Het komt regelmatig voor dat de omvang van de schade groter wordt dan in eerste instantie te verwachten was vanwege de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van het slachtoffer. In juridische taal wordt dit ook wel predispositieschade genoemd. Onlangs oordeelde de Rechtbank Overijssel over een casus waarin een man verdacht wordt van het medeplegen van het tot ontploffing brengen van een vuurwerkbom bij de voordeur van een huis in Glanerbrug.

De tenlastelegging en de bewijsoverwegingen

De verdenking komt er op neer dat de verdachte met één of meer anderen een ontploffing heeft veroorzaakt dichtbij de woning van de slachtoffers. Hierdoor was er sprake van een gevaar voor die woning. Tevens was hierdoor sprake van een bedreiging gericht tegen de bewoners van die woning. De rechtbank komt uiteindelijk tot een bewezenverklaring, mede door verscheidene bewijsmiddelen en een bekentenis van de verdachte. Vervolgens hebben de drie slachtoffers zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De slachtoffers vorderen onder andere een vergoeding van hun immateriële schade.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdediging stelt dat de slachtoffers al voor het ongeval psychische klachten hadden. Hij meent dus dat deze klachten pre-existent zijn. Daarnaast stelt hij zich op het standpunt dat de slachtoffers niet hebben voldaan aan hun schadebeperkingsplicht omdat er niet tijdig hulp is gezocht dan wel therapie is gevolgd. Tot slot is de raadsman van mening dat er geen deskundigenrapportage is waaruit een medisch erkend psychisch ziektebeeld blijkt.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is allereerst van mening dat er wel degelijk een causaal verband bestaat tussen het bewezenverklaarde delict en de immateriële schade van de slachtoffers. De veroorzaker moet het slachtoffer nemen zoals hij is. De reactie van een slachtoffer op een gebeurtenis die wordt teweeggebracht door de persoonlijke predispositie van het slachtoffer zelf, wordt dan ook niet voor rekening van het slachtoffer zelf gelaten, maar wordt aan de veroorzaker van de gebeurtenis toegerekend. In Nederland geldt dat de veroorzaker van de gebeurtenis in beginsel aansprakelijk is voor alle schade die door deze gebeurtenis voortvloeit. Dit is slechts anders wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden. Een van deze omstandigheden zou kunnen zijn dat het slachtoffer heeft nagelaten alles in het werk te stellen wat redelijkerwijs van hem wel kan worden verlangd in het kader van zijn herstelproces. In onderhavige casus is de rechtbank van oordeel dat dergelijke bijzondere omstandigheden niet zijn gebleken. De rechtbank oordeelt dan ook dat de verdachte de immateriële schade van de slachtoffers moet vergoeden.

Conclusie

In Nederland geldt het adagium ‘de laedens moet de gelaedeerde nemen zoals deze is’. Een bepaalde lichamelijke of geestelijke gesteldheid van een slachtoffer kan dus wellicht een omstandigheid zijn die de omgang van de schade vergroot, maar juridisch gezien wordt deze gesteldheid in beginsel niet aan het slachtoffer toegerekend. Dit kan anders zijn wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden. Maar van deze omstandigheden was in bovenstaande uitspraak geen sprake.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *