon in beginsel geen oplossing is voor dit probleem, een nieuwe sim-kaart ligt meer voor de hand. Bovendien staat het telefoonnummer van eiser ook op zijn LinkedInpagina. De rechtbank wijst deze vordering daarom af.

De tweede en tevens laatste vordering die eiser heeft ingediend is de vordering van € 20.000,- aan immateriële schadevergoeding. Hij heeft ter zitting toegelicht dat hij zich onveilig en bekeken voelt en dat zijn vertrouwen in mensen is afgenomen. Verder stelt hij dat hij zich erg onprettig voelt bij het idee dat zeer persoonlijke gegevens bij tenminste 1099 andere mensen, onder wie zijn aanstaande buren, zijn beland. Hij heeft er daarnaast op gewezen dat niet bekend is waar deze gegevens nog circuleren en dat hij daarom ook niet weet wat hem te wachten staat, hetgeen hem een naar gevoel geeft.

De kantonrechter is van mening dat gekeken dient te worden naar de aard en ernst van de onrechtmatige verwerking. Ook weegt de kantonrechter mee dat de gegevens niet openbaar zijn gemaakt aan een algemeen publiek, maar aan een beperkte groep mensen. Tot slot weegt de kantonrechter mee dat gedaagde een menselijke fout heeft gemaakt, direct de groep mensen heeft verzocht de e-mail te verwijderen en het incident heeft gemeld bij de AP.

Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter een schadevergoeding van € 250,- toe.

Tot slot

Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 69 00 888, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.