Op 29 april 2019 oordeelde de rechtbank Den Haag over de vraag of een student aansprakelijk is voor de letselschade van een medestudent, opgelopen tijdens het dansen op een introductiefeest. U kunt hier de uitspraak terug lezen.

Wat is er gebeurd?

In de nacht van 7 op 8 februari 2015 vond er een introductiefeest plaats voor eerstejaarsstudenten van de Haagse hotelschool. Eén van de studenten, die daar als studentenmentor aanwezig was, sprong vanaf een kleine verhoging richting een eerstejaarsstudent, waarna ze samen op de grond vielen. De mentor is van mening dat de student hem uitnodigde in zijn armen te springen. Volgens de student stond hij echter gewoon te dansen en sprong de mentor ineens op hem. De eerstejaarsstudent liep bij de val ernstig letsel op aan zijn knie, waardoor hij blijvend beperkt is in zijn functioneren.

Wat oordeelde de rechtbank?

De vraag die in deze zaak centraal staat, is of de mentor aansprakelijk is voor de schade die de eerstejaarsstudent heeft opgelopen als gevolg van de val, of dat er sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Hiervoor dient allereerst de feitelijke toedracht vastgesteld te worden, waar partijen het niet over eens zijn.

Volgens de mentor strekte de student zijn armen namelijk om hem op te vangen, waarna hij “perfect in zijn armen” sprong. Vervolgens viel de student achterover, met de mentor in zijn armen. Naar het verhaal van de student verliep de situatie echter anders. Hij stond te dansen en draaide zich weg van de mentor. Toen hij zich weer naar hem toe wilde draaien, voelde hij een harde klap tegen zijn schouder, waardoor hij uit balans raakte en achterover viel.

Een medestudent die ook op het feest aanwezig was, is getuige geweest van het ongeval. Hij bevestigt dat de student met zijn handen omhoog tegenover de mentor stond, maar kan niet zeggen of de student ook toestemming gaf aan de mentor om in zijn armen te springen. Mede op grond van deze verklaring, oordeelt de rechtbank dat niet vast is komen te staan dat de student op enige wijze heeft ingestemd met de sprong van de mentor. Het enkele feit dat de student vlak voor de sprong zijn armen in de lucht had gestoken is onvoldoende om van toestemming te spreken. Er werd immers gedanst, hetgeen vaak gepaard gaat met armbewegingen.

De mentor verweert zich door te stellen dat sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Hierbij maakt hij een vergelijking met sport- en spelsituaties. In dergelijke situaties ligt de drempel om van aansprakelijkheid te kunnen spreken hoger, omdat men hier gevaarlijkere situaties kan verwachten door de aard van de activiteit. Hierdoor kan het zijn dat een gedraging die normaliter tot aansprakelijkheid leidt, onder de gegeven omstandigheden niet tot aansprakelijkheid leidt. De mentor stelt dat degene die meedoet aan een introductiefeest voor studenten, van zijn medestudenten gevaarlijkere gedragingen kan verwachten dan normaliter.

De rechtbank gaat niet in mee in dit verweer. Hoewel sprake was van een feestelijke setting, met de nodige alcoholische drankjes, is niet gebleken dat er meer sprongen waren zoals die van de mentor, noch van andere in dit kader relevante bijzonderheden. De student hoefde dan ook niet bedacht te zijn op de sprong van een medestudent. Het feit dat alle betrokkenen alcohol hadden genuttigd, maakt dit niet anders.

Conclusie

De rechtbank oordeelt dat de mentor aansprakelijk is voor de schade van de eerstejaarsstudent als gevolg van de val. Er is geen sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *