Op 21 april 2020 deed het Gerechtshof Den Haag uitspraak in een zaak waarin het ging om de vraag of de eigenaar van een eiland op grond van opstalaansprakelijkheid aansprakelijk was voor de schade die een bezoeker van het eiland had opgelopen. De uitspraak kunt u hier teruglezen.

 Wat was er aan de hand?

Persoon X is eigenaar en bezitter van een eiland in de Vinkeveense plassen met daarop een vakantiehuis. Het eiland is ontstaan door turfwinning en door het wegzuigen van omringend zand en is verduurzaamd door het aanleggen van een houten beschoeiing. Het eiland is ingezaaid met gras. Persoon Y was ter recreatie op bezoek op het eiland. Op een gegeven moment is een luchtbed van persoon Y het water op gewaaid. Hij heeft getracht vanaf de walkant in het water te duiken om het luchtbed te pakken. Hierbij is hij plotseling met zijn linkerbeen in een kuil vlak voor de beschoeiing (een zogenaamde ‘sinkhole’) gezakt en vast blijven zitten, waarbij hij voorover in het water is geklapt. Ten gevolge van het ongeval heeft persoon Y ernstig knieletsel opgelopen.

Het geschil in eerste aanleg

In eerste aanleg heeft de rechtbank geoordeeld dat het eiland dient te worden aangemerkt als opstal in de zin van artikel 6:174 BW. Het eiland voldeed volgens de rechtbank ten tijde van het ongeval niet aan de eisen die daaraan mochten worden gesteld. Het ongeval dat persoon Y is overkomen, vormt de verwezenlijking van een hieraan gebonden gevaar. De rechtbank is daarom van oordeel dat persoon X als bezitter aansprakelijk is voor de schade die persoon Y als gevolg van het ongeval heeft geleden.

Het hoger beroep

 In hoger beroep voert persoon X aan dat hij zich niet kan verenigen met het oordeel van de rechtbank dat het eiland waarop het vakantiehuisje staat is te beschouwen als een (gebrekkige) opstal in de zin van artikel 6:174 BW. Volgens hem is de grond waaruit het eiland bestaat niet tot stand gekomen, maar was deze grond was er altijd al. Vroeger was de grond echter omringd door land en nu door water. Naar de mening van persoon X kwalificeert zijn eiland niet als opstal, omdat er geen sprake is geweest van menselijk ingrijpen als gevolg waarvan het is ontstaan. Het hof deelt deze mening en geeft aan dat het eiland als zodanig niet is te beschouwen als een opstal in de zin van artikel 6:174 BW.

Volgens het hof is de beschoeiing van het eiland daarentegen wel te beschouwen als een werk dat duurzaam met de grond is verenigd in de zin van artikel 6:174 BW. Het hof is van mening dat voldoende kenbaar is gemaakt dat (ten tijde van het ongeval) sprake was van een gebrekkige beschoeiing dat een gevaar voor personen vormde in de vorm van sinkholes als de onderhavige. Dat persoon Y niet is gestruikeld over de beschoeiing zelf is volgens het hof niet relevant. Door het gebrek van de beschoeiing ontstond immers een gevaar in de vorm van gaten langs de beschoeiing en daarmee is voldaan aan de vereisten van artikel 6:174 BW. Dit leidt tot de conclusie dat persoon X als eigenaar van een werk dat duurzaam is verenigd met de grond uit hoofde van artikel 6:174 BW jegens persoon Y aansprakelijk is voor het hem overkomen ongeval.

 Heeft u vragen over dit onderwerp?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *