Hoge Raad bekrachtigt vonnis rechtbank: gemeente aansprakelijk voor afgebroken boomtak

Op 19 november heeft de Hoge Raad een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigd. De uitspraak ging over aansprakelijkheid van een gemeente voor letselschade als gevolg van een afgebroken boomtak. De uitspraak kunt u hier teruglezen.

Wat was er aan de hand?

Op 16 juli 2015 vond in Zutphen een ongeval plaats: één van de hoofdtakken van een grote boom brak af en kwam terecht op een mevrouw. Zij stond op dat moment te wachten onder die boom, omdat daar een opstapplek van een fluisterboot was. Door het ongeval liep zij ernstig letsel op.

De mevrouw heeft de gemeente als eigenaar van de boom op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) aansprakelijk gesteld voor de schade die zij door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Kern van haar verwijt is dat de gemeente in de periode voorafgaand aan het ongeval onvoldoende zorg heeft betracht bij het onderhoud en de controle van de boom, en aldus een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen die zich uiteindelijk ook heeft verwezenlijkt. De gemeente voert verweer.

De motivering en beslissing in hoger beroep

Het gerechtshof merkt op dat bij de beantwoording van de vraag of de gemeente in de gegeven omstandigheden in strijd heeft gehandeld met een zorgplicht jegens de mevrouw, de kelderluikcriteria maatgevend zijn (Hoge Raad 28 juni 2013 ECLI:NL:HR:2013:47). Deze criteria houden in dat in het licht van de omstandigheden van het geval moet worden beoordeeld in hoeverre iemand die een situatie in het leven roept die voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is, rekening dient te houden met de mogelijkheid dat die oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht zullen worden genomen en met het oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen dient te treffen.

Uit de in het geding zijnde stukken blijkt dat er enkele maanden voor het ongeval onderzoek is gedaan naar de conditie van de boom. Daarvan is een rapport opgesteld, waaruit bleek dat de boom in een matige conditie verkeerde. Volgens het gerechtshof was de gemeente dan ook vanaf het moment dat zij over het rapport van deze deskundige beschikte, op de hoogte van het feit dat de boom in een matige conditie verkeerde en nog maar een beperkte levensduur had.

Hoewel de boom wel op de kaplijst voor het najaar van 2015 was geplaatst, heeft de gemeente vervolgens nagelaten aanvullende maatregelen te treffen. In de gegeven omstandigheden had dat echter wel van haar mogen worden verwacht, nu de boom was gelegen op een erg drukke publieke locatie: de opstapplaats voor de fluisterboot.

Het gerechtshof is van mening dat de gemeente doortastender had moeten optreden. Zij had daarbij niet alleen kunnen kiezen voor noodkap, maar bijvoorbeeld ook voor een minder vergaande maatregel als het (tijdelijk) verplaatsen van de opstapplaats van de fluisterboot in combinatie met het afzetten van het gebied rondom de boom. Omdat de gemeente onvoldoende maatregelen heeft genomen om te beschermen tegen de gevaren van de zichtbaar verzwakte boom, heeft de gemeente gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Zij is aansprakelijk voor de schade van mevrouw op grond van artikel 6:162 BW.

Hoge Raad

De gemeente is in cassatie gegaan tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld; uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. Op grond van artikel 81 lid 1 RO hoeft de Hoge Raad niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen.

Conclusie

De gemeente is aansprakelijk en dient de schade van mevrouw te vergoeden.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 690 08 88, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.