Een ongeval zit in een klein hoekje. Waar er op hoogte of met gevaarlijke machines wordt gewerkt neemt de kans op ongevallen sterk toe. Zo ook afgelopen woensdag in Wijk en Aalburg. Een steiger stortte in en daarbij raakten twee mensen gewond (klik hier voor het nieuwsbericht). Uit de nieuwsberichten blijkt dat de steiger was neergezet door een glazenwassersbedrijf en dat het fout ging bij het afbreken van de steiger. De steiger is tijdens het afbreken geschaard en ingestort.

Toedracht ongeval

Als advocaten gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht vragen wij ons meteen af wat er is gebeurd. Dat is namelijk van grote invloed op wat er juridisch mogelijk is en welke wegen je moet bewandelen indien je als slachtoffer van dit ongeval je schade wilt verhalen. We vragen ons meteen af wie er gewond is geraakt? Zijn dit omstanders of de glazenwassers zelf? Was de steiger niet in orde of heeft een van de glazenwassers een fout gemaakt bij het afbreken van de steiger? Heeft de werkgever van de glazenwassers wel aan zijn zorgplicht voldaan? In dit artikel zetten we verschillende scenario’s op een rij en vertellen we welke juridische mogelijkheden er dan zijn.

Gebrekkig opstal

Wat nu in de situatie dat een paar verbindingspunten in de steiger kapot waren en door het instorten van de steiger voorbijgangers gewond zouden zijn geraakt. Wie kunnen zij dan aanspreken voor vergoeding van hun schade? In artikel 6:173 BW is de aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken vastgelegd.  De bezitter van een roerende zaak is verantwoordelijk voor het gevaar dat de roerende zaak oplevert voor personen of zaken als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan mag stellen. Uit deze regel blijken een aantal vereisten. Om een andere partij verantwoordelijk te kunnen houden voor de opgelopen schade, moet er allereerst sprake zijn van een roerende zaak. Een volgende eis is dat er niet voldaan is aan de aan de zaak te stellen eisen.  Dit betekent dat de roerende zaak een gebrek moet hebben, ‘kapot’ moet zijn. Een derde voorwaarde is dat het gebrek een bijzonder gevaar oplevert.  Een algemeen gevaar, wat gewoonlijk hoort bij het gebruik van de zaak, is niet genoeg. Ten slotte moet het bekend zijn dat, wanneer de betreffende zaak niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, dit een bijzonder gevaar oplevert.  Een risico dat tijdens het gebruik van de zaak redelijkerwijs niet bekend kon zijn kan op deze manier niet leiden tot aansprakelijkheid.

Fout ondergeschikte

Het kan ook anders zijn gelopen. Wat nu als de steiger op zich in orde was, maar een van de glazenwassers een fout gemaakt waardoor de steiger is ingestort en een omstander gewond is geraakt? Er is dan sprake van een zogenoemde risicoaansprakelijkheid voor de werkgever voor fouten van ongeschikten. Dit is vastgelegd in artikel 6:170 BW. Dat betekent dat er al sprake is van aansprakelijkheid als het risico (te weten de fout van de ondergeschikte met schade voor een derde tot gevolg) zich voltrekt. Schuld of verwijt aan de zijde van de werkgever is geen voorwaarde voor het ontstaan van de aansprakelijkheid.  Voor aansprakelijkheid werkgever ingevolge art. 6:170 BW is vereist dat betreffende schade is veroorzaakt door fout van ondergeschikte, er sprake is van ondergeschiktheid en dat tussen fout van ondergeschikte enerzijds en aan hem opgedragen taak anderzijds voldoende (functioneel) verband bestaat.  Als aan deze vereisten is voldaan, betekent dit in de praktijk dat de derde die hierdoor schade lijdt hij niet alleen de werknemer maar ook de werkgever kan aanspraken.

Arbeidsongeval

Tenslotte kan ook het volgende scenario zich hebben afgespeeld. De glazenwassers waren aan het werk toen de steiger instortte en zijn hierbij zelf gewond geraakt. In dat geval is er sprake van een arbeidsongeval. Dergelijke ongevallen komen helaas vaak voor.

Een werkgever heeft een zorgplicht voor de veiligheid op het werk. Hij moet dus zoveel mogelijk voorkomen dat zich ongevallen op het werk voordoen. Gebeurt dat toch, dan is de werkgever aansprakelijk tenzij hij kan aantonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. De eisen aan de zorgplicht zijn streng: artikel 7:658 lid 1 BW vereist een hoog veiligheidsniveau van de werkplek (zie het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008, NJ 2008, 465). Tevens kan er niet snel kan worden aangenomen dat de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan, gezien de ruime strekking van ervan (volgens het arrest van de Hoge Raad van 12 december 2008, NJ 2009, 332). Van een werkgever wordt verlangd dat hij allerlei maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat uw werkplek veilig is. In de praktijk houden werknemer zich niet altijd aan alle voorschriften en instructies. Dit komt soms door de werkdruk of uit gewoonte. De zorgplicht van de werkgever houdt ook in dat werknemers moeten worden beschermd tegen hun eigen onvoorzichtigheid, vooral als die het gevolg is van routine. Een werkgever moet er rekening mee houden dat werknemers wel eens onvoorzichtig kunnen zijn en moet daarom zoveel mogelijk voorkomen dat werknemers bij routinehandelingen fouten maken.

Bovenstaande scenario’s laten zien dat het belangrijk is dat u gespecialiseerde bijstand inschakelt op het moment dat u het slachtoffer bent geworden van een ongeval. Onze advocaten weten precies wat de mogelijkheden zijn en welke weg het best bewandeld kan worden en geven u daar duidelijk advies over.

Contact

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Bel ons op nummer 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *