De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet aan een deel van de inwoners van het Groningenveld in Groningen immateriële schade vergoeden, zo oordeelde de Rechtbank Noord Nederland op 1 maart jl. In totaal hebben 127 eisers een vordering ingediend tegen het NAM voor de geleden en nog te lijden immateriële schade als gevolg van de aardbevingen. De eisers hebben de rechtbank weten te overtuigen dat hun woongenot als gevolg van de aardbevingen is aangetast.

Woongenot

Dat de aardbevingen het woongenot van de eisers hebben afgetast was voor de rechtbank een argument om de NAM aansprakelijk te houden. De rechtbank oordeelde dat voor een deel van het Groningenveld, waar regelmatig aardbevingen plaatsvinden, gesproken kan worden van een situatie waarin door de NAM een ernstige inbreuk wordt gemaakt op het woongenot van de bewoners. Veel bewoners zijn bang voor hun veiligheid, ervaren spanningen en worden in hun dagelijks leven geconfronteerd met de gevolgen van de aardbevingen.

De Rechtbank oordeelt: “deze overlast overschrijdt gezien de aard, de ernst en de duur daarvan de grenzen van hetgeen eisers in het maatschappelijk verkeer als ‘gewone’ hinder te hebben accepteren en vormt een inbreuk op hun eigendomsrecht, namelijk het recht op ongestoord woongenot.”

Schade

Naast de immateriële schade die door de eisers is gevorderd, wordt de NAM ook aansprakelijk gehouden voor de materiële schade als gevolg van gederfd woongenot. Deze schade komt aan bod in een vervolgprocedure. Dit wordt een zogenoemde schadestaatprocedure genoemd. In deze procedure zal per eiser de hoogte van een eventuele schadevergoeding worden bepaald.

Ook sprake van een onrechtmatig handelen van de Staat?

De vraag is natuurlijk of de Staat ook aansprakelijk kan worden gehouden voor de aardbevingen. Volgens de rechtbank was de Staat gehouden om na de aardbeving in Huizinge (zie hier) de gasproductie met het oog op de veiligheidsrisico’s voor de inwoners in het Groningenveld zoveel mogelijk te beperken. De Staat heeft dat niet gedaan, ondanks het feit dat hij was geadviseerd dat wel te doen.

De Staat heeft niet kunnen verklaren waarom een verdere reductie van de winning van het gas niet mogelijk was. De rechtbank oordeelt dan ook dat de Staat onzorgvuldig heeft gehandeld in de periode van januari 2013 (toen een alarmerend advies van het Staatstoezicht op de Mijnen verscheen) tot december 2015 (toen de Raad van State de gaswinning terugschroefde).

De eisers hebben voor wat betreft de recente aardbevingen de Rechtbank niet weten te overtuigen dat zij geen schade zouden hebben geleden wanneer de Staat wel tot verdere reductie zou zijn overgegaan. Daarom kan niet gezegd worden dat de schade die de eisers momenteel lijden het gevolg van dit onzorgvuldig handelen van de Staat is. De Rechtbank is van oordeel dat de NAM als exploitant de verantwoordelijkheid draagt voor de gevolgen van de gaswinningen en wijst daarom de vorderingen van eisers jegens de Staat af.

Contact

Hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *