Onze praktijk richt zich met name op aansprakelijkheids- en verzekeringskwesties. Wij schrijven graag artikelen over uitspraken en onderwerpen binnen deze branche. Een paar weken geleden viel ons een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 13 januari 2016 op over een opstalverzekering. Klik hier voor de uitspraak. We vinden het een interessant onderwerp en een interessante uitspraak. Dit lichten wij graag nader toe.

De casus

In deze zaak ging het om een eiser die eigenaar is van een herenhuis, een oranjerie en een theekoepel op een groot landgoed. Eiser heeft deze eigendommen verworven onder de verplichting om de gebouwen te restaureren. De restauratie is al in gang gezet sinds 1985, het jaar waarin eiser deze eigendommen heeft verworven.

Begin juli 2008 heeft eiser een opstalverzekering afgesloten. Een opstalverzekering is een verzekering die schade aan een gebouw dekt. Bijvoorbeeld schade door water, brand en diefstal. In de polis waren, onder meer, de volgende bepalingen opgenomen:

Artikel 2 OMVANG VAN DE DEKKING
(…)
2.2. Gevaren/gebeurtenissen:
(…)
2.2.9 Diefstal
Diefstal van tot het verzekerde gebouw behorende materialen, alsmede de beschadiging van dat gebouw als gevolg daarvan.

Artikel 3 DEKKING NABIJ HET GEBOUW EN ELDERS BINNEN EUROPA
3.1. Deze verzekering dekt (…) tevens schade veroorzaakt door een verzekerd gevaar/gebeurtenis voor zover de verzekerde bedrijfsuitrusting/inventaris en/of goederen zich bevinden:
3.1.1. onder afdaken, onder overkappingen of op het terrein nabij de gebouwen op de adressen die op het polis blad genoemd zijn (…)
(…)
3.4. Deze verzekering dekt tevens schade aan of verlies van afneembare delen van het verzekerde gebouw, die zich tijdelijk elders binnen Europa bevinden, door een verzekerd gevaar/gebeurtenis indien deze zaken zich bevinden:
– in gebouwen
– buiten gebouwen

In augustus 2013 heeft er een inbraak op het terrein van het landgoed plaatsgevonden waarbij 5.000 18e -eeuwse tegeltjes, afkomstig uit het onderhuis van het herenhuis, zijn gestolen. Deze tegeltjes waren verwijderd uit de keuken van het herenhuis en tijdelijk opgeslagen naast het herenhuis in of nabij een bouwkeet met de bedoeling om na de restauratie te worden teruggeplaatst.

Dekking?

Eiser heeft zich vervolgens gewend tot zijn verzekeraars (het risico was namelijk bij meerdere verzekeraars ondergebracht) met het verzoek de totale schade van € 50.000,00 (verzekerde waarde) te vergoeden. Eiser heeft voor de restauratie uiteindelijk nieuwe tegels gebruikt, maar is wel van mening dat er sprake is van een waardevermindering nu de oorspronkelijke 18-eeuwse tegeltjes ontbreken.

Eiser vordert voorts een bedrag van € 5.000,00 aan kosten die hij heeft gemaakt om de tegeltjes te vervangen. Eiser heeft namelijk tijd moeten besteden aan het vervangen van de tegeltjes.

De verzekeraars hebben in eerste instantie de dekking voor de diefstal van de tegeltjes geweigerd. De verzekeraars weigerden dekking omdat, volgens hen, de tegeltjes door de verwijdering uit het herenhuis niet meer aan te merken zijn als tot het verzekerde gebouw behorende materialen en dus niet vallen onder de opstalverzekering. De vraag is natuurlijk of dat wel zo is.

Artikel 3:4 lid 1 BW

De rechtbank zoekt voor de beoordeling aansluiting bij artikel 3:4 lid 1 BW. Dit artikel houdt, kort gezegd, in dat al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een zaak (bijvoorbeeld een auto), bestanddeel is van die zaak. Uit de literatuur en de jurisprudentie, zie bijvoorbeeld hier, blijkt dat naar verkeersopvattingen een zaak bestanddeel is geworden indien de hoofdzaak zonder dat bestanddeel als incompleet moet worden beschouwd en niet aan haar economische of maatschappelijke bestemming kan beantwoorden. Een voorbeeld van een bestanddeel is een motor in een auto.

In de casus zoals hierboven uiteengezet kan worden gesteld dat de 18-eeuwse tegeltjes zonder meer een bestanddeel zijn van het herenhuis (en dan met name de keuken), zo lang deze daaruit nog niet waren verwijderd. De vraag die de rechtbank uiteindelijk moet beantwoorden is of de tegeltjes hun hoedanigheid van bestanddeel hebben verloren doordat zij waren verwijderd uit de keuken.

Een bestanddeel verliest zijn hoedanigheid van bestanddeel: “zodra het voorwerp in kwestie naar verkeersopvatting niet langer als onderdeel van de hoofdzaak heeft te gelden. Met andere woorden: zodra de nauwe ideële banddefinitief is verbroken dan wel gestaakt.” (HR 6 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7474).

Bij deze ‘verbreking’ is van belang a) wie het verband verbrak, b) of dit meebrengt dat het onzelfstandige deel zelfstandig wordt en c) wat de gevolgen daarvan zijn. Het is namelijk niet uitgesloten dat het aanvankelijk fysiek verbonden bestanddeel op grond van artikel 3:4 lid 1 BW bestanddeel blijft, ook als is het bestanddeel zelfstandig geworden. Gedacht kan worden aan het voorbeeld van de motor in de auto. Indien de motor er tijdelijk wordt uitgehaald door een automonteur ter reparatie om vervolgens weer na reparatie teruggeplaatst te worden in de auto, zal de motor een bestanddeel blijven van de auto op grond van artikel 3:4 lid 1 BW. Zonder de motor kan de auto namelijk niet aan haar bestemming beantwoorden.

Hoe zit dat dan met de 18-eeuwse tegeltjes? Eiser heeft gesteld dat de tegeltjes niet van de bouwplaats waren afgevoerd en dat de tegeltjes ook hun hoedanigheid als ‘bestanddeel’ niet hebben verloren door enkele verwijdering uit de keuken. Zij kunnen, volgens eiser, daarmee worden aangemerkt als ‘tot de verzekerde gebouw behorende materialen’.

Ook de schade-expert in deze zaak heeft de tegeltjes gekwalificeerd als behorend tot de opstal.

De rechtbank aan het woord

De rechtbank vormt zich een oordeel naar de uitspraak van de Hoge Raad van 6 december 2012. De rechtbank oordeelt dat de tegeltjes gedekt zijn onder de opstalverzekering. De tegeltjes vallen derhalve wel onder de verzekerde opstal en kunnen worden aangemerkt als ‘tot de verzekerde gebouw behorende materialen’, ook nu de tegeltjes al uit de keuken waren verwijderd. De tegeltjes zouden namelijk na de renovatie weer terug worden geplaatst.

Wel moet de rechtbank zich nog buigen over de verzekerde waarde. Eiser vordert een bedrag van € 50.000,00 als verzekerde waarde. De verzekeraars stellen dat het de schade niet meer bedraagt dan € 23.688,47. Dit betreft het bedrag dat door de schade-expert is opgenomen in het schadevaststellingsrapport. Het rapport vermeldt echter wel dat eiser slechts overwoog akkoord te gaan met een bedrag van € 23.688,47 zolang de verzekeraars geen problemen zouden opwerpen ten aanzien van de dekking, hetgeen zij dus wel gedaan hebben.

De polis bevat echter geen bepalingen op grond waarvan minder gedekt zou zijn dan het daadwerkelijk geleden verlies. Nu de antieke tegeltjes met een waarde van € 50.000,00 zijn gestolen, is dit het verlies dat de eiser heeft geleden.

De rechtbank veroordeelt de verzekeraars als de in het ongelijk gestelde partij om ieder voor hun aandeel aan eiser te betalen een bedrag van € 50.000,00 (vermeerderd met de wettelijke rente), maar wijst het gevorderde bedrag van € 5.000,00 af.

Conclusie

Met name van belang in deze uitspraak is de fysieke verbondenheid van het bestanddeel (de tegeltjes). Ondanks dat de tegeltjes al uit de keuken waren verwijderd, is de rechtbank van oordeel dat deze tegeltjes wel vallen onder de verzekerde opstal. Het is namelijk niet uitgesloten dat het fysiek verbonden bestanddeel op grond van artikel 3:4 lid 1 BW een bestanddeel blijft, ook al is dit bestanddeel ‘zelfstandig’ geworden. De rechtbank heeft voor dit oordeel aansluiting gezocht bij de uitspraak van de Hoge Raad van 6 december 2012.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *