De rechtbank ‘s-Hertogenbosch heeft op 8 maart 2016 een interessante uitspraak gewezen over de zorgplicht van een formele werkgever en een materiële werkgever. Een uitgeleende werknemer van een uitzendbureau valt bij bekistingswerkzaamheden op een bouwlocatie in een leidingschacht. Het hof komt in deze zaak tot het oordeel dat in voldoende mate vaststaat dat de werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden een ongeval is overkomen. De werknemer heeft gesteld dat overduidelijk sprake was van een nalatigheid omdat de betreffende leidingschacht niet was dichtgezet/goed was beveiligd. De werknemer stelt het uitzendbureau (de formele werkgever) aansprakelijk. Het uitzendbureau heeft de materiële werkgever in vrijwaring opgeroepen.

Het hof komt tot het oordeel dat de materiële werkgever tekort is geschoten in de op haar krachtens artikel 7:658 BW en artikel 7:611 BW (zie hierna) rustende zorgplichten. De vordering in vrijwaring wordt toegewezen.

Artikel 7:658 BW en artikel 7:611 BW

Als een uitzendkracht tijdens zijn werkzaamheden letsel oploopt kan hij zijn werkgever aansprakelijk stellen voor de door hem geleden en nog te lijden schade. De vraag is natuurlijk welke werkgever hij aansprakelijk moet stellen. De formele werkgever, namelijk het uitzendbureau, of zijn materiële werkgever, de inlener.

Van belang zijn de artikelen 7:658 BW en 7:611 BW. Artikel 7:658 BW is van toepassing op zogenoemde ‘klassieke’ arbeidsongevallen. Gedacht kan worden aan een ongeval tijdens werktijd op de werkvloer. Voor de aansprakelijkheid is voldoende dat de werknemer kan aantonen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van de werkzaamheden.

Daarnaast is een beroep op artikel 7:611 BW mogelijk. het gaat hier om gevallen die weliswaar arbeid gerelateerd zijn, maar niet gekwalificeerd kunnen worden als ‘klassiek’ arbeidsongeval. Gedacht kan worden aan verkeersongevallen en bedrijfsuitjes. De Hoge Raad heeft in het kader van artikel 7:611 BW naast de plicht tot zorg voor veiligheid van de werknemer ook de verzekeringsplicht als aansprakelijkheidsgrond aangenomen, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 1 februari 2008.

De vraag wie wanneer aangesproken kan worden hangt natuurlijk af van alle feiten en omstandigheden in het concrete geval. Als voorbeeld bespreken wij de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 23 september 2008. In deze uitspraak gaat het om een werknemer die onderweg van zijn werk naar huis betrokken raakt bij een ongeval. De werknemer bestuurde ten tijde van het ongeval een busje van de materiële werkgever.

Het hof moest in deze uitspraak oordelen welke werkgever aansprakelijk kon worden gehouden. In deze uitspraak komt het hof tot de conclusie dat de aansprakelijkheid van de materiële werkgever even zwaar weegt als de aansprakelijkheid van de formele werkgever, welke laatste op grond van artikel 7:611 BW aansprakelijk is. Het hof oordeelt namelijk dat reistijd wordt gezien als werktijd. Beide werkgevers zijn in hun zorgplicht tekortgeschoten doordat van de werknemer werd verlangd dat hij na afloop van zijn werkdag, terwijl de maximum toegestane arbeidsduur was overschreden, door het drukke verkeer naar huis reed. Zeker nu er geen deugdelijke verzekering voor de werknemer als bestuurder was afgesloten.

Om het voor een uitzendkracht makkelijker te maken wie hij moet aanspreken is lid 4 van artikel 7:658 BW in het leven geroepen. Een uitzendkracht die tijdens zijn werkzaamheden schade lijdt kan zowel het uitzendbureau (de formele werkgever) als de inlener (de materiële werkgever) op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk stellen. Dit kan alleen wanneer het uitzendbureau en/of de inlener tekort is geschoten in zijn zorgplicht.

Zorgplicht

Waar ziet deze zorgplicht dan op? Het gaat met name om de zorg voor een veilige werkplek, het treffen van veiligheidsmaatregelen en het geven van instructies voor veilig werken. Deze zorgplicht geldt voor zowel het uitzendbureau als de inlener.

In de volgende gevallen is er sprake van een schending van de zorgplicht:

– Het uitzendbureau en/of de inlener heeft zeggenschap over de werkplek en daarmee een reële zorgplicht jegens de uitzendkracht;

– Er geen algemeen bekende gevaren zijn waarvan naar alle redelijkheid kon worden verwacht dat de uitzendkracht hiervan op de hoogte zou moeten zijn;

– Er door het uitzendbureau en/of de inlener onvoldoende aandacht is voor de veiligheid van de uitzendkracht;

– Het uitzendbureau en/of de inlener geen toezicht heeft gehouden;

– Er geen maatregelen zijn getroffen of aanwijzingen zijn gegeven waardoor het ongeval wellicht voorkomen had kunnen worden.

In de Arbeidsomstandighedenwet wordt de inlener aangemerkt als werkgever van de uitzendkracht. Dit betekent dus dat de feitelijke werkgever verantwoordelijk is voor naleving van de regels uit de Arbowet. Dit is ook logisch nu de uitzendkracht werkzaam is onder leiding en toezicht van deze opdrachtgever en deze ook verantwoordelijk is voor de werkomstandigheden van de uitzendkracht.

Maar deze zorgplicht geldt dus ook voor het uitzendbureau. Het uitzendbureau kan (vaak) niet zoveel aan de beheersing en preventie van de veiligheidsrisico’s van de werknemer doen, maar er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een schending van de zorgplicht als hij nalaat een deugdelijke verzekering voor deze risico’s af te sluiten (artikel 7:611 BW).

Indien beide werkgevers bovengenoemde zorgplicht(en) schenden, kunnen zij aansprakelijk worden gehouden voor de schade.

Uitsluiting aansprakelijkheid

Tussen de formele werkgever en materiële werkgever kan wel een uitsluiting van de aansprakelijkheid worden afgesproken. Vaak wordt de aansprakelijkheid van het uitzendbureau uitgesloten. Dit betekent echter niet dat het uitzendbureau nooit aansprakelijk kan worden gehouden. Het slachtoffer mag hier in ieder geval niet de dupe van worden. Als het uitzendbureau wel op de hoogte is van omstandigheden die een risico vormen voor de veiligheid van de werkgever, dan kan het uitzendbureau wel aansprakelijk worden gehouden voor de schade.

Contact

Bent u het slachtoffer van een arbeidsongeval, hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *