Ze zijn niet meer uit het huidige straatbeeld weg te denken, de elektrische fietsen. Vanwege de verminderde inspanning die nodig is om te trappen en de snelheid die ermee kan worden bereikt zijn elektrische fietsen erg in trek. Het zijn niet alleen meer de ouderen die een dergelijke fiets aanschaffen. Ook onder jongeren wordt de elektrische fiets steeds populairder. Dat het overige verkeer nog steeds moet wennen aan deze snelheidsduivels blijkt wel uit het onderzoek van STAR, een samenwerkingsverband van de politie, verkeerskundig ICT-bureau VIA en het Verbond van Verzekeraars. Er hebben in 2018 al meer verkeersongevallen plaatsgevonden met e-bikes dan over heel 2017 en het jaar is nog lang niet om. Maar hoe zit het eigenlijk met de aansprakelijkheid als je op een elektrische fiets wordt aangereden?

Twee soorten elektrische fietsen

Alvorens we gaan kijken de regelgeving omtrent de aansprakelijkheid is het goed om te kijken naar welke verschillende soorten elektrische fietsen er zijn. Elektrische fietsen kunnen grofweg worden onderscheiden in de e-bike en pedelec.

Het verschil tussen een e-bike en een pedelec is dat een e-bike ook voorruit kan gaan zonder te trappen. Vaak bevindt zich op het stuur een gashendel waarmee de e-bike als een soort snorscooter kan worden gebruikt. De e-bike is dan ook volledig gemotoriseerd. Dit maakt dat voor de e-bike een kentekenplaat en wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen (WAM) verplicht is. Bij een pedelec moet men blijven trappen om voorruit te komen. Er is enkel sprake van trapondersteuning, waarvoor geen WAM hoeft te worden afgesloten.

Bescherming op grond van de wet

Voetgangers en fietsers worden aangemerkt als zwakkere verkeersdeelnemers. Daarom is artikel 185 Wegenverkeerswet (WVW) in het leven geroepen. Dit artikel bepaalt dat de houder of eigenaar van een motorvoertuig gehouden is om de schade te vergoeden die hij toebrengt aan een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer.

Voor zwakkere verkeersdeelnemers tot 14 jaar oud is de schadevergoedingsverplichting 100%, tenzij de gemotoriseerde kan aantonen dat er sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Voor zwakkere verkeersdeelnemers van 14 jaar of ouder is de schadevergoedingsverplichting minimaal 50%. Dat houdt in dat de gemotoriseerde in beginsel de volledige schade moet vergoeden, tenzij hij kan aantonen dat er sprake is van eigen schuld, maar dat deze eigen schuld er niet toe kan leiden dat hij minder dan 50% hoeft te vergoeden. De gemotoriseerde zal altijd minimaal 50% van de schade van de niet-gemotoriseerde moeten vergoeden.

De gemotoriseerde zal in beide gevallen geen schade hoeven te vergoeden indien hem een beroep op overmacht toekomt.

Zwakkere verkeersdeelnemers?

Het antwoord op de vraag welke fietsers de bescherming van 185 WVW genieten laat zich op basis van voorgaande al raden. Voor bescherming van artikel 185 WVW is vereist dat het gaat om een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer. Dat houdt in dat de personen op een pedelec wel onder de bescherming van artikel 185 WVW vallen en de personen op een e-bike niet. De e-bike kan immers worden gelijkgesteld met een snorfiets.

Dat dit niet wil zeggen dat de personen op een e-bike minder kwetsbaar zijn blijkt wel uit de gegevens van STAR. Al kan de toename in het aantal ongevallen met een elektrische fiets wellicht ook worden verklaard uit het simpele feit dat steeds meer mensen op een elektrische fiets rondfietsen en de gewone fiets meer en meer uit het straatbeeld verdwijnt.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *