Op 30 januari 2019 heeft de rechtbank Rotterdam geoordeeld dat het handelen van het slachtoffer bij de illegale levering van een vuurwapen in de gegeven omstandigheden verkeerd en zeer onzorgvuldig was. Hij heeft zich aan het risico op een ongeluk blootgesteld en stelt niet dat hij dacht dat het vuurwapen ongeladen was. Volgens de rechtbank heeft het slachtoffer zelf deels bijgedragen aan de schade. U kunt hier de uitspraak lezen.

Wat gebeurde er?
Het slachtoffer verkocht illegaal een vuurwapen in een auto. De koper nam gedaagde mee als deskundige. Het slachtoffer zat op de bijrijdersstoel, de gedaagde zat in diezelfde auto op de achterbank. Gedaagde controleerde het wapen en het wapen ging per ongeluk af. Het slachtoffer werd in zijn rug geschoten en liep daarbij een partiële dwarslaesie op.

De gedaagde is in 2013 strafrechtelijk veroordeeld voor het illegaal voorhanden hebben van een vuurwapen en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een ander.

Het slachtoffer vordert vervolgens bij de rechtbank een verklaring voor recht dat de gedaagde aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade van het slachtoffer en vordert een schadevergoeding.

Oordeel rechtbank

De benadeelde betwist niet dat hij jegens het slachtoffer een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Ook wordt door de benadeelde niet betwist dat het slachtoffer door zijn handelen ernstig letsel heeft opgelopen en dat op hem een schadevergoedingsplicht rust. Wel wordt de omvang van de schadevergoedingsplicht betwist. Volgens de benadeelde is er namelijk sprake van eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer.

De rechtbank is van oordeel dat het handelen van het slachtoffer in de gegeven omstandigheden verkeerd en zeer onzorgvuldig is. Tijdens de strafzaak is bewezen verklaard dat het slachtoffer beschouwd kan worden als leverancier van het vuurwapen. Daarnaast was het slachtoffer zich als geen ander bewust van de aanwezigheid van het vuurwapen in de auto en heeft er welbewust voor gekozen om zich in de nabije aanwezigheid van het vuurwapen en daarmee in een gevaarlijke situatie te bevinden. Het slachtoffer heeft zich ook niet gedistantieerd door uit de auto te gaan op het moment dat het vuurwapen tevoorschijn werd gehaald dan wel op het moment dat gedaagde het vuurwapen onderzocht. Het slachtoffer ontkent dat hij wist dat het vuurwapen geladen was, maar stelt ook niet dat hij dacht dat het vuurwapen ongeladen was. Hij had er dus op zijn minst rekening mee moeten houden dat het vuurwapen geladen zou kunnen zijn, aldus de rechtbank.

Volgens de rechtbank hebben beide partijen bijdragen aan de schade. De schade zou immers niet zijn ontstaan als het slachtoffer niet had geregeld dat het vuurwapen zou worden geleverd. De gedaagde heeft daarentegen het vuurwapen af laten gaan. Bovendien heeft de gedaagde verstand van wapens en was uitsluitend om die reden gevraagd het vuurwapen te bekijken. De gedaagde had daarbij de grootst mogelijke voorzichtigheid moeten betrachten. Gelet op de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden hebben bijgedragen aan de schade, komt de rechter tot het oordeel dat de gedaagde 60% van de schade van het slachtoffer dient te vergoeden.

Conclusie

Soms is een partij aansprakelijk voor 100% van de schade, maar soms kan er ook sprake zijn van een gedeelte eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer. Door het toepassen van de billijkheidscorrectie kan dan de plicht tot schadevergoeding worden verminderd.

Contact
Heeft u vragen over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 073-6900888, of stuur ons een facebookbericht of een e-mail naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *