Festivalorganisatoren opgelet: houd het weerbericht in de gaten op Koningsdag!

Na twee jaar vol coronabeperkingen kan Koningsdag op 27 april 2022 weer als vanouds gevierd worden in Nederland. Traditiegetrouw pakken festivalorganisatoren weer groots uit, met onder andere Oranjebloesem (Amsterdam), Kingsworld (Den Haag), Kanonnen van Oranje (Breda) en Oranjekade (Den Bosch) op het programma. Festivalorganisatoren doen er op Koningsdag goed aan om het weerbericht nauwlettend in de gaten te houden. Een onverwachte hoosbui kan namelijk tot een flinke aansprakelijkheidsclaim leiden, zo illustreert onderstaande uitspraak van de Rechtbank Overijssel. U kunt de uitspraak hier teruglezen.

Feiten

Jaarlijks wordt in Steenwijkerwold (Overijssel) het zogenoemde Dicky Woodstock Popfestival georganiseerd. De organisator van dit evenement had in 2012 geluids- en lichtapparatuur gehuurd van R&G Sound, een onderneming gericht op onder meer de verhuur van professionele geluids- en lichtapparatuur en muziekinstrumenten. R&G Sound heeft de apparatuur zelf geplaatst en bediend in een door de organisator gebruikte festivaltent.

Op de avond van zaterdag 4 augustus 2012 is tijdens het festival de hoofdtent omgevallen tijdens een onweersbui. Daarbij is onder meer de van R&G Sound gehuurde apparatuur beschadigd, door contact met andere materialen en/of door contact met water. De hoofdtent was deels geopend, in die zin dat aan de zijden grote zijflappen waren weggevouwen.

De schade aan de apparatuur is door R&G Sound vastgesteld op een bedrag van € 19.390,34. R&G Sound heeft de organisator van het festival schriftelijk aansprakelijk gesteld voor de schade.

Juridische grondslag

R&G Sound heeft zijn aansprakelijkstelling gestoeld op onder andere opstalaansprakelijkheid ex artikel 6:174 BW, op onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW en op bewaarneming ex artikel 7:600 e.v. BW. Omdat tussen partijen een huurovereenkomst is aangegaan en R&G Sound in de eerste plaats heeft aangevoerd dat zij de licht- en geluidsapparatuur aan de organisator heeft verhuurd, wordt het geschil door de rechtbank in de eerste plaats beoordeeld aan de hand van de huurverhouding van partijen.

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 7:224 BW op de huurder de verplichting rust om de gehuurde zaken terug te geven in de staat waarin hij deze heeft ontvangen. Op grond van artikel 6:74 lid 1 BW verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar om de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Oftewel: indien de organisator in casu er niet in slaagt om de gehuurde apparatuur terug te geven in de staat waarin zij deze heeft ontvangen van R&G Sound, dan is zij verplicht om de schade die R&G Sound daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend.

De rechtbank benadrukt allereerst dat het vaststaat dat de organisator niet aan haar verplichting tot teruggave van de apparatuur in onbeschadigde staat heeft voldaan, zodat zij tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Voorts is het de vraag of de tekortkoming de organisator kan worden toegerekend. Volgens R&G Sound is dat het geval. R&G Sound stelt dat de organisator, in strijd met wat van haar mocht worden verwacht, geen maatregelen heeft getroffen om de weersomstandigheden te bewaken en te voorzien en evenmin tijdig maatregelen heeft getroffen om de tent minder vatbaar te maken voor zogeheten valwinden. Volgens R&G Sound was het door de halfopen constructie van de tent mogelijk dat de wind onder de tent kon komen en de tent kon optillen. Andere tenten op het terrein waren in een gesloten constructie geplaatst en zijn tijdens het noodweer wel blijven staan, aldus R&G Sound.

De organisator bestrijdt niet dat het ineenstorten van de festivaltent in verband staat met het optreden van zogeheten valwinden (neerwaartse windstoten van ten minste 20 meter per seconde tot mogelijk 25 meter per seconde ofwel neerwaartse windstoten met de kracht van een storm of een zware storm). De organisator bestrijdt evenmin dat de constructie van de tent kan hebben bijgedragen aan het ineenstorten ervan. Volgens de organisator was het optreden van de valwinden echter niet te voorzien. Daarvoor werd niet gewaarschuwd en een weeralarm was niet afgegeven, stelt de organisator. Daarnaast bestond volgens de organisator geen (veiligheids)voorschrift dat inhoudt dat de tent gesloten dient te worden of helemaal open moet worden gezet bij naderende buien. Het sluiten van een tent is volgens de organisator ook niet praktisch en niet uitvoerbaar omdat het publiek juist in de tent wil gaan schuilen. Het volgen/monitoren van het weer zou niet tot ander handelen hebben geleid; ook dan zou aan de bezoekers in de tent onderdak zijn geboden. De organisator beroept zich dus op overmacht.

Oordeel rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het beroep van de organisator op overmacht faalt en dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die haar naar in het verkeer geldende opvattingen kan worden toegerekend. De rechtbank acht in dat kader de volgende omstandigheden relevant:

– Het gaat hier om schade ontstaan door van buiten komend onheil, ofwel heftige weersomstandigheden, waaraan partijen op zich part noch deel hebben gehad. Dat enkele feit is op zichzelf onvoldoende om een beroep op overmacht te erkennen. Immers, ook in zo’n geval kan er sprake zijn van een situatie die op zichzelf wel te voorzien was.

– Van een professioneel optredende organisator van een openluchtfestival als het Dicky Woodstock Popfestival mag doeltreffende zorg worden verwacht als het gaat om het voorbereid zijn op min of meer extreme weersomstandigheden. De organisator had bedacht moeten zijn op de mogelijkheid dat door noodweer serieuze problemen konden ontstaan voor publiek en/of tenten met daarin aangebrachte apparatuur, zoals in het voorgaande jaar 2011 het geval is geweest bij Pukkelpop in Hasselt, België (toen 5 personen om het leven kwamen als gevolg van noodweer). Het lag dan ook bij uitstek op de weg van de organisator om zich daarover steeds en tijdig te laten adviseren, zowel omtrent de actuele specifieke weersomstandigheden, als daaraan voorafgaand over de te nemen (nadere) (veiligheids)maatregelen, ook ten aanzien van de constructie van de tenten. Het staat vast dat de organisator dergelijke adviezen niet heeft ingewonnen, terwijl niet valt in te zien wat daaraan in de weg stond.

– Het is de organisator geweest die ervoor heeft gekozen de zijflappen van de festivaltent deels weg te (laten) vouwen, terwijl als uitgangspunt heeft gelden dat die constructie van halfopen meer risico inhoudt voor de stabiliteit en soliditeit van de tent bij extreme weersomstandigheden. Onomstreden is dat R&G Sound geen zeggenschap had over die toegepaste constructie.

– Eerder op de dag van 4 augustus 2012 waren delen van de provincie Noord-Holland al getroffen door extreme buien, terwijl aan het eind van de middag de voorspelling was uitgegeven dat ook de provincies Friesland en Overijssel te maken zouden krijgen met fikse onweersbuien met kans op wateroverlast. Een jaar eerder heeft in België een zware kortstondige onweersbui de ineenstorting van een festivaltent veroorzaakt, zodat het op handen zijnde risico voor de organisator ook op 4 augustus 2012 zelf kenbaar voldoende groot was om daarmee rekening te houden en om daar zo veel als mogelijk naar te handelen

– Uit de door R&G Sound overgelegde neerslagexpertise van MeteoGroup Nederland van 26 augustus 2014 kan worden afgeleid dat op de avond van 4 augustus 2012 al rond 20.00 uur zichtbaar intensieve buien tot ontwikkeling kwamen en dat de koers daarvan in de richting van de regio van het festivalterrein lag. Uit die expertise blijkt verder dat om 20.35 uur een zeer zware bui over het op circa 15 kilometer afstand van het festivalterrein gelegen Marknesse is getrokken, die vervolgens verder activerend om 20.45 uur over het op circa 10 kilometer afstand gelegen Blokzijl is getrokken, alwaar in enkele minuten ruim 25 mm neerslag viel. De expertise vermeldt verder dat tien minuten later ofwel circa 21.00 uur een andere zware bui vervolgens over het festivalterrein trok, waarbij zware windstoten zijn opgetreden en in enkele minuten ruim 30 mm neerslag is gevallen. Het moge zo zijn dat de bewuste onweersbui snel tot ontwikkeling is gekomen, de organisator heeft niet gesteld en dit is evenmin anderszins gebleken dat zij niet al enige tijd eerder had kunnen en moeten vermoeden dat ook het festivalterrein door een zware onweersbui zou worden geraakt. Evenmin is gesteld noch gebleken dat de organisator in een tijdsbestek van enkele minuten niet (meer) in staat was om de opengevouwen zijflappen van de tent te (doen) sluiten en zodoende de constructie van de tent aan te passen van halfopen naar gesloten. Het argument dat voorzienbaar was dat bij regenval de tent door de bezoekers juist zou worden opgezocht om te schuilen, overtuigt de rechtbank op geen enkele wijze. Niet valt in te zien immers dat voor toelating van het publiek die tent halfopen had moeten blijven en niet gesloten had kunnen worden, onder bieden van één of meer smalle/versmalde toegangsmogelijkheden voor personen.

– R&G Sound heeft onweersproken gebleven aangevoerd dat andere tenten op het festivalterrein die in een gesloten constructie waren uitgevoerd, ongehavend zijn gebleven. Dat onzeker is of de bewuste tent niet ook in gesloten constructie ineen zou zijn gestort, zoals de organisator kennelijk betoogt, berust tegen die achtergrond op enkel speculatie. Voor zover daarover onzekerheid bestaat, is er geen reden om die onzekerheid (en zo het risico daarvan) bij R&G Sound te leggen.

– De organisator heeft zich op het standpunt gesteld dat zij heeft beoogd risico’s als hier aan de orde te verzekeren onder een zogeheten Evenementenverzekering. Of die verzekering ook dekking biedt, kan de kantonrechter niet in deze beoordeling betrekken, maar daaruit volgt wel dat de organisator in haar verhouding tot derden, zoals R&G Sound, de mening is toegedaan dat het aan haar was zich te verzekeren tegen het risico van beschadiging van de door haar gehuurde zaken.

– Naar het oordeel van de kantonrechter kan in dezen geen gewicht worden toegekend aan de omstandigheid dat het hier gaat om een korte huurperiode en dat ook R&G Sound bedrijfsmatig heeft gehandeld.

Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep van de organisator op overmacht faalt en dat haar tekortschieten, namelijk het niet in onbeschadigde staat teruggegeven van de gehuurde licht- en geluidsapparatuur, naar in het verkeer geldende opvattingen aan haar moet worden toegerekend. Dit betekent dat de organisator gehouden is de schade te vergoeden die R&G Sound als gevolg daarvan heeft geleden. In totaal komt te schade neer op een bedrag van € 20.359,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2013 en de proceskosten.

Conclusie

Festivalorganisatoren doen er op Koningsdag goed aan om het weerbericht nauwlettend in de gaten te houden. Een onverwachte hoosbui kan namelijk tot een flinke aansprakelijkheidsclaim leiden. In onderhavige kwestie was er gelukkig slechts sprake van materiële schade, maar goed denkbaar is ook dat een dergelijk ongeval tot gezondheidsschade van festivalbezoekers kan leiden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.