Een complex ongeval op een kruispunt met verkeerslichten

Op 19 maart jl. deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in een kwestie waar een verkeersongeval centraal stond.

Op 27 oktober 2016 heeft op de kruising een verkeersongeval plaatsgevonden tussen de motorwagen met autotransporter en een vrachtwagen. Op deze kruising staan verkeerslichten.

Het ongeval

De autotransporter reed de kruising op om linksaf te kunnen slaan op de rijbaan en was bezig met een bocht de rechterstrook van die rijbaan op te rijden. Op diezelfde rechterstrook kwam op datzelfde moment de vrachtwagen van rechts de kruising opgereden, met groen licht. Omdat op de strook van de rijbaan links van de vrachtwagen andere vrachtwagens stonden te wachten voor het verkeerslicht voor recht doorgaand verkeer, werd zowel de autotransporter als de vrachtwagen goed zicht op het te verwachten (kruisend) verkeer ontnomen. De voertuigen van raakten elkaar op de rechterstrook van de rijbaan .

Een getuige verklaar dat vrachtwagen van Sita het kruispunt niet kon overzien, dat de autotransporter stapvoets reed en de vrachtwagen 40/50 kilometer per uur.

De verzekeringsmaatschappij wilde een rapportage maken van de schade aan de autotransporter. De wagen bleek echter al hersteld. De kosten voor herstel werden begroot op € 21.000,00.  Maar gezien de omvang de schade werd een afwikkeling op basis van totaal verlies overwogen. Gezien het belang van verzekerde bij behoud van het voertuig, mede gezien de lange levertijd van nieuwe voertuigen en de actuele marktomstandigheden voor gebruikte voertuigen met dit type opbouw, werd met verzekerde en de reparateur een gefixeerde schadebedrag overeengekomen. Hierbij werd het risico op eventueel verborgen en nog niet zichtbare schades uitgesloten. Het gefixeerde schadebedrag werd vastgesteld op € 13.500,00.

De eigenaar van de autotransporter heeft in eerste aanleg gevorderd dat de verzekeringsmaatschappij van de vrachtwagen wordt veroordeeld tot betaling van de schade aan de autotransporter.

Deze vordering is onderbouwd door te stellen dat vrachtwagen onvoldoende heeft geanticipeerd op (vracht)verkeer op de kruising door de stilstaande vrachtwagens op de linkerrijstrook rechts in te halen en met een snelheid van 40 à 50 kilometer per uur de kruising, waarop hij geen zicht had, op te rijden. Door op deze onverantwoorde wijze als bestuurder aan het verkeer deel te nemen heeft hij gevaar en hinder voor andere weggebruikers veroorzaakt. Daarmee heeft hij het verbod van artikel 5 Wegenverkeerswet (WVW) overtreden en de eigenaar van de autotransporter schade berokkend.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter heeft, samengevat, geoordeeld dat de vrachtwagen onvoldoende heeft geanticipeerd op het te verwachten verkeer op de kruising. Daarmee heeft de vrachtwagen in artikel 5 WVW neergelegde norm overtreden en onrechtmatig gehandeld, waardoor hij in beginsel schadeplichtig is.

De kantonrechter heeft echter de vordering tot schadevergoeding afgewezen, omdat hij deze onvoldoende onderbouwd vindt. De kantonrechter geeft aan de dat de hoogte van de schade niet verifieerbaar en concreet is onderbouwd.

Hoger beroep

De eigenaar van de autotransporter is het met dit oordeel niet eens en gaat in hoger beroep. De eigenaar van de vrachtwagen stelt op zijn beurt dat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens de autotransporter. Het hof gaat op deze laatste stelling als eerste in.

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis geoordeeld dat de vrachtwagen de in artikel 5 WVW neergelegde norm heeft geschonden en onrechtmatig heeft gehandeld.  Het verweer van de vrachtwager tegen het hiervoor vermelde oordeel van de kantonrechter houdt in dat de aanrijding is ontstaan door (alleen) de verkeersfout die de autotransporter heeft gemaakt. De vrachtwagen is met groen licht het kruispunt op gereden en stelt dat hij daarbij geen rekening hoefde te houden met van links komend verkeerd.

Het kan volgens hem niet anders zijn dan dat de autotransporter ofwel door rood licht is gereden ofwel de kruising niet tijdig heeft vrijgemaakt.  Subsidiair stelt de eigenaar van de vrachtwagen zich op het standpunt dat als het hof tot het oordeel komt dat de aanrijding ook door een verkeersfout van hemzelf is ontstaan, de aansprakelijkheid daarvoor op de voet van artikel 6:101 BW op grond van de door de autotransporter gemaakte verkeersfouten geheel wordt opgeheven (billijkheidscorrectie) dan wel (meer subsidiair) de vergoedingsplicht moet worden verminderd door de schade over beide partijen te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen.

Oordeel hof

Het hof is het eens met het oordeel van de kantonrechter. Voorop staat dat wie zich in het verkeer van een gevaar bewust behoort te zijn, zichzelf in de gelegenheid moet stellen vast te stellen dat dit gevaar zich niet voordoet (HR 7 juni 2005). Op het moment dat de vrachtwagen de kruising naderde, belemmerden de vrachtwagens aan zijn linkerzijde het zicht op de kruising. De bestuurder van de vrachtwagen kon zich op dat moment dus niet afdoende ervan vergewissen dat de kruising was vrijgemaakt.

Dit bracht mee dat hij zich bewust behoorde te zijn van het gevaar dat zich nog verkeer op de kruising bevond, dat hij niet kon waarnemen. Hiermee heeft de bestuurder van de vrachtwagen onrechtmatig jegens de eigenaar van de autotranspoter gehandeld. Dit onrechtmatig handelen heeft in beginsel tot gevolg dat de schade die door de aanrijding is geleden, moet worden vergoed.

Eigen schuld

De eigenaar van de vrachtwagen heeft verder aangevoerd dat de schade mede een gevolg is van omstandigheden die aan de bestuurder van de autotransporter kunnen worden toegerekend als bedoeld in artikel 6:101 BW. De autotransporter moet door rood licht zijn gereden of anders de kruising niet tijdig heeft vrijgemaakt. Het hof stelt voorop dat op de eigenaar van de vrachtwagen de plicht rust om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen, waaruit volgt dat de schade mede een gevolg is van omstandigheden die aan de autotransporter zijn toe te rekenen.

En dit bewijs komt niet rond. Er zijn geen getuigen verklaringen die ondersteunen dat de autransporter met rood licht het kruispunt is opgereden.

De stelling van de eigenaar van de vrachtwagen dat de autotransporter de kruising niet tijdig heeft vrijgemaakt, berust in wezen alleen op het feit dat de autotransporter zich nog op de kruising bevond, toen de vrachtwagen met groen licht de kruising opreed. Het staat vast de kruising nog niet vrij, maar de eigenaar van de vrachtwagen heeft geen of onvoldoende concrete feiten of omstandigheden aangedragen voor het oordeel dat de autotransporter hiervan een verwijt valt te maken.

De schade

De eigenaar van de vrachtwagen was in hoger beroep gegaan omdat hij het niet eens was met het oordeel van de kantonrechter dat de schade onvoldoende was onderbouwd. In hoger beroep heeft de eigenaar van de vrachtwagen ter onderbouwing van haar schade twee expertiserapporten overgelegd. De expertiserapporten bevatten een gespecificeerde begroting van de schade en dat maakt dat  dat de grief van eigenaar van de autotransporter in het principaal hoger beroep slaagt en de schade wordt toegewezen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *