Groepsaansprakelijkheid in de Mallorcazaak

Op 18 november 2022 wees de rechtbank in Lelystad een serie strafvonnissen in de zogenoemde Mallorcazaak. Het ging hierbij om uitgaansgeweld door een groep Nederlandse jongeren tegen twee andere groepen Nederlandse jongeren in de nacht van 13 op 14 juli 2021 op de boulevard van El Arenal op het Spaanse eiland Mallorca. Hierbij ontstond eerst in café De Zaak een ruzie over stoelen tussen twee groepen Nederlandse jongeren, dat buiten tot een confronatie leidde waarbij twee mannen uit Heerhugowaard werden geslagen. Daarna ging het geweld verder ten hoogte van de Level Dining Lounge, die in de buurt van het café ligt. Dit geweld werd vastgelegd op camerabeelden. Eén van de slachtoffers belandde op de grond en werd door vier Nederlandse mannen mishandeld. De rechtbank veroordeelde hen op basis van de nauwe en bewuste samenwerking alle vier op grond van poging doodslag tegen dit slachtoffer. Deze verdachten én twee anderen werden ook veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld bij Café De Zaak en de Level Dining Lounge.

Het geweld is daarna diezelfde nacht nog verder gegaan op de boulevard voor café de Bier-Express. Hierbij is de 27-jarige Carlo Heuvelman op 18 juli 2021 in het ziekenhuis op Mallorca overleden na een dodelijke verwonding ten gevolge van dit geweld. Het Openbaar Ministerie hield drie personen verantwoordelijk voor Heuvelmans dood, namelijk Sanil B., Hein B. en Mees T., allen woonachtig in Hilversum. Vast staat dat Heuvelman op zijn hoofd is geslagen, op de grond is gevallen, tegen het hoofd en bovenlichaam is geschopt en buiten bewustzijn en ernstig gewond op de grond is achtergebleven. Daarnaast waren er twee andere slachtoffers, die konden wegkomen,  een slachtoffer die ook tegen de grond is gewerkt en tegen het hoofd is geschopt en een laatste slachtoffer die is geslagen en geschopt maar ook kon wegkomen. In totaal waren er bij dit geweld zeven verdachten betrokken die zich schuldig hebben gemaakt aan openlijk geweld. De verdachten hebben min of meer al het geweld bekend behalve dat tegen Carlo Heuvelman. Er zijn van dit geweld ook geen camerabeelden beschikbaar. De rechtbank kwam na onderzoek tot het oordeel dat voor verdachten Hein B. en Mees T. niet is vast te stellen of zij zich schuldig hebben gemaakt aan doodslag op Heuvelman. Voor Sanil B. lag dit anders: hij werd veroordeeld voor doodslag op Heuvelman op grond van een getuigeverklaring waarmee het signalement van Sanil B. overeenkwam en DNA-materiaal van Heuvelman dat op de schoen van Sanil B. is aangetroffen. Sanil B. werd voor al deze zaken veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf. Hein B, Mees T. en Kaan B. en Daan van S. werden tot 30 maanden gevangenisstraf veroordeeld. Lukas O werd tot 18 maanden gevangenisstraf veroordeeld, Stan F tot 12 maanden en Lars van den H. tot 150 uur taakstraf en 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte Martijn T. werd als enige vrijgesproken.

Het gaat bij deze veroordelingen dus om meerdere strafbare feiten die allemaal in groepsverband zijn gepleegd, waarbij Carlo Heuvelman is overleden. In totaal zijn 8 van de 9 verdachten hiervoor veroordeeld, voornamelijk tot lange gevangenisstraffen, die vaak zelfs hoger lagen dan het OM had geeïst. Het vonnis tegen Sanil B, die als enige werd veroordeeld voor doodslag op Heuvelman, is via deze link terug te lezen. Ook de andere vonnissen zijn via rechtspraak.nl terug te vinden.

Groepsaansprakelijkheid

In dit blog wordt niet ingegaan op de strafrechtelijke aspecten van deze zaak, zoals de bewijswaardering en de hoogte van de straffen. Er zal wel worden ingegaan op de beslissingen die de rechtbank in deze Mallorcazaak heeft genomen over de civiele vorderingen (vorderingen benadeelde partij) die de benadeelden in dit proces hebben ingediend.

Omdat volgens de rechter sprake was van extreem uitgaansgeweld dat in nauwe samenwerking door een groep Nederlandse jongens is gepleegd werd hierbij namelijk het leerstuk van de groepsaansprakelijkheid toegepast. Dit is een leerstuk dat specifieke eigenschappen kent dat tot grote consequenties kan leiden.

Wie een ander mishandelt met letsel tot gevolg of doodt pleegt -naast een strafbaar feit- naar burgerlijk recht een onrechtmatige daad. Dit is opgenomen in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van dit artikel bestaat er de plicht dat de veroorzaker de schade die het slachtoffer door zijn handeling lijdt te vergoeden. De onrechtmatige daad heeft hierbij dus een relatief karakter: de dader is niet aansprakelijk tegenover iedereen die ten gevolge van zijn daad schade heeft geleden maar alleen tegenover hen jegens wie de gedraging onrechtmatig is en ook alleen voor de schade waartegen de geschonden norm wil beschermen. Ook moet de schade zijn veroorzaakt op een manier die valt onder het beschermingsbereik van de geschonden norm (art. 6:163 BW). Met andere woorden: er zijn wel de nodige begrenzingen aan het vergoeden van schade.

Hoe zit het nu wanneer er sprake is van schade die wordt toegebracht aan één of meerdere slachtoffers door een groep personen waarvan niet geheel duidelijk is wie welke schade heeft veroorzaakt? Dit was aan de orde in deze zaak uit Mallorca. Voor deze situatie heeft de wetgever artikel 6:166 Burgerlijk Wetboek opgenomen, oftewel de groepsaansprakelijkheid. In dit artikel staat dat wanneer er sprake is van een groep waarvan één van de tot die groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het op die manier toebrengen van schade diezelfde personen had moeten weerhouden van hun gedrag in groepsverband, ze allemaal hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, indien dit gedrag aan hen kan worden toegerekend. Minder complex geformuleerd: wie deel uitmaakt van een groep waarin onrechtmatig gedrag plaatsvindt kan hiervoor aansprakelijk zijn, ook al pleegt hij dit onrechtmatig gedrag niet zelf. Je bent dan als groepslid niet alleen aansprakelijk voor de schade die je zelf aanricht maar ook voor de schade die door een ander groepslid wordt toegebracht. Deelnemen aan onrechtmatig groepsgedrag kan je daarmee dus een schadevergoedingsplicht opleveren. Daarbij geldt dus ook nog eens dat het hier gaat om hoofdelijke aansprakelijkheid: de benadeelde kan ieder groepslid voor het volledige bedrag aanspreken. Dit groepslid kan zijn schade dan intern op basis van gelijke delen op de andere groepsleden verhalen, tenzij dat geen billijke verdeling zou opleveren (art. 6:166 lid 2 BW).

Ook in de Mallorcazaak nam de rechtbank deze groepsaansprakelijkheid aan. Er waren meerdere incidenten in deze zaak op verschillende momenten en dus hadden een flink aantal slachtoffers een vordering benadeelde partij ingediend, waaronder de nabestaanden van Carlo Heuvelman. Deze nabestaanden vorderden (op grond van vererving onder algemene titel) een ziekenhuisdaggeldvergoeding, verblijfkosten op Mallorca, reiskosten, smartengeld en daarnaast zelfstandig overlijdensschade, bestaande uit affectieschade en uitvaartkosten. Voor diverse slachtoffers werden hun vorderingen geheel of deels -hoofdelijk- toegewezen. Daarbij geldt dus dat ook voor een aantal verdachten die niet werden veroordeeld voor de dood van Heuvelman toch de hoofdelijke verplichting bestond de vorderingen van hun nabestaanden (bestaand uit € 69.100,63, waarvan € 9.350,63 aan materiële vergoeding en € 59.750,- aan immateriële schadevergoeding voor de ouders van Heuvelman en overige bedragen voor andere nabestaanden) te voldoen. Dit voor zover de vorderingen waren toegewezen en voor zover de betreffende verdachte deel had uitgemaakt van een groep waarin de desbetreffende gepleegde strafbare feiten op dat moment waren gepleegd. Waar de verdachte voor dat concrete feit werd vrijgesproken werd deze verplichting tot vergoeding uiteraard niet aangenomen.

Conclusie

Deze zaak laat zien dat het deel uitmaken van een groep waarin een groepslid onrechtmatig gedrag pleegt dat schade aanricht de nodige risico’s kan opleveren. Wie zich niet tijdig onttrekt aan de groep kan niet alleen betrokken raken bij gebeurtenissen met trieste afloop maar kan nadien ook nog eens op basis van hoofdelijkheid civielrechtelijk worden aangesproken voor de schade die is geleden door directe slachtoffers en/of nabestaanden omdat de onrechtmatige daad (het groepsgedrag) hem wordt toegerekend. De mate van betrokkenheid van de afzonderlijke groepsleden bij het onrechtmatig handelen is dan niet van belang, hetgeen een duidelijke uitzondering is op de strenge regels rond causaliteit en relativiteit die normaliter bij onrechtmatige daad gelden.

Tot slot

Heeft u een soortgelijke situatie meegemaakt waarbij u schade hebt opgelopen als gevolg van onrechtmatige handelingen door een groep? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek waarin wij concreet bespreken wat wij voor u kunnen betekenen, in of buiten een strafproces hierover. U kunt ons bereiken op 073-6900888 of via info@jba.nl.

 

 

Tekening: Aloys Oosterwijk / ANP

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *