In een eerder artikel schreven we al eens over verrekening bij letselschadezaken en de gezichtspunten die in dat kader door de Hoge Raad zijn geformuleerd. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een recent arrest geoordeeld over de vraag of een verzekeraar een arbeidsongeschiktheidsverzekeringsuitkering (AOV-uitkering) in mindering mag brengen op schade wegens verlies van arbeidsvermogen. Interessant aan deze uitspraak is dat het hof zich ook uitlaat over de vraag of de door de benadeelde betaalde premies voor de AOV wel als schade kunnen worden gevorderd.

Casus

Achmea vergoedt de schade die verzekerde lijdt ten gevolge van twee verkeersongevallen. Verzekerde is ten gevolge van het eerste ongeval volledig arbeidsongeschikt geraakt. Vanwege deze arbeidsongeschiktheid ontvangt de verzekerde uitkeringen uit een door hem afgesloten AOV bij de Amersfoortse op grond van zijn arbeidsongeschiktheid. Partijen zijn het niet eens over de vraag of die uitkeringen voor verrekening ex artikel 6:100 Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking komen bij het vaststellen van de schade wegens verlies aan arbeidsvermogen. Verzekerde meent dat deze AOV-uitkeringen niet voor verrekening in aanmerking komen, Achmea bestrijdt dat.

Hoe zit dit juridisch?

De wettelijke grondslag voor verrekening is artikel 6:100 BW. Met verrekening wordt voorkomen dat dezelfde schade twee keer wordt vergoed. De Hoge Raad heeft gezichtspunten geformuleerd in het Verhaeg/Jenniskens arrest om te kunnen oordelen of het redelijk is toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 6:100 BW. Uit deze gezichtspunten blijkt dat voornamelijk in gevallen waarin duidelijk is op welke specifieke schadepost de uitkering uit hoofde van een andere verzekering ziet verrekening redelijk zal zijn. Hieruit blijkt dat onder andere van belang is of er sprake is van een sommenverzekering of een schadeverzekering.

De beoordeling

In dit geval is het hof van oordeel dat het redelijk is om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 6:100 BW, omdat het een schadeverzekering betreft die ertoe strekt dezelfde schade te vergoeden als die waarvoor Achmea aansprakelijk is. Zonder verrekening zou verzekerde in een aanmerkelijk voordeligere positie komen. Geheel in lijn met de gezichtspunten van de Hoge Raad oordeelt het hof dat de AOV-uitkeringen mogen worden verrekend. Achmea hoeft dus alleen de schade wegens verlies aan inkomen te vergoeden die niet door de AOV-verzekering is gedekt.

Betaalde premies

Het hof ziet wel aanleiding om de door verzekerde betaalde premies voor de AOV in aftrek te brengen van de door hem ontvangen uitkering op basis van die AOV. De gedachte hierachter is dat verzekerde de persoonlijke keuze heeft gemaakt om een verzekering af te sluiten ter voorkoming van inkomensterugval door arbeidsongeschiktheid. Verzekerde heeft daarvoor gedurende een lange periode jaarlijks premie betaald.

Het hof oordeelt dat het in overeenstemming is met de redelijkheid en billijkheid dat de door verzekerde betaalde premies in zijn geheel in mindering worden gebracht op het te verrekenen schadebedrag. Het gaat dan dus over de volledige looptijd van de verzekering.

Conclusie

Achmea mag de uitkeringen uit hoofde van de AOV van verzekerde verrekenen met de schade-uitkeringen die zij aan verzekerde is verschuldigd, waarbij op dat verrekende voordeel de door verzekerde over de gehele looptijd van de verzekering betaalde premies in mindering moeten worden gebracht.

Contact

Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *