pot met erwtjes en worteltjes

Onlangs oordeelde het Gerechtshof Den haag over een casus waarin een werkneemster viel in de supermarkt waar zij werkte, tijdens het doen van privéboodschappen na werktijd. Het antwoord op de vraag of de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werkneemster staat centraal. U kunt de uitspraak hier teruglezen.

Wat is er gebeurd?

Op 7 september 2010 heeft een ongeval plaatsgevonden in een supermarkt in Alphen aan den Rijn. Een caissière die op die dag had gewerkt, is daarbij ten val gekomen. Zij heeft als gevolg van deze val lichamelijk letsel opgelopen en schade geleden. De caissière vorderde een verklaring voor recht dat de supermarkt op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aansprakelijk is voor haar reeds geleden schade en nog te lijden schade. In de deelgeschilprocedure werd deze vordering door de kantonrechter afgewezen. Hij oordeelde dat slechts sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Hoe oordeelt het hof?

In hoger beroep komt de precieze toedracht van het ongeval niet vast te staan, onder meer omdat verschillende getuigenverklaringen van elkaar afwijken. De caissière stelt dat zij na afloop van haar werkzaamheden als caissière is gaan schoonmaken omdat een klant een pot erwtjes- en worteltjes had laten vallen. Tijdens het vegen van de vloer rondom de inpaktafel is ze uitgegleden en achterover gevallen. De supermarkt stelt dat de caissière pas is gevallen na sluitingstijd én na het doen van privé boodschappen, en dat ze ten val kwam op de natte vloer waar zij tien minuten daarvoor zelf had gedweild vanwege een gevallen pot erwtjes- en worteltjes.

Het hof stelt dat zowel het begrip ‘werkzaamheden’ als het begrip ‘werkplek’ uit artikel 7:658 BW ruim moet worden opgevat. Het boodschappen doen direct na werktijd staat naar het oordeel van het hof nauw in relatie tot de werkzaamheden van de caissière. Zelfs als de caissière pas na haar dienst en na het boodschappen doen is uitgegleden, heeft het ongeval te gelden als een ongeval in de uitoefening van haar werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7:658 BW. Op de supermarkt rust de zorgplicht uit artikel 7:658 lid 1 BW totdat haar werknemer de werkplek heeft verlaten. Het is zodoende aan de supermarkt om aan te tonen dat zij haar zorgplicht is nagekomen.

Zorgplicht

De supermarkt stelt dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Ze voert hiertoe aan dat de vloer iedere avond tegen sluitingstijd wordt schoongemaakt en dat het personeel instructies krijgt om vloeren zoveel mogelijk schoon en droog te maken. De supermarkt stelt hiervoor materiaal beschikbaar en er zijn gele waarschuwingsborden die het personeel kan plaatsen als een vloer glad is. Daarnaast houdt de filiaalmanager toezicht op de naleving van de gegeven instructies.

Het hof oordeelt dat de supermarkt niet kan volstaan met de getroffen algemene maatregelen, gelet op het feit dat de toedracht van het ongeval onvoldoende is komen vast te staan. Het geven van instructies en het beschikbaar stellen van schoonmaakmateriaal zoals door de supermarkt gedaan, is niet voldoende om valgevaar te voorkomen. De supermarkt had bijvoorbeeld schoenen met deugdelijk profiel aan haar werknemers kunnen verstrekken of een schoonmaakprotocol met meerdere inspectierondes per dag kunnen invoeren.

 Conclusie

Omdat de supermarkt niet dan wel niet voldoende gemotiveerd stelt dat zulke maatregelen niet van haar kunnen worden gevergd, komt het hof tot de conclusie dat de supermarkt niet aan haar zorgplicht van artikel 7:658 BW heeft voldaan. De supermarkt is aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade van de caissière.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *