Gemeente aansprakelijk voor kop-staartbotsing tussen twee auto’s

Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland zich uitgelaten over de vraag of de gemeente Schagen aansprakelijk is voor een verkeersongeval waarbij twee auto’s op elkaar zijn gebotst, doordat de voorste auto een noodstop maakte voor een schrikhek. De uitspraak is op 15 januari 2026 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.

Feiten

Op 20 november 2023 vond ’s avonds een kop-staartbotsing plaats tussen twee auto’s.  De voorste auto maakte net op tijd een noodstop voor een schrikhek op de rijbaan van de Warmenhuizerweg. Vervolgens is een tweede auto achter op de voorste auto gebotst. Het schrikhek stond op ongeveer 120 meter afstand vóór een rotonde. De weg was onverlicht en er was niet gewaarschuwd voor het schrikhek.

De bestuurder van het tweede voertuig heeft als gevolg van de aanrijding letselschade opgelopen. Hij heeft, in twee afzonderlijke deelgeschilprocedures, zowel de verzekeraar van het voorste voertuig als de gemeente Schagen aansprakelijk gesteld voor het ongeval.

Oordeel rechtbank: gemeente aansprakelijk?

De Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de gemeente Schagen jegens de bestuurder van het tweede voertuig aansprakelijk is voor het ongeval.

De rechtbank stelt voorop dat op de gemeente Schagen als wegbeheerder een zorgplicht rust voor de veiligheid van de door haar beheerde Warmenhuizerweg. Meer concreet houdt deze zorgplicht in dat gemeente Schagen ervoor dient te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt.

De wegbeheerder kan aansprakelijk zijn voor de aanwezigheid van voorwerpen op de weg op grond van artikel 6:162 BW, zoals het schrikhek. Daarvoor is nodig dat de wegbeheerder het verwijt kan worden gemaakt dat hij in de nakoming van deze zorgplicht is tekortgeschoten. Voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van de gemeente zijn de zogenaamde Kelderluikcriteria van belang:

  1. in hoeverre is niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid waarschijnlijk,
  2. hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan,
  3. hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn, en
  4. in hoeverre is het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk. Bij de beoordeling kunnen ook de herkomst, aard en functie van een dergelijk voorwerp een rol spelen, alsmede de ligging, functie, fysieke toestand en het te verwachten gebruik van de weg.

De rechtbank oordeelt dat de gemeente zijn zorgplicht als wegbeheerder heeft geschonden, daartoe onder meer overwegende dat:

  • de gemeente bekend was met de aanwezigheid van het schrikhek op de weg;
  • het reëel was dat rijdend verkeer richting het schrikhek zou rijden;
  • er geen straatverlichting was.

Volgens de rechtbank had de gemeente gezien deze omstandigheden kunnen weten, althans behoren te begrijpen, dat een schrikhek midden op de rijbaan een wezenlijk gevaar voor personen kon opleveren. Van weggebruikers kon niet worden verwacht dat zij op een dergelijk schrikhek op 120 meter vóór de rotonde bedacht waren. Weggebruikers waren in de avond aangewezen op hun eigen (dim)verlichting en wat daarmee kon worden waargenomen. Van een afstand was het schrikhek niet of slecht zichtbaar en de kans dat iemand daar tegenaan zou rijden was groot. De tijd om het schrikhek te ontwijken was immers zeer kort. Verder kunnen de gevolgen van een dergelijke aanrijding ernstig zijn. Daarbij diende gemeente rekening te houden met weggebruikers die de maximumsnelheid niet altijd stipt naleven, terwijl zij er voorts rekening mee diende te houden dat weggebruikers niet steeds de nodige oplettendheid zullen betrachten.

Volgens de rechtbank heeft de gemeente nagelaten om voorzorgsmaatregelen te nemen, waar het niet bezwaarlijk was om bijvoorbeeld waarschuwingslichten te plaatsen op het schrikhek of verkeerregelaars te regelen.

De conclusie luidt aldus dat de gemeente toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld en daarmee op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die de bestuurder van het tweede voertuig als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog lijdt.

Eigen schuld?

Wel wordt de schadevergoedingsplicht van de gemeente met 25 procent verminderd, vanwege eigen schuld aan de zijde van de bestuurder van het achterste voertuig. Volgens de rechtbank is de schade van de bestuurder mede een gevolg van een omstandigheid die aan hem kan worden toegerekend in de zin van artikel 6:101 BW.

Volgens de rechtbank was de bestuurder onvoldoende oplettend en heeft hij onvoldoende geanticipeerd toen de auto voor hem een noodstop maakte. Van de bestuurder had mogen worden verwacht dat hij op onverwachte situaties op de donkere Warmenhuizerweg bedacht was en daarop tijdig anticipeerde. Daarbij is van belang dat zijn voorganger wel tijdig tot stilstand kwam.

Oordeel rechtbank: bestuurder voorste voortuig aansprakelijk?

Resteert nog de vraag of de bestuurder van het voorste voertuig jegens de bestuurder van het achtste voertuig aansprakelijk is voor het ongeval. Deze vraag kan kort, eenvoudig en ontkennend worden beantwoord.

De rechtbank neemt aan dat de bestuurder van het voorste voertuig het schrikwerk niet eerder heeft gezien of had kunnen zien. Het schrikwerk was door de duisternis en afwezigheid van straatverlichting immers slecht zichtbaar. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de bestuurder van het voorste voertuig niet jegens de bestuurder van het achtste voertuig aansprakelijk is

Conclusie

De rechtbank komt aldus tot de conclusie dat de gemeente Schagen jegens de bestuurder van het achterste voertuig aansprakelijk is voor het ongeval. Van aansprakelijkheid aan de zijde van de bestuurder van het voorste voortuig is geen sprake. Bent u zelf slachtoffer van een verkeersongeval geworden? Neem dan contact op met een van onze advocaten!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *