VVE aansprakelijk voor val fietser in parkeergarage
In een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, die op 18 juli 2025 werd gepubliceerd, is op 9 november 2021 geoordeeld dat een Vereniging van Eigenaren (VVE) aansprakelijk is voor letsel dat een bewoonster van het appartementencomplex opliep nadat zij met haar fiets ten val kwam op het tussenplateau van een hellingbaan in de parkeergarage.
Wat is er gebeurd?
Op 6 februari 2019 kwam een bewoonster van een appartementencomplex ten val met haar fiets bij het inrijden van de parkeergarage van het complex. Daarbij liep zij een onder andere een gecompliceerde bovenarmbreuk op.
De fietsenberging is officieel voor fietsers te bereiken via een steile trap met fietsgleuf. Omdat deze trap erg onpraktisch was, is het gebruikelijk geworden dat fietsers de hellingbaan voor auto’s gebruiken om met de fiets naar binnen te komen. De hellingbaan bestaat uit een eerste helling, gevolgd door een vak tussenplataeu, en vervolgens een tweede helling. Bij regenachtig weer kan deze vloer glad worden door de auto’s die naar binnen rijden.
De bewoonster fietste van de helling af, remde en is toen uitgegleden met haar fiets.
Juridisch kader
De rechtbank beoordeeld in deze uitspraak of de VVE aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW. De VVE is alleen aansprakelijk wanneer zij meer risico heeft genomen dan redelijkerwijs verantwoord was.
Om de onrechtmatigheid te beoordelen wordt getoetst aan de maatstaf voor gevaarzettend handelen, zoals uitgewerkt in het Kelderluik-arrest (HR 5 november 1965, NJ 1996/136). De relevante criteria zijn:
- De waarschijnlijkheid dat gebruikers niet de vereiste oplettendheid of voorzichtigheid betrachten
- De kans dat dit tot een ongeval leidt
- De ernst van de mogelijke gevolgen van dat ongeval
- De bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen
Wat oordeelt de rechtbank?
Volgens de rechtbank is het een feit van algemene bekendheid dat natte vloeren glad kunnen worden en dat van fietsers mag worden verwacht dat zij hier rekening mee houden. Dit betekent niet dat de VVE er zonder meer op mocht vertrouwen dat fietsers bij het afdalen van de hellingbaan altijd zo voorzichtig zouden zijn dat er geen ongelukken zouden gebeuren. De VVE was namelijk al vóór het ongeval op de hoogte van eerdere valincidenten op de hellingbaan en wist dat de vloer bij regen glad werd.
Hoewel de VVE na de eerdere valincidenten onderzocht heeft wat het zou kosten om de vloer stroever te maken, heeft zij uiteindelijk geen enkele maatregel genomen om het risico op valpartijen te verkleinen. Zelf een eenvoudige en goedkope maatregel zoals het plaatsen van een waarschuwingsbord is toen achterwege gelaten. De rechtbank acht het aannemelijk dat een waarschuwing de fietsster alerter had gemaakt, waardoor het ongeval mogelijk voorkomen had kunnen worden.
De kosten voor een structurele aanpassing van de hellingbaan is voor de VVE wellicht bezwaarlijk, maar dat rechtvaardigde niet het geheel nalaten van maatregelen. De rechtbank concludeert dat de VVE meer risico heeft genomen dan redelijkerwijs verantwoord was, en dus aansprakelijk is op grond van art. 6:162 BW.