Nog voor de zomervakantie zal in de Tweede Kamer de problematiek rondom letselschadevergoedingen en de doorwerking daarvan op het vermogen worden besproken. Aanleiding hiervoor is onder andere een brief die staatssecretaris van Financiën Menno Snel van de ouders van een jongen heeft gekregen die als gevolg van een noodlottig ongeval blijvend invalide is geraakt. De ouders verzoeken om letselschadevergoedingen onbelast te laten door deze niet aan te merken als vermogen of juist als bijzonder vermogen.

 Vermogensbelasting

Wanneer een benadeelde een schadevergoeding ontvangt moet deze schadevergoeding niet worden opgegeven als inkomsten in box 1. De schadevergoeding betreft immers geen inkomen uit werk of woning. De schadevergoeding valt wel in box 3, het eigen vermogen.

In 2018 geldt een heffingsvrij vermogen van € 30.000 in de situatie zonder fiscale partner en € 60.000 wanneer iemand wel een fiscale partner heeft. Het woord heffingsvrij vermogen geeft al aan dat over dit gedeelte van het eigen vermogen geen vermogensbelasting hoeft te worden betaald.

Meer dan eens overstijgt een schadevergoeding echter het heffingsvrij vermogen. Enerzijds omdat de schadevergoeding hoger is dan het heffingsvrij vermogen, anderzijds doordat een benadeelde vaak reeds voor het ongeval al een eigen vermogen heeft opgebouwd en de schadevergoeding daar bovenop komt.

Over het algemeen betreft een schadevergoeding niet alleen een vergoeding voor immateriële schade (smartengeld), maar betreft het ook een potje waarmee de benadeelde toekomstige (medische) kosten moet betalen. Het is daarom nagenoeg onmogelijk om bij de afwikkeling van de zaak de exacte belastingschade te berekenen. Op voorhand is immers niet duidelijk is hoeveel kosten ieder jaar uit dit potje worden betaald. Het is daarom niet in kaart te brengen hoeveel er ieder jaar nog in het potje zit (wat de jaarlijkse belastingschade is) en hoeveel jaar het potje blijft bestaan (de duur van belastingschade).

Toeslagen en eigen bijdrage

Naast de belastingschade is het eigen vermogen ook van belang voor de vraag of een benadeelde in aanmerking komt voor toeslagen of de berekening van de eigen bijdrage voor zorgregelingen. De hoogte van het verzamelinkomen – waarop het recht op toeslagen en de berekening van de hoogte van de eigen bijdrage is gebaseerd – wordt namelijk bepaald aan de hand van box 1, 2 en 3 tezamen.

In de uitvoeringsregeling van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) zijn een aantal afwijkende maatregelen getroffen waarin toepassing van de vermogenstoets tot een onbillijke uitkomst zou leiden. Voor de letselschadevergoeding is echter enkel een afwijkende maatregel getroffen ten aanzien van de immateriële schade, zodat de materiële schadevergoeding gewoon meetelt voor het verzamelinkomen. Dat kan tot onaanvaardbare uitkomsten leiden indien een benadeelde als gevolg van een ongeval bijvoorbeeld niet meer kan werken en afhankelijk is van een uitkering, maar door de hoogte van de materiële schadevergoeding niet in aanmerking kan komen voor bijvoorbeeld huurtoeslag.

Brief aan staatssecretaris Snel

De ouders van de jongen hebben deze problematiek aangekaart en roepen de staatssecretaris op de schadevergoeding veilig te stellen door deze niet meer aan te merken als vermogen of juist als bijzonder vermogen. In een reactie op de brief van de ouders geeft de staatssecretaris echter aan geen uitzondering te willen maken voor letselschadevergoedingen, omdat met het oog op de eenvoud van het belastingstelsel ervoor is gekozen zo min mogelijk uitzonderingen op de grondslag van box 3 te maken. 

Wordt vervolgd… 

Hoewel de staatssecretaris in zijn reactie aan de ouders eigenlijk al aangeeft geen verandering te willen brengen in de huidige situatie, hebben er al in een eerder stadium overleggen plaatsgevonden met onder andere Slachtofferhulp en andere deskundigen om de knelpunten van de schadevergoeding in de praktijk te bespreken. Ook staat er nog een overleg met het Verbond van Verzekeraars op de planning. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal de Tweede Kamer nog voor de zomer informeren over de uitkomst van deze overleggen. 

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *