Enige tijd geleden hebben wij een artikel geschreven over aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren. Klik hier voor het artikel. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft vorig jaar een interessante uitspraak gewezen over het opjutten van een paard. Deze uitspraak is recent aan de orde gekomen in de laatste editie (2015) van het tijdschrift ANWB Verkeersrecht.

Wat is er gebeurd?

In de ochtend van 8 juli 2012 reed eiser met het paard, genaamd Frieske, voor de wagen door Baarle-Nassau. Gedaagde reed op hetzelfde moment in een auto met aanhanger. Omdat gedaagde heel dicht langs het paard reed, heeft eiser met zijn zweep een tik op het dak van de auto gegeven. De bestuurder van de auto pikte dit niet, is omgedraaid en heeft het paard klem gereden. De bestuurder van de auto is uitgestapt en naar eiser en het paard toegelopen. Daar liep het uit de hand…

Een getuige verklaart: “Ik zag dat de bestuurder van de personenwagen uitstapte en naar de menner van het paard met wagen liep. (…) Ik zag dat het paard onrustig werd. Ik zag de bestuurder van de personenwagen toen zijn aandacht richten op het paard. Ik zag dat de bestuurder van de auto het paard begon op te jutten. Ik zag dat de man hard op het dak van zijn personenauto begon te slaan en keihard: ‘kssst, kssst, kssst, riep’.”

Vervolgens schrikt het paard en slaat op hol. Het paard rijdt met het rijtuig dwars door de etalageruit heen van een schoenenwinkel. Hierbij is het paard gewond geraakt aan zijn oor, nek en benen. Het paard is ter plaatse behandeld door een dierenarts. Het paard heeft meerdere hechtingen gekregen. Daarnaast is er schade aan de winkel en de paardenwagen.

Eiser heeft uiteindelijk in het belang en welzijn van het paard moeten handelen en het paard (een jaar later) moeten laten inslapen. Het paard was namelijk afgekeurd voor de sport.

Vordering

Eiser is als bezitter van het paard door de eigenaar van het winkelpand en verzekeraar van de winkeleigenaar voor de schade aangesproken op grond van artikel 6:179 BW. Eiser stelt de bestuurder van de personenauto vervolgens aansprakelijk voor de schade op grond van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De ziektekostenverzekeraar van de eigenaar van het paard had daarnaast flinke kosten gemaakt voor de dierenartsbehandelingen. De verzekeraar heeft uiteindelijk de waarde van het paard moeten uitkeren aan eiser toen het paard werd ingeslapen.

Zowel de aansprakelijkheidsverzekeraar als de ziektekostenverzekeraar van eiser heeft de claim neergelegd bij de bestuurder van de auto. Eiser is namelijk van mening dat de bestuurder van de personenauto onrechtmatig heeft gehandeld door a) geen voorrang te verlenen, b) eiser met paard en wagen klem te rijden en c) het paard vervolgens zo op te schrikken dat het op hol sloeg, gewond raakte en schade veroorzaakte. Voorts voert eiser aan dat er een causaal verband bestaat tussen het gedrag van de bestuurder van de personenauto en de schade, omdat het paard als onmiddellijke reactie op de gedragingen van gedaagde op hol is geslagen.

Verweer

Gedaagde heeft zich verweerd door te stellen dat hij er niet op bedacht hoefde te zijn dat het paard op hol zou slaan. Hij stelt dat hij ten tijde van het incident geen enkele ervaring had in de omgang met paarden en hem de schrikachtige eigenschappen van paarden niet bekend waren.

Daarnaast verwijst gedaagde op de verantwoordelijkheid van eiser ten aanzien van het paard. Volgens gedaagde had eiser zich moeten distantiëren van de situatie. De rechtbank gaat hier gelukkig niet in mee (zie hierna).

Ook het verweer van gedaagde dat de noodzaak voor het inslapen van het paard niet is gegeven gaat niet op. Vast staat dat het paard aan het incident beschadigingen heeft overgehouden en dat alle schade aan het paard gerelateerd was aan het bewuste incident. Bovendien bleek achteraf dat het paard na het betreffende incident als wedstrijdpaard was afgekeurd.

De rechtbank oordeelt

De rechtbank is van mening dat er sprake is van een onrechtmatige gedraging. De rechtbank oordeelt: “de bestuurder heeft de confrontatie gezocht en de paard en wagen combinatie aan gevaar blootgesteld. Dit gevaar heeft gedaagde versterkt door in de nabijheid van de paard en wagencombinatie wilde gebaren te maken en op luide toon ruzie met eiser te maken.”

De rechtbank oordeelt, na behandeling van de overige vereisten van artikel 6:162 BW (causaal verband, toerekenbaarheid en schade) dat er sprake is van een onrechtmatige daad op grond van artikel 6:162 BW.

De rechtbank veroordeelt gedaagde in de kosten. Gedacht kan worden aan onder meer de omzetderving van de schoenenwinkel en de vervanging van de winkelpui. Daarnaast de ziektekosten voor het paard, de materiële kosten die eiser heeft geleden ter zake van het paard en de waardevermindering van de wagen. In totaal gaat het om een bedrag van iets meer dan € 55.000,00 nog te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag. Voor dit bedrag is gedaagde niet verzekerd.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *