Ministerie van Defensie aansprakelijk voor schade door blootstelling aan Chroom-6

De Hoge Raad heeft op 3 december 2021 het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bekrachtigd. In dit arrest achtte het hof de Staat in haar hoedanigheid van werkgever aansprakelijk voor de schade van een viertal werknemers, die is ontstaan nadat het viertal was blootgesteld aan Chroom-6. Het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch kunt u hier teruglezen en de bekrachtiging van dit arrest door de Hoge Raad kunt u hier teruglezen.

Waar gaat het in deze zaak over?

Het gaat in deze zaak over vier voormalige ambtenaren van Defensie die werkzaam waren als onderhoudsmonteurs. Het viertal is jarenlang direct blootgesteld aan de giftige stof Chroom-6. Alle vier de oud-werknemers van Defensie zijn ziek geworden door de blootstelling aan deze kankerverwekkende stof. De oud-defensiemedewerkers hebben van de Staat een uitkering ontvangen op grond van een uitkeringsregeling. Dit betreft een regeling van de Staatssecretaris van Defensie tot een uitkering in verband met blootstelling aan Chroom-6. Het viertal was van mening dat deze uitkeringsregeling bij lange na niet hun volledige schade vergoedde en heeft dan ook de Staat aansprakelijk gesteld in haar hoedanigheid van werkgever.

Wat oordeelde het hof?

Het hof oordeelde dat op grond van het RIVM-rapport van 4 juni 2018 vaststaat dat deze vier voormalig ambtenaren tijdens hun werkzaamheden voor Defensie direct zijn blootgesteld aan Chroom-6. Het hof is daarom van mening dat vaststaat dat de Staat haar zorgplicht als werkgever heeft geschonden, aangezien het viertal is blootgesteld aan Chroom-6. Tevens oordeelde het hof dat vaststaat dat alle vier de medewerkers lijden aan ziekten en/of aandoeningen die mogelijk kunnen zijn veroorzaakt door Chroom-6. Volgens het hof is het causaal verband tussen de blootstelling aan Chroom-6 en de schade van het viertal hiermee ook erkend. Volgens het hof is dan ook voldaan aan de vereisten voor aansprakelijkheid van de Staat in haar hoedanigheid als werkgever. De Staat legde zich niet neer bij de uitspraak en ging daartegen in cassatie.

Welk cassatiemiddel werd aangevoerd?

Volgen de Staat houdt het betalen van uitkeringen op grond van een collectieve regeling geen erkenning van aansprakelijkheid in. Volgens de Staat komt het oordeel van het Hof er wel op neer dat de Staat met de toekenning van uitkeringen aan de oud-defensiemedewerkers op grond van de uitkeringsregeling, zijn aansprakelijkheid zou hebben erkend. Tegen dit oordeel heeft de Staat dan ook geklaagd bij de Hoge Raad.

Hoe oordeelt de Hoge Raad?

Volgens de Hoge Raad berust het oordeel van het hof dat de Staat aansprakelijk is jegens het viertal op verschillende overwegingen. Allereerst heeft het hof dit oordeel gebaseerd op het rapport van het RIVM waarin staat dat het viertal tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden voor de Staat zijn blootgesteld aan Chroom-6. Tevens staat vast dat alle vier de oud-medewerkers tijdens hun werk direct zijn blootgesteld aan Chroom-6. Ook staat vast dat zij alle vier een ziekte of aandoening hebben die mogelijk kan zijn veroorzaakt door blootstelling aan Chroom-6. Ten vierde staat vast dat de oud-defensiemedewerkers een uitkering toegekend hebben gekregen op grond van de uitkeringsregel in verband met de ziekten en aandoeningen waaraan zij lijden. Dit betekent dat het viertal voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat is voldaan aan het vereiste van een causaal verband voor de vestiging van de aansprakelijkheid van de Staat.

Volgens de Hoge Raad berust het oordeel van het hof dus niet enkel op de aanname dat de staat zijn aansprakelijkheid jegens het viertal heeft erkend met de toekenning van uitkeringen op grond van de uitkeringsregeling. De Hoge Raad beslist daarom dat de klachten die zijn ingediend door de Staat niet tot cassatie leiden. Het cassatiemiddel van de Staat wordt door de Hoge Raad dan ook verworpen.

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep dat is ingesteld door de Staat. Door het arrest van de Hoge Raad is het eerder gewezen arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch onherroepelijk geworden. Dat betekent dat het arrest van het hof definitief is.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Heeft u vragen over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 – 690 08 88, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.