Recent heeft de Geschillencommissie Financiële Dienstverleningeen een opmerkelijke uitspraak gedaan. Het betreft een uitspraak van 22 november 2013 (klik hier voor de volledige tekst).

De situatie
De situatie was als volgt. Een vrouw belde naar haar tussenpersoon en liet weten dat zij per direct haar WAM-verzekering wilde opzeggen. De tussenpersoon nam dit verzoek direct in behandeling en liet de vrouw nog diezelfde dag weten dat de verzekering werd beëindigd. Ook diezelfde dag ging een royementsverklaring op de post waarin stond dat de verzekering is beëindigd wegens opzegging door de verzekeringsnemer.

Wat wil het (ongelukkige) toeval? Diezelfde dag, na het moment van registratie van de opzegging,  heeft deze vrouw een aanrijding waarbij er schade wordt veroorzaakt bij een andere automobilist. De verzekering vergoedt de schade aan deze derde, maar vordert dit bij de vrouw terug omdat ze ten tijde van de aanrijding niet meer verzekerd was.

Discussie
Hier is de vrouw het niet mee eens. De vrouw vordert de schade terug van haar tussenpersoon vermeerdert met de kosten voor juridische bijstand. De consument is van mening dat de tussenpersoon tekort geschoten is in de nakoming van haar verbintenis als adviseur door de verzekering per direct te beëindigen. De vrouw vindt dat de tussenpersoon haar had moeten waarschuwen.

Juridisch kader
Tijdens de zitting bij de geschillencommissie wordt er gediscussieerd over de vraag of het überhaupt mogelijk is een verzekering per direct op te zeggen. De vrouw wijst op de artikelen 7:940 lid 3 en 7:943 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. In deze artikelen is vastgelegd dat er een opzegtermijn van 2 maanden geldt bij tussentijdse opzegging en dat hier niet ten nadelen van de verzekeringsnemer van mag worden afgeweken. De Commissie concludeert dat deze artikelen niet van toepassing zijn. Het ging hier om een opzegging met wederzijds goedvinden. Een opzegging met wederzijds goedvinden mag op elk gewenst moment ingaan.  De vraag is op de tussenpersoon heeft voldaan aan artikel 7:401 BW. In dit artikel is vastgelegd dat een tussenpersoon verplicht is bij haar werkzaamheden de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam, redelijk handelend tussenpersoon verwacht mag worden.

Zorgplicht
De commissie wijst op de zorgplicht van de assurantietussenpersoon. Die gaat verder dan “het enkel en alleen als doorgeefluik fungeren voor consument”. De tussenpersoon heeft toegegeven dat het verzoek om de polis per direct te beëindigen zonder verdere vragen te stellen is doorgegeven aan de verzekeraar. De commissie vindt die werkwijze onjuist:

Aangeslotene had consument moeten wijzen op de risico’s van het per direct opzeggen van een wettelijk verplichte WAM-verzekering, met name vanwege de verstrekkende consequentie dat consument na instemming van de verzekeraar per direct onverzekerd zou zijn terwijl er een wettelijke verzekeringsplicht bestond. De commissie gaat ervan uit dat consument niet onverzekerd was gaan rijden indien aangeslotene had gevraagd of de auto intussen elders verzekerd was ofwel niet meer in het bezit van consument was.

De tussenpersoon is daarom tekortgeschoten in het nakomen van de zorgplicht.

Conclusie
Een bemiddelaar kan niet zomaar een opzegging van een autoverzekering doorgeven aan de verzekeraar, zonder daarbij nadere informatie in te winnen bij de klant en deze te wijzen op de risico’s van onverzekerd autorijden. De consument wordt beschermd en op de tussenpersoon rust een (zware) zorgplicht. In het geven van advies ligt ook de toegevoegde waarde van de inschakeling van een tussenpersoon.

Contact

Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *