Deelgeschil na verkeersongeval

De rechtbank Midden-Nederland heeft zich op 24 december 2025 uitgesproken over de aansprakelijkheid voor een verkeersongeval tussen een scooter en een personenauto. De uitspraak is gepubliceerd op 6 januari 2026 en is hier terug te lezen.

Wat speelde er?

Op 15 oktober 2024 vond in Soest een verkeersongeval plaats tussen een scooterrijder en een automobiliste. De scooterrijder reed rechtdoor en wilde linksaf het fietspad oprijden. Tegelijkertijd naderde de automobiliste vanuit de tegenovergestelde richting en maakte zij een bocht naar links. Tijdens deze manoeuvre kwam het tot een aanrijding, waarbij de scooterrijder letsel opliep aan onder meer zijn duim, been, enkel en voet.

Partijen verschilden van mening over de toedracht. Volgens de scooterrijder had de automobiliste de bocht afgesneden en was zij op zijn weghelft terechtgekomen. De automobiliste betwistte dit en stelde dat zij haar bocht rustig en op haar eigen weghelft had genomen. Volgens haar reed de scooterrijder met een te hoge snelheid en zag hij haar daardoor te laat.

De procedure

De scooterrijder startte een deelgeschilprocedure en verzocht de rechtbank vast te stellen dat de automobiliste, en daarmee haar WAM-verzekeraar Univé, aansprakelijk is voor het ongeval. Ter onderbouwing verwees hij onder meer naar een verklaring van een vermeende onafhankelijke getuige. Univé en de automobiliste betwistten dat deze getuige het ongeval daadwerkelijk had waargenomen en voerden aan dat geen sprake was van een verkeersfout aan hun zijde.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank boog zich over de vraag of de automobiliste een verkeersfout had gemaakt. Aan de hand van foto’s van de ongevalslocatie en de onder ede afgelegde verklaringen van partijen stelde de rechtbank vast dat niet is komen vast te staan dat de automobiliste tijdens het nemen van de bocht op de weghelft van de scooterrijder was terechtgekomen. Uit de positie van de scooter na het ongeval leidde de rechtbank juist af dat de scooterrijder zich relatief ver links op de rijbaan bevond.

Daarnaast achtte de rechtbank het aannemelijk dat de scooterrijder harder reed dan hij zelf had verklaard. Gelet op de afstand tot de plaats van de aanrijding en het tijdsverloop zou de automobiliste de bocht al grotendeels hebben afgerond als de scooterrijder daadwerkelijk slechts 15 km per uur had gereden. Dit versterkte het beeld dat de scooterrijder onvoldoende had geanticipeerd op het overige verkeer.

Omdat niet is komen vast te staan dat de automobiliste een verkeersfout heeft gemaakt, wees de rechtbank het verzoek tot vaststelling van aansprakelijkheid af. Daarmee kwam zij niet toe aan de vraag of sprake was van eigen schuld of een schadeverdeling.

Conclusie

Deze uitspraak onderstreept dat een deelgeschilprocedure geen verkapte bodemprocedure is waarin ruimte bestaat voor aanvullende bewijslevering. Naast de zorgvuldige feitelijke en juridische onderbouwing is het voor een juridisch belangenbehartiger ook noodzakelijk om procesrechtelijke overwegingen te betrekken in zijn advisering. Al met al is het voor een slachtoffer van een verkeersongeval aan te raden om tijdig juridische bijstand in te schakelen voor het verhalen van zijn schade.

Heeft u vragen over aansprakelijkheid na een verkeersongeval of over de mogelijkheden en beperkingen van een deelgeschilprocedure? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mail te sturen naar info@jba.nl.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *