Hof bekrachtigt vonnis rechtbank: manege aansprakelijk voor val van paard

Op 28 september 2021 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak die ging over een val van een paard. De uitspraak kunt u hier teruglezen.

Wat was er aan de hand?

Op 7 april 2018 reed een meisje stapvoets op een manegepaard samen met vijf andere deelnemers tijdens een door de manege georganiseerde bosrit. Een instructrice van de manege reed tijdens deze rit als begeleidster vooraan naast het meisje. Op enig moment zijn de twee achterste paarden geschrokken en op hol geslagen, althans in galop gegaan, waarna ook de andere vier paarden op hol zijn geslagen, althans in galop zijn gegaan. Daarbij is het meisje, alsmede de andere deelnemers, door haar paard op de grond geworpen. Alleen de begeleidster is op haar paard blijven zitten. Het meisje is na het ongeval naar het ziekenhuis gebracht waar ze 24 uur in coma is gehouden. Ze had een hersenkneuzing op de hersenschors en heeft enkele dagen in het ziekenhuis gelegen.

De rechtbank heeft in eerste aanleg voor recht verklaard dat de manege op grond van artikel 6:179 jo artikel 6:181 jo artikel 6:101 BW aansprakelijk is voor 70% van de schade van het meisje. In deze zaak is de manege tegen dat vonnis in hoger beroep gekomen.

De grieven in hoger beroep

De eerste twee grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het paard waarop het meisje reed op hol zou zijn geslagen. Het hof oordeelt dat dit niet zo zeer van belang is. Relevant is dat onbetwist is dat de bosrit die het meisje met de manege is overeengekomen er uit bestond dat uitsluitend stapvoets zou worden gereden. Gesteld noch gebleken is dat het meisje het paard zelf zou hebben aangespoord om in galop over te gaan of de gang te versnellen. Dit betekent dat het paard uit eigen beweging, ofwel uit hoofde van de eigen energie van het paard, in galop is gegaan waarna het meisje ten val is gekomen, zodat de manege als degene die het paard gebruikte in de uitoefening van een bedrijf in de zin van artikel 6:179 jo 6:181 BW, aansprakelijk is.

De overige grieven gaan over de toepassing door de rechtbank van artikel 6:101 BW. Het hof oordeelt dat de rechtbank hierbij is uitgegaan van de juiste uitgangspunten. Nu vaststaat dat het ongeval is veroorzaakt door de eigen energie van het paard, vloeit het uit de aard en strekking van de tussen partijen gesloten overeenkomst tot het maken van de buitenrit voort dat het onberekenbare gedrag van het paard, dat in het kader van die overeenkomst niet onverwacht is, in zoverre voor risico van het meisje is en aan haar moet worden toegerekend, zodat de schade deels voor haar rekening moet blijven. Het hof oordeelt dat de inhoud van de overeenkomst tussen partijen en de overige omstandigheden van het geval van belang zijn voor de vraag in hoeverre de omvang van de vergoedingsplicht van de manege moet worden verminderd en op basis daarvan komt het hof met een causale verdeling van 50% voor beide partijen.

De billijkheidscorrectie

Vervolgens bespreekt het hof de billijkheidscorrectie zoals bedoeld in artikel 6:101 BW. Op grond hiervan kan de vergoedingsplicht worden bijgesteld indien de omstandigheden van het geval dat eisen. Voor de toepassing van de billijkheidscorrectie is aan de zijde van de manege relevant dat zij de gelegenheid geeft tot paardrijden met winstoogmerk en dat zij ervoor heeft gekozen een verzekering af te sluiten die al dan niet dekking verleent voor het onderhavige ongeval. Ook is relevant dat het meisje meermaals heeft aangegeven een zeer onervaren ruiter te zijn en dat de manege ook onervaren ruiters laat deelnemen aan buitenritten. Aan de zijde van het meisje is in dit verband relevant dat zij als gevolg van de val van het paard ernstig gewond is geraakt. Gelet op het letsel dat het meisje als gevolg van de val van het paard heeft opgelopen staat vast dat zij door het ongeval flinke schade heeft geleden. Na afweging van al deze billijkheidsfactoren komt het hof uiteindelijk uit op een toerekening van 30% van de schade aan het meisje zelf, zodat de manege voor 70% van de schade aansprakelijk blijft. Dit is dus in lijn met het oordeel van de rechtbank.

Conclusie

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De manege is aansprakelijk en dient 70% van de schade van het meisje te vergoeden.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073 212 0027, stuur een Facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *