Inleiding

Maandag hebben wij een artikel geplaatst over de aanbiedingen van Amerikaanse (luchtvaart) advocaten die hoge schadevergoedingen in het vooruitzicht stellen en die proberen nabestaanden aan zich te binden. Het tweede artikel gaat over de verdragsrechtelijk aspecten van de MH17 ramp.

De claims die worden ingesteld na de MH17 ramp zijn in de eerste plaats internationaal rechterlijk van aard. Ook als het gaat om Nederlandse nabestaanden en passagiers. Twee verschillende vervoerders met verschillende nationaliteiten zijn in beeld: KLM en Malaysia Airlines. De vraag is hoe dit moet worden opgelost? Wie kunnen er aansprakelijk gesteld worden? Over wat voor bedragen praten we dan? En wat betekent dit voor de nabestaanden van de slachtoffers? Hier zal nader op worden ingegaan.

Verdrag van Montreal 1999

De kans is heel groot dat de meeste claims van nabestaanden tegen Malaysia Airlines en/of KLM beheerst worden door het Verdrag van Montreal 1999. Dit verdrag regelt de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder bij internationale luchtvervoer voor wat betreft passagiers en goederen. In artikel 17 is bepaalt dat de vervoerder aansprakelijk is voor schade die wordt geleden in geval van dood of lichamelijk letsel van een passagier, op grond van het enkele feit dat het ongeval dat de dood of het letsel heeft veroorzaakt, plaats heeft gehad aan boord van het luchtvaartuig of tijdens enige handeling verband houdende met het aan boord gaan of het verlaten van het luchtvaartuig.

Het verdrag is van toepassing op internationaal vervoer waarbij de plaats van vertrek en de plaats van bestemming beide gelegen zijn op het grondgebied van een verdragsluitende staat (artikel 1 lid 1 jo. lid 2).  Maleisië en Nederland zijn beide partijen bij het verdrag.

Het verdrag voorziet  in een ruime aansprakelijkheidsregeling. Nog zonder dat er gepraat wordt over schuldvraag van de vervoerder, komt aan de nabestaanden een bedrag toe van € 141.000 (113.100 SDR). Het doet daarbij niet terzake of de vervoerder schuld heeft aan de ramp of niet.  Boven dit bedrag is de vervoerder aansprakelijk indien de ramp is te wijten aan haar schuld. De nabestaanden hebben twee jaar de tijd om een vordering in te dienen.

De vordering van de nabestaanden is dus eigenlijk een nationaalrechtelijke vordering in een verdragsrechtelijk jasje.

Stel dat de vlucht in kwestie buiten de reikwijdte van het Verdrag van Montreal valt of dat de rechter tot het oordeel zou komen dat het verdrag niet van toepassing is, dan zal er gekeken moeten worden naar andere internationale regels. Er kan dan bijvoorbeeld een beroep worden gedaan op het Verdrag van Warschau of  van belang zijnde protocollen, zoals het Haags Protocol.

In principe is dit hier verder niet aan de orde, aangezien in algemeen wordt aangenomen dat de schadevordering van een nabestaanden wegens het overlijden van een passagier onder het verdrag valt.  Het verdrag heeft immers, op grond van artikel 93 en 94 van onze Nederlandse Grondwet, voorrang boven nationaal recht. In de artikelen 8:1393 en 8:1399 van het Burgerlijk Wetboek is het Verdrag van Montreal uitgewerkt.

In het Verdrag van Montreal zijn geen regels uitgewerkt met betrekking tot het toepasselijke recht op de overeenkomst en de vordering tot schadevergoeding.

Toepasselijk recht: Rome I verordening

Het toepasselijk recht wordt bepaald door de Rome I verordening (Verordening EG, nummer 593/2008). Bij overeenkomsten voor het vervoer van passagiers kan als toepasselijk recht het recht gekozen worden van het land waar de passagier of de vervoerd zijn gewone verblijfplaats heeft. Ook kan gekozen worden voor het land waar de vervoerder zijn hoofdvestiging heeft of het land waar het vertrek of de aankomst plaatsvindt. Indien er geen rechtskeuze is gemaakt, is het recht van het land waar de passagier zijn gewone verblijfplaats heeft van toepassing, als ook de plaats van vertrek of de plaats van bestemming in dat land is gelegen.

Indien de overeenkomst een nauwere band heeft met een ander land, dan is het recht van dat land van toepassing.

Nederlands recht

Het ligt dan ook voor de hand dat de Nederlandse nabestaanden in de eerste plaats geneigd zullen zijn aansluiting te zoeken bij het Nederlandse schadevergoedingsrecht en deze vorderingen bij voorkeur afdwingen voor de Nederlandse rechter.  Voor buitenlandse slachtoffers moet per geval worden nagegaan welk recht van toepassing is.

Het Nederlandse recht voorziet in voldoende mogelijkheden om schadevergoeding te verkrijgen voor de schade die nabestaanden in hun vermogen lijden als gevolg van de ramp.

Wel zitten hier een paar kanttekeningen aan. De nabestaanden van passagiers die rechtstreeks bij Malaysia Airlines hebben geboekt kunnen KLM niet in een procedure betrekken. Malaysia Airlines is dan de enige partij die zij kunnen aanspreken.

Voor de nabestaanden van de passagiers die hun tickets bij KLM boekten is dit probleem minder, omdat het Verdrag van Montreal hen een optie biedt om ook de contractuele vervoerder aan te spreken. KLM was de contractuele vervoerder van veel passagiers bij de MH17 ramp. KLM heeft wel besloten om de vlucht naar Maleisië uit te besteden aan Malaysia Airlines, maar schoof daarmee niet de verantwoordelijkheid van de vlucht van zich af.

Het Nederlandse recht creëert wel de mogelijkheid tot schadevergoeding ten aanzien van een tweetal belangrijke schadeposten: gederfde inkomsten en kosten van lijkbezorging, maar voorziet niet in de mogelijkheid voor de nabestaanden om vorderingen van immateriële schade in te dienen. Dit is een conflictenrechtelijke puzzel, nu vooral uitgezocht moet worden welk verdrag (of een andere internationale regel) hier wel in voorziet.  Dit hangt dan vooral af van de vaststelling van het toepasselijk recht op de vordering van de nabestaande jegens de luchtvaartmaatschappij.

Andere partijen

Ook andere partijen dan Malaysia Airlines kunnen aansprakelijk worden gesteld. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn de pro Russiche rebellen of de Russische federatie of zelfs Oekraïne. Je kan je natuurlijk afvragen of de Oekraïense autoriteiten zelf al het luchtruim hadden moeten sluiten.

De nabestaanden kunnen ook de reisorganisatie aanspreken in geval de passagiers de reis via een reisorganisatie hadden geboekt. Op grond van de Wet op de Reisovereenkomst hebben de nabestaanden een jaar de tijd om een dergelijke vordering in te dienen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *