Van een predispositie is sprake indien een slachtoffer al vóór een ongeval een bepaalde latente kwetsbaarheid of aanleg heeft die hem eerder dan een ander persoon vatbaar maakt voor het optreden van bepaalde ziekte of bepaalde klachten.

Een voorbeeld van een predispositie in de rechtspraak is de aangereden hartpatiënt (Hoge Raad 21 maart 1975). Het slachtoffer reed op een brommer en werd aangereden door een tractor. Hij kwam hard ten val. In eerste instantie leek het letsel mee te vallen, maar na enkele minuten begon het slachtoffer zich onwel te voelen. Enkele dagen later overleed hij.

Het slachtoffer bleek een hartafwijking te hebben die pas aan het licht kwam na de lijkschouwing. Door de schrik is de hartafwijking hem vermoedelijk fataal geworden. In feite was het ongeval dus niet de directe oorzaak van het overlijden.

De Hoge oordeelde in deze zaak dat het de hartafwijking wel een omstandigheid was die bij de berekening van de schade van de nabestaanden moest worden meegenomen.

Uitspraak van 27 november 2015

Op 27 november 2015 heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gewezen over predispositie. Klik hier voor de link. In deze moest de Hoge Raad zich opnieuw buigen over predispositie. In deze zaak ging het om een werknemer die in december 1995 een arbeidsongeval was overkomen. Vanuit een stelling is vanaf bijna 4 meter hoogte een jerrycan met inhoud, met een gewicht van circa 5 kilogram, op zijn hoofd en schouders gevallen.

In augustus 1996 werd hij opnieuw slachtoffer van een soortgelijk ongeval. Een voorwerp met een gewicht van bijna 7,5 kilogram viel vanuit een hoogte van bijna 5 meter op zijn hoofd en bovenlichaam. Het slachtoffer werd na dit tweede ongeval arbeidsongeschikt.

De werkgeefster heeft aansprakelijkheid voor beide ongevallen erkend. De werknemer vordert van de werkgever een omvangrijke schadevergoeding van zijn letselschade vanwege blijvende arbeidsongeschiktheid.

Het hof oordeelt

Het hof overweegt in deze zaak dat de werknemer werkelijk bestaande klachten heeft en dat er sprake is van een causaal verband tussen de arbeidsongevallen en die klachten. Het feit dat er bij de werknemer sprake is van een persoonlijke predispositie waardoor hij op een somatische wijze reageert en klachten verergert, kan een factor zijn die bij de begroting van de schade moet worden meegenomen.

Het hof stelt voorop dat het feit dat bepaalde klachten langer duren door bijvoorbeeld de persoonlijkheid van de benadeelde, dit nog niet wil zeggen dat die klachten niet volledig aan het ongeval kunnen worden toegerekend. De veroorzaker van het ongeval heeft het slachtoffer namelijk te nemen zoals hij is. Dit is slechts anders in bijzondere omstandigheden en daarvan is volgens het hof in dit geval geen sprake.

Het hof oordeelt dat deze persoonlijkheid wel van belang kan zijn bij de beoordeling van de hypothetische situatie die zonder ongeval zou zijn ontstaan. In dit soort situaties wordt de schade immers vastgesteld door de situaties met en zonder ongeval te vergelijken. Bij deze vergelijking komt het mede aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent toekomstige ontwikkelingen. Zou het slachtoffer ook zonder ongeval vergelijkbare klachten hebben gehad? En wanneer en in welke omvang zouden deze dan zijn ingetreden?

Het komt dus aan op de redelijke verwachtingen. Het hof vind de omstandigheid dat de werknemer op relatief gering letsel een ernstige psychische reactie heeft getoond, zeer zwaar wegen. Het hof geeft als redelijke verwachting dat de werknemer ook een ernstige psychische reactie op een life event zou hebben omstreeks zijn 55e jaar. Daar stopt volgens het hof dan ook de schadeberekening, zeker voor wat betreft het verlies aan arbeidsvermogen.

Vernietiging arrest hof

De werknemer is het hier niet mee eens en ging in cassatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. Volgens de Hoge Raad is het niet begrijpelijk waarom de enkele omstandigheid dat de werknemer in het onderhavige geval op relatief gering letsel met een ernstige psychische reactie heeft gereageerd, aannemelijk maakt dat hij op een ander moment in zijn leven, in ieder geval op 55 jarige leeftijd, op eenzelfde wijze zou hebben gereageerd op een al dan niet ernstig life event.

Het hof heeft daarnaast ook niet gemotiveerd waarom een psychische reactie zoals die van de werknemer in het onderhavige geval in zijn algemeenheid maakt dat de werknemer als gevolg van andere gebeurtenissen dan een arbeidsongeval niet meer in staat zal zijn om te werken.

Conclusie

Wij van Jeroen Bosch Advocaten zijn het eens met de uitspraak van de Hoge Raad. De uitspraak van de Hoge Raad benadrukt namelijk dat er niet te makkelijk mag worden overgegaan tot matiging van de schade indien er sprake is van een persoonlijke predispositie.

Wanneer een rechter de looptijd van de schade beperkt vanwege een psychische predispositie als onderhavige dan mag hij zijn oordeel niet enkel baseren op algemeenheden, maar moet toch wel met concrete aanknopingspunten komen. Er bestond in deze zaak namelijk geen enkel aanknopingspunt voor het hof om te oordelen dat de werknemer op zijn 55e jaar toch wel zou zijn uitgevallen vanwege een predispositie. Het hof heeft namelijk niets vastgesteld over reacties van de werknemer op eerdere gebeurtenissen in zijn leven. Dit had wel moeten gebeuren. Zeker omdat het gaat om een beperking van de looptijd van de schade.

Contact

Hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *