Recentelijk heeft het Europese Hof van Justitie in de uitspraak van 19 december 2019 geoordeeld over de vraag of de luchtvaartvervoerder aansprakelijk is voor het lichamelijk letsel dat het slachtoffer als gevolg van een omgevallen koffiebeker tijdens een vlucht heeft opgelopen.

Wat was er aan de hand?

In 2015 reisde een 6-jarig meisje met haar vader per vliegtuig van Mallorca naar Wenen. Tijdens de vlucht bestelde de vader een beker hete koffie die vervolgens op het uitklaptafeltje vóór de vader werd geserveerd. Bij het neerzetten van deze beker ging het mis. De koffiebeker viel om en de inhoud van de beker kwam terecht op de borstkas van het meisje. Zij liep als gevolg daarvan tweedegraadsbrandwonden op. Deze zaak kwam via een prejudiciële vraag bij het Europese Hof terecht waar aan hen de vraag werd voorgelegd of de betrokken luchtvaartmaatschappij voor dit letsel aansprakelijk was.

Verdrag van Montreal

Op grond van artikel 17 lid 1 van het Verdrag van Montreal is een luchtvaartvervoerder aansprakelijk voor schade, bestaande uit het overlijden of lichamelijk letsel, die een passagier als gevolg van een ongeval aan boord of bij het verlaten van het luchtvaartuig heeft geleden.

Daarbij is het de luchtvervoerder op grond van artikel 21 van het verdrag niet toegestaan om haar aansprakelijkheid voor de schade (zoals bedoeld in artikel 17 van het verdrag) lager dan 113.100 bijzondere trekkingsrechten (circa € 140.000,00) te beperken of uit te sluiten.

Er bestond in deze zaak discussie over de vraag wat men onder het begrip ‘ongeval’ verstaat. De verwijzende rechter, het Oberste Gerichtshof (hoogste federale rechter in civiele en strafzaken) in Oostenrijk, meende dat dit begrip enerzijds geïnterpreteerd kan worden als de situatie waarin het om een typisch luchtvaartrisico moet gaan. Daarbij valt te denken aan een risico dat samenhangt met de aard, toestand of exploitatie van het vliegtuig of van een luchtvaarttechnische installatie die aan boord of bij het verlaten van het vliegtuig wordt gebruikt. Anderzijds kan uit de wettekst van artikel 17 van het verdrag niet worden opgemaakt dat een typisch luchtvaartrisico vereist is voor de aansprakelijkheid van de luchtvaartvervoerder.

Oordeel van het Europese Hof

Gelet op deze verschillende interpretaties hakte het Europese Hof de knoop door. Zij oordeelde dat het begrip ‘ongeval’ volgens de gewone betekenis moet worden gedefinieerd. Het gaat dan om een “schadelijke gebeurtenis die onvoorzien en onopzettelijk is”. Het begrip ziet op alle situaties die zich aan boord van een vliegtuig voordoen en waarbij een passagier lichamelijk letsel oploopt door een voorwerp dat wordt gebruikt voor het bedienen van passagiers.

Het omvallen van een beker met hete koffie die tijdens de vlucht aan boord op een uitklaptafeltje was neergezet en brandwonden bij het slachtoffer heeft veroorzaakt, is volgens het Hof voldoende om van een ‘ongeval’ te kunnen spreken en om de betrokken luchtvervoerder aansprakelijk te stellen.

Wat betreft het typische luchtvaartrisico sloot het Hof aan bij de doelstellingen van het verdrag. Het gaat dan onder andere om het beschermen van de belangen van consumenten in het internationale luchtvervoer en het vergemakkelijken en versnellen van de schadeloosstelling van passagiers. Deze ratio maakte volgens het Hof dat het niet in lijn met het verdrag zou zijn om een typisch luchtvaartrisico dan wel een verband tussen het ongeval en de exploitatie en de beweging van het luchtvaartuig als vereiste te beschouwen.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *