Recent heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarbij een driejarig kind schade veroorzaakte aan een auto. De eigenaar van de auto stelde de ouders van het kind aansprakelijk voor de geleden schade. Deze vordering werd door de rechtbank wegens eigen schuld aan de zijde van de eigenaar van de auto afgewezen. De ontstane schade bleef geheel voor eigen rekening van de eigenaar van de auto. U kunt hier de uitspraak lezen.

Wat gebeurde er?

Hoewel getwijfeld wordt aan juistheid van de feiten en omstandigheden zoals die door eiser naar voren zijn gebracht, gaat de rechtbank bij haar oordeel van het volgende uit.

In februari 2018 ging de eiser in deze zaak, de eigenaar van de auto, tanken. Hij had een driejarig kind van een kennis bij zich. Aangezien het erg koud was, besloot hij het contact van de auto aan te laten zodat de verwarming aan kon blijven. Hij liet het kind alleen achter in de auto. In de tijd dat hij bezig was met het tanken en afrekenen, heeft het driejarige kind dat op de achterbank zat het panoramadak van de auto geopend. Vervolgens is het kind aan het geopende dak gaan hangen. Tevens heeft het kind een blikje door het geopende dak op de motorkap gegooid. Er ontstond schade aan het panoramadak en aan de motorkap van de auto.

Het geschil

De eigenaar van de auto vordert bij de rechtbank dat de verzekeraar van de ouders van het driejarige kind wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade aan zijn auto. De vordering is gebaseerd op artikel 6:169 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.

De verzekeraar van de ouders van het kind stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is de schade te vergoeden, omdat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van de eigenaar van de auto. Eigen schuld zou betekenen dat (een deel van) de schade voor eigen rekening moet blijven van de automobilist.

Wat oordeelde de rechtbank?

De rechtbank overweegt allereerst dat de verzekeraar van de ouders van het kind slechts gehouden is de schade te vergoeden op het moment dat de ouders van het kind schadeplichtig zijn. Hierbij zou het in dit geval gaan om de dekking van de risicoaansprakelijkheid van een ouder voor gedragingen van kinderen die jonger zijn dan 14 jaar. De eigenaar van de auto dient om die reden te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat zijn schade is ontstaan als gevolg van handelingen van het kind die – indien hij ouder was geweest – als onrechtmatige daad aan hem zou kunnen worden toegerekend. Aan een inhoudelijke behandeling van dit leerstuk komt de rechtbank echter niet toe, omdat het verweer op eigen schuld door de verzekeraar slaagt. De verzekeraar heeft dus met succes een beroep gedaan op eigen schuld aan de zijde van de eigenaar van de auto.

Artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade in evenredigheid te verdelen tussen de benadeelde en de schadevergoedingsplichtige. Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. In beginsel dient de rechter dus eerst een causaliteitsafweging maken. Daarna dient de rechter te onderzoeken of een billijkheidscorrectie moet plaatsvinden.

De rechtbank merkt in deze zaak op dat de ouders van het kind de schade in beginsel moeten vergoeden, omdat op hen als ouders een risicoaansprakelijkheid rust voor het handelen van het kind. De rechtbank oordeelt in deze zaak echter dat de billijkheid met zich meebrengt dat de gehele schadevergoedingsverplichting van de ouders komt te vervallen. Hierbij heeft de rechtbank gewezen op de ernst van de aan de eigenaar van de auto toe te rekenen omstandigheid dat hij de sleutel van de auto in het contact heeft laten zitten, terwijl hij zelf de auto verliet. Het excuus van de eigenaar van de auto dat het erg koud was weegt volgens de rechtbank niet op tegen de gevaarzetting die het aan laten staan van het contact met zich brengt in de situatie dat kleine kinderen zich zonder toezicht in de auto bevinden. De eigenaar van de auto had het risico dat kleine kinderen elektronica in de auto zouden bedienen eenvoudig kunnen uitsluiten door de autosleutels mee te nemen.

Gelet op voorgaande wordt de vordering van de eiser in deze zaak, de eigenaar van de auto, afgewezen. De eigenaar van de auto wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het geding.

Conclusie

 In principe ben je als ouder van een jong kind aansprakelijk wanneer het kind schade toebrengt aan een derde. Uit deze zaak blijkt echter dat de schuld niet zo maar op een kind kan worden afgeschoven: een beroep op eigen schuld is immers ook in die situaties mogelijk.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. Elke zaak is anders. Wellicht kunnen we iets voor u betekenen.

Dit blog is geschreven door Femke Uijen. Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 073-6900888, stuur een facebookbericht, of stuur een e-mail naar info@jba.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *