Over de toedracht en vergoedingsplicht bij een verkeersongeval

Op 13 oktober 2023 publiceerde de rechtbank Amsterdam een beschikking in een deelgeschil met betrekking tot een aanrijding uit september 2021. De uitspraak is hier terug te lezen.

De procedure en de procespartijen

Het ging in deze zaak om een deelgeschil tussen enerzijds het slachtoffer van een verkeersongeval van 2 september 2021 en anderzijds de WAM-verzekeraar van de vrachtwagen die het slachtoffer aanreed, waardoor deze letselschade opliep.

De feiten in deze zaak

Het slachtoffer in deze zaak die de procedure bij de rechtbank aanspande raakte op 2 september 2021 betrokken bij een verkeersongeval vlakbij een kruising in Amsterdam. Hij wilde rijdend op zijn fiets oversteken tussen motorvoertuigen die stilstonden voor het rode verkeerslicht. Hij reed voor de vrachtwagen langs, die echter begon te rijden. Hij  kwam daardoor onder de vrachtwagen terecht met zijn benen en liep ernstig letsel op, bestaande uit verschillende breuken, huidverwondingen, licht schedelhersenletsel en psychische klachten. Het slachtoffer moest hiervoor tot en met december 2022 tien keer geopereerd worden en hield blijvende klachten aan de aanrijding over. De politie nam naar aanleiding van de aanrijding een proces-verbaal op en hoorde getuigen over de toedracht.

Het slachtoffer stelde de WAM-verzekeraar op 19 oktober 2021 aansprakelijk voor zijn schade door dit ongeval. De verzekeraar was slechts bereid om 50% van de schade te vergoeden. Vervolgens is in deze zaak een onderzoek naar de toedracht en de verkeersregels in deze zaak door MVOA verricht. MVOA bracht op 3 oktober 2022 een rapportage uit waarin werd geconcludeerd dat het slachtoffer in deze situatie tussen de stilstaande rij voertuigen mocht doorfietsen.

De WAM-verzekeraar stelde echter dat het ook zo kon zijn dat de vrachtwagen en de fietser tegelijk in beweging waren gekomen en dat de conclusie van MVOA in dat geval niet opging.  De verzekeraar en het slachtoffer werden het niet eens over de toedracht, waarna het slachtoffer de procedure opstartte. De verzekeraar schakelde daarop een verkeersongevallenanalist in met het verzoek een eenzijdig rapport in deze zaak op te stellen. Daarin werd de vraag opgeworpen of de chauffeur van de vrachtwagen het overstekende slachtoffer wel had kunnen zien nu deze mogelijk in diens dode hoek reed. De conclusie van de verkeersongevallenanalist was dat de chauffeur de fietser niet via de spiegels had kunnen waarnemen en dat, nu er haaientanden stonden, het slachtoffer in principe voorrang had moeten verlenen aan het kruisende verkeer. Omdat de fietser eerder optrok dan de vrachtwagen had de fietser moeten kunnen concluderen dat het verkeerslicht voor de vrachtwagen groen was geworden, aldus de analist.

Wat oordeelt de rechter?

Het slachtoffer verzocht de rechter om te bepalen dat beide partijen gebonden waren aan de gezamenlijke verkeersongevallenanalyse van MVOA. Ook verzocht hij te bepalen dat de verzekeraar op grond van die analyse was gehouden om zijn volledige schade te vergoeden en dus niet slechts 50%. De verzekeraar betoogde juist dat partijen niet moesten worden gebonden aan de analyse van MVOA omdat daartegen zwaarwegende en steekhoudende bezwaren bestonden.

De rechter gaf het slachtoffer in deze zaak gelijk en oordeelde dat de verzekeraar de volledige schade van het slachtoffer moest betalen nu zij aansprakelijk was. De rechter overwoog daarvoor dat in de zaak moest worden uitgegaan van de toedracht zoals die aan MVOA was voorgelegd omdat beide partijen het daarover toen (blijkbaar) eens waren. Van de verzekeraar mocht worden verwacht dat door de verzekeraar goed zou worden gekeken naar de toedracht en de vraagstelling voordat zij MVOA akkoord gaf om het onderzoek te gaan verrichten in deze zaak. De verzekeraar is immers een professionele partij die vaker met dit soort kwesties te maken heeft. De verzekeraar stelde de toedracht echter pas ter discussie toen MVOA haar conclusies al had geformuleerd, hetgeen te laat is. Daarbij speelde ook dat het rapport van MVOA volgens de rechter geen aanknopingspunten bevatte om aan de toedracht te twijfelen nu het debat niet over de toedracht maar over de (interpretatie van de) toepasselijke voorrangsregels ging. Het feitelijk uitgangspunt bleef dus dat de vrachtwagen stil stond toen het slachtoffer overstak en pas was gaan rijden toen het verkeerslicht groen werd terwijl het slachtoffer op dat moment al aan het oversteken was. Deze toedracht mocht dus volgens de rechter niet meer (opnieuw) in een procedure ter discussie gesteld worden door de verzekeraar.

De rechter ging vervolgens echter wel mee met het verweer van de verzekeraar dat partijen niet gebonden waren aan de conclusies uit het rapport van MVOA. De rechter overwoog hierbij dat MVOA in de conclusies een interpretatie geeft van de voorrangsregels, hetgeen een juridische vraag is die niet tot de expertise van een verkeersongevallenanalist behoort. De rechter oordeelde namelijk (ook) dat de interpretatie die MVOA aan de voorrangsregels gaf in deze zaak niet juist was en verwees hierbij naar het kader van art. 185 WVW. In dat artikel is opgenomen dat wanneer er sprake is van een aanrijding tussen een motorrijtuig en een fietser waarbij schade wordt toegebracht aan de fietser de eigenaar van het motorrijtuig verplicht is om de schade van de fietser te vergoeden, tenzij er sprake is van overmacht. In deze zaak was er geen sprake van overmacht noch van opzet/opzet grenzende roekeloosheid. Dit impliceert, aldus de rechter, dat de verzekeraar als uitgangspunt al minimaal 50% van de schade van het slachtoffer diende te vergoeden. Vervolgens volgt er dan een juridische discussie over de overige 50%, waarbij art. 6:101 BW (eigen schuld) een rol speelt. De rechtbank oordeelde hierover dat zij er niet van uit gaat dat het verkeerslicht voor de vrachtwagen al groen was toen het slachtoffer aan zijn oversteek begon. Dat bleek immers ook niet uit de tussen partijen vaststaande toedracht. Dat betekent dat het verkeerslicht pas groen werd toen het slachtoffer al aan het oversteken was op zijn fiets. De fietser had echter haaientanden en had in beginsel dus het verkeer op de weg voorrang moeten verlenen (art. 1 RVV). Echter, het verkeer stond in deze situatie stil voor een rood verkeerslicht. Het slachtoffer maakte volgens de rechter in die situatie dus geen verkeersfout door over te steken en de chauffeur had op zijn beurt moeten opletten toen hij begon te rijden. Echter, het slachtoffer kon wel een verwijt worden gemaakt wegens onvoldoende oplettendheid volgens de rechter. Hij controleerde namelijk niet of de chauffeur hem wel zag door bijvoorbeeld even oogcontact te maken. Dat betekende volgens de rechter dat beide partijen een fout hebben gemaakt die had bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. De rechter oordeelde dat de fouten echter niet in vergelijkbare mate hadden bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval: de fout van de chauffeur had daar in grotere mate aan bijgedragen. De rechtbank oordeelde dan ook dat de chauffeur voor 80% en het slachtoffer zelf voor 20% had bijgedragen. Op grond van de billijkheidscorrectie werd de verzekeraar verplicht om desondanks de volledige schade te vergoeden. Ook werd de verzekeraar veroordeeld in de kosten van het deelgeschil.

Tot slot

In deze zaak heeft de rechter op basis van goed te volgen uitgangspunten partijen gebonden aan de tussen hen al vaststaande toedracht. Hierbij is belang toegekend aan het feit dat de verzekeraar een professionele partij is van wie mag worden verwacht dat zij de gegevens over de toedracht en de vraagstelling goed bestudeert voordat zij akkoord geeft voor een deskundigenonderzoek. Daarna volgde een juridische discussie over de van toepassing zijnde voorrangsregels en de vergoedingsplicht.

Bent u het slachtoffer geworden van een verkeersongeval of bevindt u zich in een discussie over de toedracht met een WAM-verzekeraar die vast dreigt te lopen? Neem dan contact met ons op via info@jba.nl of 073-6900888. Wij kijken dan samen met u wat wij voor u kunnen betekenen in uw concrete situatie.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *