Al eerder hebben wij een artikel geschreven over de aansprakelijkheid voor dieren. Klik hier voor het artikel. Recent, op 6 december 2017, heeft de Rechtbank Rotterdam een uitspraak gewezen waarbij de bezitter van een paard aansprakelijk wordt gehouden voor de gedraging van dat paard. In dit artikel zullen wij opnieuw kort stil staan bij de aansprakelijkheid voor dieren.

Wat was er aan de hand?

In februari 2001 is de dierenarts (eiser) door gedaagde om hulp verzocht omdat zijn paard in een sloot terecht was gekomen. Toen de dierenarts een kalmerende injectie wilde toedienen bij het paard, heeft het paard hem getrapt. Als gevolg daarvan heeft de dierenarts fors letsel opgelopen aan zijn rechterknie. De dierenarts is als gevolg van de trap arbeidsongeschikt geraakt.

Aansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW

De dierenarts heeft gedaagde aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:179 BW voor zijn schade als gevolg van de gedraging van het paard. Aan zijn vordering legt de dierenarts ten grondslag dat het letsel is ontstaan als gevolg van een beweging uit “eigen energie” van het paard, zodat gedaagde daarvoor als bezitter van het paard aansprakelijk is.

Aansprakelijkheid krachtens artikel 6:179 BW is gelegen in het gevaar dat schuilt in de “eigen energie” van het dier en het daarin opgesloten onberekenbare element. Voor de toepassing van dit artikel is nodig dat de schade is veroorzaakt door de eigen gedraging van het dier, waarbij het dier niet handelt als instrument van de persoon die hem leidt.

Wanneer is er sprake van “eigen energie”?

Als een dier dus de aanwijzingen van zijn baasje opvolgt, is er géén sprake van eigen gedragingen van het dier en kan aansprakelijkheid niet op grond van artikel 6:179 BW worden gebaseerd. Dit betekent echter niet dat het slachtoffer met zijn schade blijft zitten, alleen moet deze op een ander artikel worden gebaseerd, bijvoorbeeld artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).

Een bekend arrest waarbij wel sprake is van eigen energie is het arrest van het Gerechtshof Leeuwaarden van 22 juni 2010. Het slachtoffer werd door politiehond Cento in zijn geslachtsdeel gebeten. De hond ging niets voor niks achter het slachtoffer aan. De politie had commando gegeven om het slachtoffer te “stellen”. Een beet in de onderarm of het onderbeen kan onderdeel zijn van dit “stellen”. Een beet in het geslachtsdeel echter niet. Dat had Cento niet geleerd.

Cento had wel een commando gekregen van de politie, maar door te bijten in het geslachtsdeel had Cento géén blijk gegeven aan het gehoorzamen aan de leiding van de politie, maar was er juist sprake van een uiting van zijn eigen energie en het onberekenbare element dat bij dieren hoort. De bezitter van Cento wordt aansprakelijk gehouden.

Ook in bovengenoemde uitspraak kan de trap van het paard worden gezien als een beweging uit eigen energie. De verzekeraar van gedaagde verweert zich achteraf nog met de stelling dat er géén sprake is van een gedraging uit eigen energie, dan wel van een onberekenbare actie van het paard, omdat het paard reageerde op de door de dierenarts gegeven injectie. Dit verweer gaat echter niet op. Juist omdat dieren onberekenbaar zijn en daarmee dus een risico vormen in het maatschappelijk verkeer heeft de wetgever artikel 6:179 BW als bescherming in het leven geroepen. De bezitter van het dier wordt aansprakelijk gehouden op grond van artikel 6:179 BW.

Tenzij clausule

Niet in alle gevallen kan de bezitter aansprakelijk worden gehouden. Artikel 6:179 BW heeft een tenzij clausule. Deze luidt: de bezitter is aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad. Wat wordt daarmee bedoeld?

De vraagt dient te worden gesteld of de bezitter van het dier aansprakelijk zou zijn geweest op basis van artikel 6:162 BW wanneer hij de gedraging van het dier in zijn macht zou hebben gehad en bewust zou hebben toegelaten. Indien deze vraag met nee wordt beantwoord, dan is de bezitter ook niet aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW.

Stel dat gedaagde in onderhavig geval het paard onder controle zou hebben gehad, dan zou gedaagde waarschijnlijk een beroep doen op noodweer dan wel noodweerexces en niet aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 BW. In dit geval kan hij dan ook niet aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 6:179 BW, omdat hij met succes een beroep op de tenzij clausule kan doen.

Contact

Hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *